Artikel 25 Richtlijn motorrijtuigenverzekering (2009/103/EG)

Schadevergoeding

1.

Indien het voertuig niet kan worden geïdentificeerd of de verzekeringsonderneming binnen twee maanden na het ongeval niet kan worden geïdentificeerd, kan de benadeelde een verzoek tot schadevergoeding indienen bij het schadevergoedingsorgaan in zijn lidstaat van woonplaats. De vergoeding wordt uitgekeerd overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 9 en 10. Het schadevergoedingsorgaan kan zich onder de voorwaarden van artikel 24, lid 2, verhalen:

a) 

indien de verzekeringsonderneming niet kan worden geïdentificeerd: op het garantiefonds van de lidstaat waar het voertuig gewoonlijk gestald is;

b) 

indien het betrokken voertuig niet kan worden geïdentificeerd: op het garantiefonds van de lidstaat waar het ongeval zich heeft voorgedaan;

c) 

indien het gaat om een voertuig uit een derde land: op het garantiefonds van de lidstaat waar het ongeval zich heeft voorgedaan.

2.

Dit artikel is van toepassing op ongevallen die veroorzaakt zijn door voertuigen uit derde landen die vallen onder de artikelen 7 en 8.

Geconsolideerde tekst van 23-12-2023 (bron: EUR-Lex). Juridisch bindend is alleen de tekst in het Publicatieblad van de EU.