Hoofdstuk IV. Slotbepalingen

Artikel 24

Voorlichting

De lidstaten werken samen om het publiek en de rechtsbeoefenaars over de Europese procedure voor geringe vorderingen, onder meer over de kosten, voor te lichten, meer bepaald via het Europees justitieel netwerk in burgerlijke en handelszaken, dat is opgericht overeenkomstig Beschikking 2001/470/EG.

Artikel 25

Door de lidstaten te verstrekken gegevens

1.

Uiterlijk op 13 januari 2017 doen de lidstaten de Commissie mededeling van:

a) 

de gerechten die bevoegd zijn om een beslissing te geven in een Europese procedure voor geringe vorderingen;

b) 

de communicatiemiddelen die overeenkomstig artikel 4, lid 1, ten behoeve van de procedure worden aanvaard en de gerechten ter beschikking staan;

c) 

de autoriteiten of organisaties die bevoegd zijn om praktische bijstand te verlenen overeenkomstig artikel 11;

d) 

de middelen voor elektronische betekening en kennisgeving en elektronische communicatie die technisch beschikbaar zijn en uit hoofde van hun procedurevoorschriften toelaatbaar zijn overeenkomstig artikel 13, leden 1, 2 en 3, en de eventuele middelen om voorafgaande aanvaarding van het gebruik van elektronische middelen kenbaar te maken, krachtens artikel 13, leden 1 en 2, die hun krachtens het nationale recht ter beschikking staan;

e) 

de eventuele personen of beroepscategorieën die wettelijk verplicht zijn betekening en kennisgeving van documenten en andere schriftelijke communicatie met elektronische middelen te aanvaarden overeenkomstig artikel 13, leden 1 en 2;

f) 

de gerechtskosten voor de Europese procedure voor geringe vorderingen en de wijze waarop die worden berekend, alsmede de betaalwijzen die worden aanvaard voor de betaling van de gerechtskosten overeenkomstig artikel 15 bis;

g) 

het beroep dat krachtens hun procesrecht overeenkomstig artikel 17 mogelijk is, de termijn waarbinnen dit beroep dient te worden ingesteld en het gerecht waarbij dit kan worden ingesteld;

h) 

de procedures voor een verzoek om heroverweging als bedoeld in artikel 18 en de gerechten die voor deze heroverweging bevoegd zijn;

i) 

de talen die zij ingevolge artikel 21 bis, lid 1, aanvaarden, en

j) 

de instanties die bevoegd zijn voor de tenuitvoerlegging en de instanties die bevoegd zijn voor de toepassing van artikel 23.

De lidstaten stellen de Commissie in kennis van iedere wijziging van die informatie.

2.

De Commissie maakt de overeenkomstig lid 1 meegedeelde informatie openbaar met passende middelen, zoals via het Europees e-justitieportaal.

Artikel 26

Wijziging van de bijlagen

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 27 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de wijziging van de bijlagen I tot en met IV.

Artikel 27

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.

De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.

De in artikel 26 genoemde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd, vanaf 13 januari 2016.

3.

Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 26 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.

Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

5.

Een overeenkomstig artikel 26 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Artikel 28

Evaluatie

1.

Uiterlijk op 15 juli 2022 dient de Commissie bij het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité een verslag in over de toepassing van deze verordening, dat een evaluatie bevat van de vraag:

a) 

of een verdere verhoging van het in artikel 2, lid 1, vermelde maximum passend is voor het verwezenlijken van de doelstelling van deze verordening, namelijk de toegang tot de rechter vergemakkelijken voor burgers en kleine en middelgrote ondernemingen in grensoverschrijdende zaken, en

b) 

of een uitbreiding van het toepassingsgebied van de Europese procedure voor geringe vorderingen, in het bijzonder tot vorderingen inzake bezoldigingen, passend is om de toegang tot de rechter te vergemakkelijken voor werknemers in grensoverschrijdende arbeidsgeschillen met hun werkgever, na afweging van het volledige effect van die uitbreiding.

Dat verslag gaat zo nodig vergezeld van wetgevingsvoorstellen.

Te dien einde en uiterlijk op 15 juli 2021 verstrekken de lidstaten de Commissie informatie over het aantal vorderingen krachtens de Europese procedure voor geringe vorderingen en het aantal verzoeken om tenuitvoerlegging van in een Europese procedure voor geringe vorderingen gegeven beslissingen.

2.

Uiterlijk op 15 juli 2019 dient de Commissie bij het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité een verslag in over de verspreiding van informatie over de Europese procedure voor geringe vorderingen in de lidstaten, en kan zij aanbevelingen doen over manieren om die procedure meer bekend te maken.

Artikel 29

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is met ingang van 1 januari 2009 van toepassing, met uitzondering van artikel 25, dat met ingang van 1 januari 2008 van toepassing is.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat overeenkomstig het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap.