Hoofdstuk I. Doel en werkingssfeer

Artikel 1

Onderwerp

De verordening stelt een Europese procedure voor geringe vorderingen in (hierna „Europese procedure voor geringe vorderingen” genoemd), die beoogt de procesvoering betreffende geringe vorderingen in grensoverschrijdende zaken te vereenvoudigen en te bespoedigen en de kosten ervan te verminderen. De Europese procedure voor geringe vorderingen is voor de partijen beschikbaar als alternatief voor de bestaande procedures krachtens het recht van de lidstaten.

Ook elimineert deze verordening de intermediaire procedures die nodig zijn voor de erkenning en tenuitvoerlegging in andere lidstaten van in een lidstaat gegeven beslissingen in de Europese procedure voor geringe vorderingen.

Artikel 2

Toepassingsgebied

1.

Deze verordening is, in grensoverschrijdende zaken als gedefinieerd in artikel 3, van toepassing in burgerlijke en handelszaken ongeacht de aard van het gerecht, indien de waarde van een vordering, alle rente, kosten en uitgaven niet meegerekend, op het tijdstip dat het vorderingsformulier door het bevoegde gerecht wordt ontvangen, niet meer bedraagt dan 5 000  EUR. Zij heeft in het bijzonder geen betrekking op fiscale zaken, douanezaken en bestuursrechtelijke zaken, of op de aansprakelijkheid van de staat wegens handelingen of omissies bij de uitoefening van het staatsgezag (acta jure imperii).

2.

Deze verordening is niet van toepassing op zaken met betrekking tot:

a) 

de staat en de bevoegdheid van natuurlijke personen;

b) 

het huwelijksvermogensrecht of het vermogensrecht ter zake van relatievormen waaraan volgens het hierop toepasselijke recht gevolgen worden verbonden die vergelijkbaar zijn met die van het huwelijk;

c) 

onderhoudsverplichtingen die voortvloeien uit familiebetrekkingen, bloedverwantschap, huwelijk of aanverwantschap;

d) 

testamenten en erfenissen, met inbegrip van onderhoudsverplichtingen die ontstaan als gevolg van overlijden;

e) 

het faillissement, akkoorden en andere soortgelijke procedures;

f) 

de sociale zekerheid;

g) 

arbitrage;

h) 

arbeidsrecht;

i) 

huur en verhuur, pacht en verpachting van onroerende zaken, met uitzondering van vorderingen van geldelijke aard, of

j) 

inbreuken op de persoonlijke levenssfeer en op de persoonlijkheidsrechten, met inbegrip van laster.

Artikel 3

Grensoverschrijdende zaken

1.

In deze verordening wordt onder grensoverschrijdende zaak verstaan, een zaak waarin ten minste een van de partijen haar woonplaats of haar gewone verblijfplaats heeft in een andere lidstaat dan de lidstaat van het aangezochte gerecht.

2.

De woonplaats wordt bepaald overeenkomstig de artikelen 62 en 63 van Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad ().

3.

De datum waarop het vorderingsformulier door het bevoegde gerecht wordt ontvangen, is het relevante tijdstip om te bepalen of een zaak een grensoverschrijdende zaak is.