Hoofdstuk II. De europese procedure voor geringe vorderingen

Artikel 4

Rechtsingang

1.

De Europese procedure voor geringe vorderingen wordt ingeleid doordat de eiser het standaardvorderingsformulier A van bijlage I bij deze verordening invult en indient bij het bevoegde gerecht, hetzij rechtstreeks, hetzij per post, door middel van elektronische communicatie zoals bedoeld in artikel 4 van Verordening (EU) 2023/2844 van het Europees Parlement en de Raad () of via een ander communicatiemiddel, zoals fax of elektronische post, dat wordt aanvaard door de lidstaat waar de procedure wordt ingeleid. Het vorderingsformulier bevat een beschrijving van de bewijzen ter staving van de vordering, en gaat waar nodig vergezeld van relevante, ter staving dienende stukken.

2.

De lidstaten delen de Commissie mede welke communicatiemiddelen zij aanvaarden. De Commissie maakt deze mededeling openbaar.

3.

Indien de vordering buiten het toepassingsgebied van deze verordening valt, stelt het gerecht de eiser hiervan in kennis. Tenzij de eiser de vordering intrekt, wordt deze door het gerecht behandeld overeenkomstig het procesrecht dat geldt in de lidstaat waar de procedure wordt gevoerd.

4.

Indien het gerecht de door de eiser verstrekte gegevens ontoereikend of onvoldoende duidelijk acht of indien het vorderingsformulier niet naar behoren is ingevuld, biedt het de eiser de mogelijkheid om binnen een door hem bepaalde termijn het vorderingsformulier aan te vullen of te corrigeren of bepaalde aanvullende gegevens of stukken te verstrekken, dan wel zijn vordering in te trekken, tenzij de vordering kennelijk ongegrond of het verzoek niet-ontvankelijk blijkt. Het gerecht gebruikt daartoe standaardformulier B van bijlage II.

Indien de vordering kennelijk ongegrond of het verzoek niet-ontvankelijk blijkt of indien de eiser verzuimt het vorderingsformulier binnen de vastgestelde termijn aan te vullen of te corrigeren, wordt het verzoek afgewezen.  Het gerecht stelt de eiser van die afwijzing in kennis en deelt mee of er tegen deze afwijzing rechtsmiddelen openstaan. 

5.

De lidstaten zorgen ervoor dat het standaardvorderingsformulier A beschikbaar is bij ieder gerecht waarbij de Europese procedure voor geringe vorderingen kan worden ingeleid, en dat het toegankelijk is via de relevante nationale websites.

Artikel 5

Verloop van de procedure

1.

De Europese procedure voor geringe vorderingen is een schriftelijke procedure.

Het gerecht houdt uitsluitend een mondelinge behandeling indien het van oordeel is dat er geen uitspraak kan worden gedaan op basis van het schriftelijk bewijs of indien een partij daarom verzoekt. Het gerecht kan een dergelijk verzoek weigeren indien het, gezien de omstandigheden van de zaak, van oordeel is dat een eerlijke rechtspleging in deze zaak geen mondelinge behandeling vergt. De redenen voor afwijzing van het verzoek worden schriftelijk gegeven. Tegen de weigering kan geen rechtsmiddel worden aangewend zonder betwisting van de beslissing zelf.

2.

Na ontvangst van het naar behoren ingevulde vorderingsformulier vult het gerecht deel I van het standaard antwoordformulier C van bijlage III in.

Een afschrift van het vorderingsformulier en, in voorkomend geval, van de ter staving dienende stukken, wordt tezamen met het aldus ingevulde antwoordformulier overeenkomstig artikel 13 aan de verweerder betekend of ter kennis gebracht. Deze stukken worden binnen veertien dagen na ontvangst van het naar behoren ingevulde vorderingsformulier verzonden.

3.

De verweerder antwoordt binnen 30 dagen na de betekening of kennisgeving van het vorderingsformulier en het antwoordformulier door deel II van standaard antwoordformulier C in te vullen en dit, waar nodig vergezeld van de ter staving dienende stukken, terug te zenden naar het gerecht, of door op een andere passende wijze te antwoorden zonder gebruik te maken van het antwoordformulier.

4.

Binnen veertien dagen na ontvangst van het antwoord van de verweerder zendt het gerecht een afschrift hiervan, tezamen met eventuele ter staving dienende stukken, aan de eiser.

5.

Indien de verweerder in zijn antwoord stelt dat de waarde van een niet-geldelijke vordering hoger is dan het in artikel 2, lid 1, vermelde maximum, besluit het gerecht binnen 30 dagen nadat aan de eiser het antwoord is toegezonden of de vordering binnen de werkingssfeer van deze verordening valt. Deze beslissing kan niet afzonderlijk worden betwist.

6.

Een eventuele tegenvordering, in te dienen door gebruik te maken van standaardformulier A, wordt, tezamen met eventuele ter staving dienende stukken, overeenkomstig artikel 13 aan de eiser betekend of ter kennis gebracht. Deze stukken worden binnen veertien dagen na ontvangst verzonden.

De eiser beschikt over een termijn van 30 dagen na de betekening of kennisgeving om op de tegenvordering te reageren.

7.

Indien de tegenvordering het in artikel 2, lid 1, genoemde bedrag overschrijdt, worden de vordering en de tegenvordering niet behandeld volgens de Europese procedure voor geringe vorderingen, maar overeenkomstig het procesrecht dat geldt in de lidstaat waar de procedure wordt gevoerd.

Artikel 2, artikel 4, en de leden 3, 4, en 5, van onderhavig artikel, zijn van overeenkomstige toepassing op de tegenvordering.

Artikel 6

Talen

1.

Het vorderingsformulier, het antwoord, de tegenvordering, het eventuele antwoord daarop en de beschrijving van de ter staving dienende stukken worden ingediend in de taal of een van de talen van het gerecht.

2.

Indien het gerecht enig ander stuk ontvangt dat niet in de taal is gesteld waarin de procedure wordt gevoerd, kan het gerecht een vertaling van deze stukken slechts verlangen indien de vertaling noodzakelijk blijkt voor het geven van de beslissing.

3.

Indien een partij heeft geweigerd een stuk te aanvaarden omdat het niet in een van de volgende talen is gesteld:

a) 

de officiële taal van de aangezochte lidstaat of, indien er in de aangezochte lidstaat verscheidene officiële talen zijn, de officiële taal of een van de officiële talen van de plaats waar de betekening of kennisgeving moet worden verricht of waar het stuk naartoe moet worden gezonden; dan wel

b) 

een taal die de geadresseerde begrijpt,

stelt het gerecht de andere partij daarvan in kennis, zodat deze een vertaling van het stuk kan verstrekken.

Artikel 7

Beëindiging van de procedure

1.

Binnen 30 dagen na ontvangst van het antwoord dat de verweerder of de eiser binnen de in artikel 5, lid 3 of lid 6, bepaalde termijn indient, geeft het gerecht een beslissing of,

a) 

verzoekt het de partijen nadere gegevens over de vordering te verstrekken binnen een wel bepaalde termijn van ten hoogste 30 dagen,

b) 

geeft het aan welk bewijs het verlangt overeenkomstig het bepaalde in artikel 9, of

c) 

roept het de partijen op voor een mondelinge behandeling, die binnen 30 dagen na de oproeping wordt gehouden.

2.

Het gerecht geeft de beslissing binnen 30 dagen na een mondelinge behandeling of na ontvangst van alle informatie die het nodig heeft om een beslissing te geven. De beslissing wordt overeenkomstig artikel 13 aan de partijen betekend of ter kennis gebracht.

3.

Indien het gerecht niet binnen de in artikel 5, lid 3 of lid 6, bepaalde termijn een antwoord van de betrokken partij heeft ontvangen, geeft het een beslissing over de vordering of de tegenvordering.

Artikel 8

Mondelinge behandeling

1.

