Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
Definities
Voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder:
„voertuig” :
elk rij- of voertuig dat zich anders dan langs spoorstaven over de grond voortbeweegt en dat uitsluitend door een mechanische kracht worden gedreven met:
een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van meer dan 25 km/h, of
een maximaal nettogewicht van meer dan 25 kg en een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van meer dan 14 km/h;
een al dan niet aan een in punt a) bedoeld voertuig gekoppelde aanhangwagen.
Onverminderd de punten a) en b) worden gemotoriseerde rolstoelen die uitsluitend bestemd zijn voor gebruik door personen met een lichamelijke handicap, niet beschouwd als voertuigen in de zin van deze richtlijn;
|
1 bis. |
„deelneming aan het verkeer van een voertuig” : het gebruik van een voertuig, dat op het ogenblik van het ongeval overeenstemt met de functie van dat voertuig als vervoermiddel, ongeacht de kenmerken van het voertuig en ongeacht het terrein waarop het motorrijtuig wordt gebruikt en of het stilstaat of in beweging is; |
„benadeelde” : eenieder die recht heeft op vergoeding van door voertuigen veroorzaakte schade of veroorzaakt letsel;
„nationaal bureau van verzekeraars” : de overeenkomstig aanbeveling nr. 5 van 25 januari 1949 van de subcommissie voor het wegvervoer van het Comité voor binnenlands vervoer van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties opgerichte beroepsorganisatie, waarbij verzekeringsondernemingen zijn aangesloten die in een staat zijn toegelaten tot de uitoefening van de verzekeringsbranche „wettelijke aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen”;
„grondgebied waar het voertuig gewoonlijk is gestald” :
het grondgebied van de staat waarvan het voertuig een kentekenplaat draagt, ongeacht of het een permanente of een tijdelijke kentekenplaat betreft, of
indien voor een bepaald soort voertuigen geen registratie bestaat, maar dit voertuig een verzekeringsplaat of een met een kentekenplaat overeenkomend kenteken draagt, het grondgebied van de staat waar deze plaat of dit kenteken zijn afgegeven, of
indien voor bepaalde typen voertuigen geen registratie, verzekeringsplaat of onderscheidingsteken bestaat, het grondgebied van de staat waar de houder zijn woonplaats heeft,
in gevallen waarin voertuigen die geen kentekenplaat dragen of een kentekenplaat dragen die niet overeenkomt of niet langer overeenkomt met het voertuig, bij een ongeval betrokken zijn geweest, het grondgebied van de staat waar het ongeval heeft plaatsgevonden, met het oog op de afwikkeling van de vordering overeenkomstig artikel 2, onder a), of artikel 10;
„groene kaart” : het internationaal motorrijtuigenverzekeringsbewijs, afgegeven namens een nationaal bureau overeenkomstig aanbeveling nr. 5 van 25 januari 1949 van de subcommissie voor het wegvervoer van het Comité voor binnenlands vervoer van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties;
„verzekeringsonderneming” : een onderneming waaraan een officiële vergunning is verleend overeenkomstig artikel 6 of artikel 23, lid 2, van Richtlijn 73/239/EEG;
„vestiging” : het hoofdkantoor, een agentschap of bijkantoor van een verzekeringsonderneming, zoals gedefinieerd in artikel 2, onder c), van de tweede Richtlijn 88/357/EEG van de Raad van 22 juni 1988 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende het directe verzekeringsbedrijf, met uitzondering van de levensverzekeringsbranche, tot vaststelling van bepalingen ter bevordering van de daadwerkelijke uitoefening van het vrij verrichten van diensten ();
„lidstaat van herkomst” : lidstaat van herkomst in de zin van artikel 13, punt 8, a), van Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad ().
Artikel 2
Toepassingsgebied
Het in de artikelen 4, 6, 7 en 8 bepaalde is van toepassing op de voertuigen die gewoonlijk op het grondgebied van een der lidstaten zijn gestald:
nadat tussen de nationale bureaus van verzekeraars een overeenkomst tot stand is gekomen, waarbij elk nationaal bureau de afwikkeling van ongevallen waarborgt die zich op zijn grondgebied hebben voorgedaan en zijn veroorzaakt door deelneming aan het verkeer van al dan niet verzekerde voertuigen die gewoonlijk op het grondgebied van een andere lidstaat zijn gestald, overeenkomstig de eigen nationale wetgeving betreffende de verplichte verzekering;
met ingang van de datum die de Commissie vaststelt nadat zij in nauwe samenwerking met de lidstaten zal hebben vastgesteld dat bovengenoemde overeenkomst tot stand is gekomen;
voor de duur van deze overeenkomst.
Artikel 3
Verplichte motorrijtuigenverzekering
Iedere lidstaat treft, met inachtneming van artikel 5, de nodige maatregelen opdat de wettelijke aansprakelijkheid met betrekking tot de deelneming aan het verkeer van voertuigen die gewoonlijk op zijn grondgebied zijn gestald, door een verzekering is gedekt.
Deze richtlijn is niet van toepassing op het gebruik van een voertuig tijdens motorsportevenementen en -activiteiten, met inbegrip van races, wedstrijden, trainingen, tests en demonstraties in een beperkt en afgebakend gebied in een lidstaat, indien de lidstaat ervoor zorgt dat de organisator van de activiteit of een andere partij een alternatieve verzekering of garantie heeft afgesloten die de schade aan derden dekt, met inbegrip van toeschouwers en andere omstanders, maar niet noodzakelijkerwijs de schade aan de deelnemende bestuurders en hun voertuigen.
De dekking van de schade alsmede de voorwaarden van deze verzekering worden in de in de eerste alinea bedoelde maatregelen vastgesteld.
Iedere lidstaat treft de nodige maatregelen opdat door de verzekeringsovereenkomst eveneens worden gedekt:
de schade die is veroorzaakt op het grondgebied van de andere lidstaten, overeenkomstig de in deze staten geldende wettelijke regelingen;
de schade waarvan onderdanen van de lidstaten het slachtoffer kunnen zijn op het traject dat een rechtstreekse verbinding vormt tussen twee gebieden waar het Verdrag van toepassing is, wanneer er geen nationaal bureau van verzekeraars bestaat voor dat traject. In dat geval wordt de schade gedekt overeenkomstig de nationale wetgeving inzake de verplichte verzekering die geldt in de lidstaat op het grondgebied waarvan het voertuig gewoonlijk is gestald.
De in de eerste alinea bedoelde verzekering dekt zowel materiële schade als lichamelijk letsel.
Artikel 4
Verzekeringscontroles
De lidstaten onthouden zich ervan controles te verrichten op de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid bij voertuigen die gewoonlijk op het grondgebied van een andere lidstaat zijn gestald en bij voertuigen die gewoonlijk op het grondgebied van een derde land zijn gestald wanneer deze hun grondgebied binnenkomen vanuit het grondgebied van een andere lidstaat.
Zij kunnen echter dergelijke verzekeringscontroles verrichten mits die controles niet-discriminerend zijn en noodzakelijk en evenredig om het nagestreefde doel te bereiken, en:
worden verricht als onderdeel van een controle die niet uitsluitend op de controle van de verzekering is gericht, of
deel uitmaken van een algemeen systeem van controles op het nationale grondgebied die ook worden uitgevoerd op voertuigen welke gewoonlijk gestald zijn op het grondgebied van de controlerende lidstaat, en die niet vereisen dat het voertuig halt houdt.
Op basis van het recht van de lidstaat waaronder de verwerkingsverantwoordelijke valt, mogen persoonsgegevens worden verwerkt wanneer dat nodig is met het oog op de bestrijding van onverzekerd rijden van voertuigen die in andere lidstaten reizen dan de lidstaten op het grondgebied waarvan zij gewoonlijk zijn gestald. Dat recht is in overeenstemming met Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad () en legt ook geschikte maatregelen vast om de rechten, vrijheden en gerechtvaardigde belangen van de betrokkene te vrijwaren.
Die maatregelen van de lidstaten specificeren met name de precieze doeleinden waarvoor de gegevens zullen worden verwerkt, verwijzen naar de desbetreffende rechtsgrondslag, voldoen aan de desbetreffende beveiligingsvereisten en eerbiedigen de beginselen van noodzaak, evenredigheid en doelbinding, en stellen een evenredige termijn voor gegevensbewaring vast. De persoonsgegevens die op grond van dit artikel uitsluitend voor de uitvoering van een verzekeringscontrole worden verwerkt, worden niet langer bewaard dan voor dat doel noodzakelijk is, en worden volledig gewist zodra dat doel bereikt is. Wanneer uit een verzekeringscontrole blijkt dat een voertuig gedekt is door een verplichte verzekering uit hoofde van artikel 3, worden deze gegevens onmiddellijk door de verwerkingsverantwoordelijke gewist. Wanneer door middel van een controle niet kan worden aangetoond of een voertuig gedekt is door een verplichte verzekering uit hoofde van artikel 3, worden de gegevens uitsluitend bewaard gedurende een beperkte periode die maximaal het aantal dagen bedraagt dat nodig is om vast te stellen of er al dan niet sprake is van een geldige verzekeringsdekking.
Artikel 5
Afwijking van de verplichting tot het afsluiten van een verzekering voor voertuigen
Iedere lidstaat kan afwijken van de bepalingen van artikel 3 ten aanzien van publiekrechtelijke of privaatrechtelijke natuurlijke of rechtspersonen, van wie door deze staat een lijst wordt opgemaakt, die aan de andere lidstaten en aan de Commissie wordt toegezonden.
De lidstaat die aldus van artikel 3 afwijkt, neemt de nodige maatregelen ter verzekering van de schadeloosstelling van de schade veroorzaakt op zijn eigen grondgebied en op het grondgebied van de andere lidstaten door aan deze personen toebehorende voertuigen.
Deze staat wijst met name de instantie of het orgaan aan in het land waar het ongeval heeft plaatsgevonden, die, of dat, overeenkomstig de wettelijke voorschriften van deze staat, is belast met de schadeloosstelling van de benadeelden, in het geval dat artikel 2, onder a), niet van toepassing is.
Hij zendt de Commissie de lijst van personen die zijn vrijgesteld van een verplichte verzekering, alsook van de instanties of organen die verantwoordelijk zijn voor de schadeloosstelling.
De Commissie publiceert de lijst.
Iedere lidstaat kan afwijken van de bepalingen van artikel 3 ten aanzien van bepaalde typen voertuigen of bepaalde voertuigen met een speciale kentekenplaat, waarvan door deze staat een lijst wordt opgemaakt, die aan de andere lidstaten en aan de Commissie wordt toegezonden.
In dat geval dragen de lidstaten er zorg voor dat de in de eerste alinea bedoelde voertuigen op dezelfde wijze worden behandeld als voertuigen die niet voldoen aan de verzekeringsverplichting als bedoeld in artikel 3.
Het garantiefonds van de lidstaat waar het ongeval heeft plaatsgevonden, heeft dan een vordering op het garantiefonds van de lidstaat waar het voertuig gewoonlijk is gestald.
Vanaf 11 juni 2010, brengen de lidstaten aan de Commissie verslag uit over de uitvoering en de praktische toepassing van dit lid.
Nadat de Commissie deze verslagen heeft bestudeerd dient zij, indien nodig, voorstellen in ter vervanging of tot schrapping van deze afwijking.
Iedere lidstaat kan afwijken van de bepalingen van artikel 3 ten aanzien van voertuigen die tijdelijk of definitief uit het verkeer zijn genomen en waarvan de deelneming aan het verkeer verboden is, mits een formele administratieve procedure of een andere verifieerbare maatregel overeenkomstig het nationale recht is ingevoerd.
