Artikel 9 Verordening Europese procedure voor geringe vorderingen (861/2007)
Bewijsverkrijging
Het gerecht bepaalt met welke middelen het bewijs wordt verkregen en welk bewijs het overeenkomstig de voorschriften inzake de toelaatbaarheid van bewijs nodig heeft om een uitspraak te kunnen doen. Het kiest de eenvoudigste en minst bezwarende wijze van bewijsverkrijging.
Het gerecht kan bewijsverkrijging door middel van een schriftelijke verklaring van getuigen, deskundigen of partijen toelaten.
Wanneer de bewijsverkrijging met zich meebrengt dat een persoon wordt gehoord, verloopt deze mondelinge behandeling volgens de in artikel 8 opgenomen voorwaarden.
Het gerecht kan een deskundigenonderzoek of een mondelinge getuigenis slechts gelasten indien het niet mogelijk is uitspraak te doen op basis van ander bewijs.
Geconsolideerde tekst van 01-05-2025 (bron: EUR-Lex). Juridisch bindend is alleen de tekst in het Publicatieblad van de EU.