Wanneer een mondelinge behandeling overeenkomstig artikel 5, lid 1 bis, nodig wordt geacht, wordt daarvoor gebruikgemaakt van elke passende technologie voor communicatie op afstand, zoals videoconferentie of teleconferentie, die het gerecht ter beschikking staat, tenzij het gebruik van deze technologie, wegens de bijzondere omstandigheden van de zaak, niet passend is met het oog op een eerlijke rechtspleging.

Als de te horen persoon zijn woonplaats of gewone verblijfplaats heeft in een andere lidstaat dan de lidstaat van het aangezochte gerecht, wordt de aanwezigheid van die persoon bij een mondelinge behandeling via videoconferentie, teleconferentie of een andere passende technologie voor communicatie op afstand georganiseerd door gebruik te maken van de procedures van Verordening (EG) nr. 1206/2001 van de Raad ().

2.

Elke partij die wordt opgeroepen om in persoon een mondelinge behandeling bij te wonen, kan om het gebruik van technologie voor communicatie op afstand verzoeken, mits dergelijke technologie de rechtbank ter beschikking staat, op grond van het feit dat de regelingen om in persoon aanwezig te zijn, in het bijzonder wat betreft de eventueel door die partij te maken kosten, niet in verhouding staan tot de vordering.

3.

Elke partij die wordt opgeroepen om met behulp van technologie voor communicatie op afstand een mondelinge behandeling bij te wonen, kan verzoeken in persoon bij die behandeling aanwezig te mogen zijn. Aan de hand van het standaardvorderingsformulier A en het standaardantwoordformulier C, die zijn opgesteld overeenkomstig de in artikel 27, lid 2, bedoelde procedure, wordt de partijen ter kennis gebracht dat de terugvordering van eventuele kosten die door een partij zijn gemaakt ten gevolge van haar verzoek om de mondelinge behandeling in persoon bij te wonen, onderworpen is aan de voorwaarden vastgelegd in artikel 16.

4.

Tegen de beslissing van het gerecht over een verzoek bepaald in de leden 2 en 3, kan geen rechtsmiddel worden aangewend zonder betwisting van de beslissing zelf.

Artikel 9

Bewijsverkrijging

1.

Het gerecht bepaalt met welke middelen het bewijs wordt verkregen en welk bewijs het overeenkomstig de voorschriften inzake de toelaatbaarheid van bewijs nodig heeft om een uitspraak te kunnen doen. Het kiest de eenvoudigste en minst bezwarende wijze van bewijsverkrijging.

2.

Het gerecht kan bewijsverkrijging door middel van een schriftelijke verklaring van getuigen, deskundigen of partijen toelaten.

3.

Wanneer de bewijsverkrijging met zich meebrengt dat een persoon wordt gehoord, verloopt deze mondelinge behandeling volgens de in artikel 8 opgenomen voorwaarden.

4.

Het gerecht kan een deskundigenonderzoek of een mondelinge getuigenis slechts gelasten indien het niet mogelijk is uitspraak te doen op basis van ander bewijs.

Artikel 10

Vertegenwoordiging van partijen

De partijen zijn niet verplicht zich door een advocaat of een andere rechtsbeoefenaar te laten vertegenwoordigen.

Artikel 11

Bijstand aan de partijen

1.

De lidstaten zorgen ervoor dat het voor de partijen bij het invullen van de formulieren mogelijk is om zowel praktische bijstand als algemene informatie over het toepassingsgebied van de Europese procedure voor geringe vorderingen te verkrijgen, naast algemene informatie over welke gerechten in de betrokken lidstaat bevoegd zijn uitspraak te doen in een Europese procedure voor geringe vorderingen. Die bijstand wordt kosteloos verleend. Niets in dit lid verplicht de lidstaten tot verlening van rechtsbijstand of juridisch advies in de vorm van een juridische beoordeling van een specifieke zaak.

2.