In dat geval draagt de lidstaat er zorg voor dat de in de eerste alinea bedoelde voertuigen op dezelfde wijze worden behandeld als voertuigen ten aanzien waarvan niet voldaan is aan de verzekeringsverplichting als bedoeld in artikel 3.
Het garantiefonds van de lidstaat waar een ongeval heeft plaatsgevonden, heeft dan een vordering op het garantiefonds van de lidstaat waar het voertuig gewoonlijk is gestald.
Iedere lidstaat kan afwijken van de bepalingen van artikel 3 ten aanzien van voertuigen die uitsluitend worden gebruikt in gebieden met beperkte toegang, overeenkomstig zijn nationale wetgeving.
In dat geval draagt de lidstaat er zorg voor dat de in de eerste alinea bedoelde voertuigen op dezelfde wijze worden behandeld als voertuigen ten aanzien waarvan niet voldaan is aan de verzekeringsverplichting als bedoeld in artikel 3.
Het garantiefonds van de lidstaat waar een ongeval heeft plaatsgevonden, heeft dan een vordering op het garantiefonds van de lidstaat waar het voertuig gewoonlijk is gestald.
Iedere lidstaat kan afwijken van de bepalingen van artikel 3 ten aanzien van voertuigen waarvan het gebruik op de openbare weg niet is toegestaan overeenkomstig zijn nationale wetgeving.
Iedere lidstaat die afwijkt van artikel 3 ten aanzien van in de eerste alinea bedoelde voertuigen draagt er zorg voor dat die voertuigen op dezelfde wijze worden behandeld als voertuigen ten aanzien waarvan niet voldaan is aan de verzekeringsverplichting als bedoeld in artikel 3.
Het garantiefonds van de lidstaat waar een ongeval heeft plaatsgevonden, heeft dan een vordering op het garantiefonds van de lidstaat waar het voertuig gewoonlijk is gestald.
Wanneer een lidstaat krachtens lid 5 afwijkt van artikel 3 ten aanzien van voertuigen die niet voor gebruik op de openbare weg zijn toegelaten, kan die lidstaat ook afwijken van artikel 10 wat betreft de vergoeding van schade die door die voertuigen is veroorzaakt in gebieden die niet toegankelijk zijn voor het publiek wegens een wettelijke of fysieke beperking van de toegang tot die gebieden, zoals gedefinieerd in zijn nationale wetgeving.
Ten aanzien van de leden 3 tot en met 6 stellen de lidstaten de Commissie in kennis van het gebruik van de afwijking en de bijzondere regelingen voor de toepassing ervan. De Commissie publiceert een lijst van die afwijkingen.
Artikel 6
Nationale bureaus van verzekeraars
Elke lidstaat draagt er zorg voor dat het nationale bureau van verzekeraars, onverminderd de in artikel 2, onder a), bedoelde verplichting, bij een ongeluk dat op zijn grondgebied wordt veroorzaakt door een voertuig dat gewoonlijk op het grondgebied van een andere lidstaat is gestald, inlichtingen inwint omtrent:
het grondgebied waarop dit voertuig gewoonlijk is gestald, alsmede het kentekennummer ervan, indien aanwezig;
voor zover enigszins mogelijk, de gegevens betreffende de verzekering van dit voertuig, waarover de houder van het voertuig beschikt, zoals deze normaliter voorkomen op de groene kaart, voor zover om deze gegevens wordt gevraagd door de lidstaat op het grondgebied waarvan het voertuig gewoonlijk is gestald.
Elke lidstaat draagt er tevens zorg voor dat het bureau de onder a) en b) bedoelde inlichtingen doorgeeft aan het nationale bureau van verzekeraars van de staat op het grondgebied waarvan het in de eerste alinea bedoelde voertuig gewoonlijk is gestald.