Hoofdstuk 3. Door de verplichte verzekering gedekte minimumbedragen

Artikel 9

Minimumbedragen

1.

Onverminderd door de lidstaten voorgeschreven hogere dekkingen, eist iedere lidstaat dat de in artikel 3 bedoelde verzekering verplicht is voor de volgende minimumbedragen:

a) 

voor lichamelijk letsel: 6 450 000  EUR per ongeval, ongeacht het aantal benadeelden, of 1 300 000  EUR per benadeelde;

b) 

voor materiële schade: 1 300 000  EUR per ongeval, ongeacht het aantal benadeelden.

Voor de lidstaten die de euro niet als munteenheid hebben ingevoerd, worden de minimumbedragen in hun nationale valuta omgerekend tegen de wisselkoers op 22 december 2021, die in het Publicatieblad van de Europese Unie is bekendgemaakt.

2.

De Commissie herziet elke vijf jaar vanaf 22 december 2021 de in lid 1 genoemde bedragen in het licht van het geharmoniseerde indexcijfer van de consumptieprijzen (HICP) dat overeenkomstig Verordening (EU) 2016/792 van het Europees Parlement en de Raad () wordt vastgesteld.

De Commissie stelt overeenkomstig artikel 28 ter gedelegeerde handelingen betreffende de aanpassing van die bedragen aan het HICP vast binnen zes maanden na afloop van elke periode van vijf jaar.

Voor de lidstaten die de euro niet als munteenheid hebben ingevoerd, worden de bedragen in hun nationale valuta omgerekend tegen de wisselkoers van de datum van de berekening van de nieuwe minimumbedragen die zijn bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.