De lidstaten zorgen ervoor dat informatie over de autoriteiten en organisaties die bevoegd zijn overeenkomstig lid 1 bijstand te verlenen, beschikbaar is bij elk gerecht waarbij de Europese procedure voor geringe vorderingen kan worden ingeleid, en toegankelijk is via de relevante nationale websites.

Artikel 12

Taak van het gerecht

1.

Het gerecht verlangt niet van de partijen dat zij de vordering juridisch beoordelen.

2.

Indien nodig worden de partijen door het gerecht over procedurekwesties geïnformeerd.

3.

Voor zover dit zinvol is, tracht het gerecht een schikking tussen de partijen te bewerkstelligen.

Artikel 13

Betekening of kennisgeving van stukken en andere schriftelijke mededelingen

1.

De betekening of kennisgeving van de in artikel 5, leden 2 en 6, vermelde stukken en van overeenkomstig artikel 7 gegeven beslissingen geschiedt:

a) 

per post;

b) 

door elektronische betekening of kennisgeving zoals bedoeld in de artikelen 19 en 19 bis van Verordening (EU) 2020/1784 van het Europees Parlement en de Raad (), of

c) 

via het bij artikel 4, lid 1, van Verordening (EU) 2023/2844 ingestelde Europees elektronisch toegangspunt, mits de geadresseerde in de loop van de betreffende Europese procedure voor geringe vorderingen vooraf uitdrukkelijk toestemming heeft gegeven voor het gebruik van deze middelen voor betekening of kennisgeving van stukken.

De betekening of kennisgeving van stukken geschiedt met bericht van ontvangst met vermelding van de datum van ontvangst.

2.

Alle niet in lid 1 bedoelde communicatie tussen het gerecht en de partijen of andere bij de procedure betrokken personen wordt verricht hetzij:

a) 

met elektronische middelen verricht met een bericht van ontvangst indien deze middelen technisch beschikbaar zijn en toelaatbaar zijn overeenkomstig de procedurevoorschriften van de lidstaat waar de betrokken Europese procedure voor geringe vorderingen wordt gevoerd, op voorwaarde dat de partij of de betrokkene deze communicatiemiddelen vooraf heeft aanvaard, of overeenkomstig de procedurevoorschriften van de lidstaat waar die partij of persoon haar of zijn woonplaats of haar of zijn gewone verblijfplaats heeft, wettelijk verplicht is deze communicatiemiddelen te aanvaarden, of

b) 

door middel van elektronische communicatie als bedoeld in artikel 4 van Verordening (EU) 2023/2844.

3.

Naast elk ander overeenkomstig de procedurevoorschriften van de lidstaten beschikbaar middel voor het kenbaar maken van de krachtens de leden 1 en 2 vereiste voorafgaande aanvaarding van het gebruik van elektronische middelen, kunnen ook het standaardvorderingsformulier A en het standaardantwoordformulier C worden gebruikt om die aanvaarding kenbaar te maken.

4.

Indien de betekening of kennisgeving overeenkomstig lid 1 niet mogelijk is, kan zij geschieden op een van de wijzen waarin artikel 13 of 14 van Verordening (EG) nr. 1896/2006 voorziet.

Indien mededeling overeenkomstig lid 2 niet mogelijk is, of, wegens de bijzondere omstandigheden van de zaak, niet geschikt is, kan gebruik worden gemaakt van alle andere communicatiemiddelen die toelaatbaar zijn uit hoofde van het recht van de lidstaat waar de Europese procedure voor geringe vorderingen wordt gevoerd.

Artikel 14

Termijnen

1.

Wanneer door het gerecht een termijn wordt gesteld, dient de desbetreffende partij op de hoogte gesteld te worden van de gevolgen van het niet in acht nemen van deze termijn.

2.

Het gerecht kan in uitzonderlijke omstandigheden de in artikel 4, lid 4, artikel 5, leden 3 en 6, en artikel 7, lid 1, bepaalde termijnen verlengen, indien dit nodig is om de rechten van de partijen te waarborgen.

3.

Indien het gerecht zich in uitzonderlijke omstandigheden niet aan de termijnen van artikel 5, leden 2 tot en met 6, en artikel 7, kan houden, neemt het zo snel mogelijk de bij die bepalingen voorgeschreven maatregelen.

Artikel 15

Uitvoerbaarheid van de beslissing

1.

De beslissing is uitvoerbaar, niettegenstaande mogelijk beroep. Er behoeft geen zekerheid te worden gesteld.

2.

Artikel 23 is ook van toepassing indien de beslissing ten uitvoer moet worden gelegd in de lidstaat waar de beslissing is gegeven.

Artikel 15 bis

Gerechtskosten en wijzen van betaling

1.

De in een lidstaat aangerekende gerechtskosten voor de Europese procedure voor geringe vorderingen staan niet in wanverhouding tot de vordering en zijn niet hoger dan de gerechtskosten die worden aangerekend voor nationale vereenvoudigde procedures in die lidstaat.

2.

De lidstaten zorgen ervoor dat de partijen de gerechtskosten via methoden voor betaling op afstand elektronisch kunnen betalen, zodat de partijen de betaling ook kunnen verrichten vanuit een andere lidstaat dan de lidstaat waar het gerecht is gevestigd, in overeenstemming met artikel 9 van Verordening (EU) 2023/2844.

Artikel 16

Kosten

De in het ongelijk gestelde partij wordt in de proceskosten veroordeeld. Het gerecht wijst de in het gelijk gestelde partij echter geen vergoeding toe voor kosten die onnodig zijn gemaakt of die niet in verhouding staan tot de vordering.

Artikel 17

Beroep

1.

De lidstaten delen de Commissie mee of krachtens hun procesrecht beroep kan worden ingesteld tegen een in een Europese procedure voor geringe vorderingen gegeven beslissing en binnen welke termijn een dergelijk beroep moet worden ingesteld. De Commissie maakt deze mededeling openbaar.

2.

De artikelen 15 bis en 16 zijn van toepassing op een beroepsprocedure.

Artikel 18

Heroverweging van de beslissing in uitzonderlijke gevallen

1.

Een verweerder die niet is verschenen, kan het bevoegde gerecht in de lidstaat waar de beslissing is gegeven, om heroverweging van de in een Europese procedure voor geringe vorderingen gegeven beslissing verzoeken indien:

a) 

het vorderingsformulier niet tijdig aan hem is betekend of ter kennis is gebracht, of, in geval van een mondelinge behandeling, hij niet tijdig voor die mondelinge behandeling is opgeroepen, en op zodanige wijze dat hij zijn verweer niet kan regelen, of

b) 

de verweerder de vordering niet heeft kunnen betwisten wegens overmacht of wegens buitengewone omstandigheden buiten zijn schuld,

tenzij de verweerder geen rechtsmiddel tegen de beslissing heeft aangewend toen hij dit kon doen.

2.

De termijn om een heroverweging te vragen is 30 dagen. De termijn gaat in op de dag waarop de verweerder daadwerkelijk kennis heeft gekregen van de inhoud van de beslissing en in staat was om op te treden, maar niet later dan de dag van de eerste tenuitvoerleggingsmaatregel waardoor hij de beschikking over zijn goederen geheel of gedeeltelijk verliest. De termijn mag niet worden verlengd.

3.

Indien het gerecht het in lid 1 bedoelde verzoek tot heroverweging afwijst omdat geen van de aldaar genoemde gronden voor heroverweging van toepassing is, blijft de beslissing van kracht.

Indien het gerecht besluit dat heroverweging om een van de in lid 1 bepaalde gronden gerechtvaardigd is, is de in de Europese procedure voor geringe vorderingen gegeven beslissing nietig. De eiser verliest echter geen voordelen van enige stuiting van de verjarings- of vervaltermijnen ingeval stuiting op grond van het nationaal recht van toepassing is.

Artikel 19

Toepasselijk procesrecht

Onverminderd de bepalingen van deze verordening wordt de Europese procedure voor geringe vorderingen beheerst door het procesrecht van de lidstaat waar de procedure wordt gevoerd.