Hoofdstuk 2. Procedure voor het verkrijgen van een bevel tot conservatoir beslag
Artikel 5
Beschikbaarheid
De schuldeiser kan in de volgende gevallen een bevel tot conservatoir beslag verkrijgen:
vóór of tijdens elke fase van een door hem in een lidstaat tegen de schuldenaar ingestelde procedure betreffende het bodemgeschil, zolang geen rechterlijke beslissing is gegeven of geen gerechtelijke schikking is goedgekeurd of getroffen;
nadat hij in een lidstaat een rechterlijke beslissing, gerechtelijke schikking of authentieke akte heeft verkregen op grond waarvan de schuldenaar de vordering moet voldoen.
Artikel 6
Rechterlijke bevoegdheid
Indien de schuldeiser nog geen rechterlijke beslissing, gerechtelijke schikking of authentieke akte heeft verkregen, zijn de gerechten van de lidstaat die overeenkomstig de toepasselijke regels bevoegd zijn om van het bodemgeschil kennis te nemen, tevens bevoegd om het bevel tot conservatoir beslag uit te vaardigen.
Niettegenstaande lid 1 zijn de gerechten van de lidstaat waar de schuldenaar zijn woonplaats heeft bij uitsluiting bevoegd om een bevel tot conservatoir beslag ter bescherming van een vordering uit overeenkomst uit te vaardigen, in het geval dat de schuldenaar een consument is die een overeenkomst met de schuldeiser heeft gesloten voor een gebruik dat niet als bedrijfs- of beroepsmatig kan worden beschouwd.
Indien de schuldeiser reeds een rechterlijke beslissing of gerechtelijke schikking heeft verkregen, zijn de gerechten van de lidstaat waar de rechterlijke beslissing is gegeven of de gerechtelijke schikking is goedgekeurd of getroffen, bevoegd een bevel tot conservatoir beslag betreffende de in de rechterlijke beslissing of gerechtelijke schikking bedoelde vordering uit te vaardigen.
Indien de schuldeiser een authentieke akte heeft verkregen, zijn de gerechten die daartoe zijn aangewezen in de lidstaat waar die akte is opgesteld, bevoegd een bevel tot conservatoir beslag betreffende de in die akte bedoelde vordering uit te vaardigen.
Artikel 7
Voorwaarden voor het uitvaardigen van een bevel tot conservatoir beslag
Het gerecht vaardigt het bevel tot conservatoir beslag uit indien de schuldeiser voldoende bewijsmateriaal heeft verstrekt om het gerecht ervan te overtuigen dat er dringend behoefte bestaat aan een bewarende maatregel in de vorm van een bevel tot conservatoir beslag, gelet op het reële risico dat, zonder een dergelijke maatregel, de latere inning van de vordering van de schuldeiser jegens de schuldenaar onmogelijk wordt gemaakt of wordt bemoeilijkt.
Indien de schuldeiser in een lidstaat nog geen rechterlijke beslissing, gerechtelijke schikking of authentieke akte heeft verkregen op grond waarvan de schuldenaar de vordering moet voldoen, verstrekt de schuldeiser tevens voldoende bewijsmateriaal om het gerecht ervan te overtuigen dat zijn vordering tegen de schuldenaar waarschijnlijk gegrond wordt verklaard.
Artikel 8
Verzoek om een bevel tot conservatoir beslag
Het verzoek om een bevel tot conservatoir beslag wordt ingediend door middel van het formulier dat volgens de in artikel 52, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure is vastgesteld.
Het verzoek bevat de volgende elementen:
de naam en het adres van het gerecht waar het verzoek wordt ingediend;
gegevens betreffende de schuldeiser: de naam en contactgegevens van de schuldeiser en, in voorkomend geval, van zijn vertegenwoordiger, en
indien de schuldeiser een natuurlijke persoon is, zijn geboortedatum en, in voorkomend geval en indien beschikbaar, het nummer van zijn identiteitskaart of het paspoort; of
indien de schuldeiser een rechtspersoon is of een andere entiteit die krachtens het recht van een lidstaat bevoegd is om als eiser of verweerder in rechte op te treden, de staat van de statutaire zetel en het identificatie- of registratienummer of, bij gebreke hiervan, de datum en plaats van vestiging, oprichting of registratie;
gegevens betreffende de schuldenaar: de naam en contactgegevens van de schuldenaar en, in voorkomend geval, van zijn vertegenwoordiger, en, indien beschikbaar:
indien de schuldenaar een natuurlijk persoon is, zijn geboortedatum en het nummer van zijn identiteitsbewijs of paspoort; of
indien de schuldenaar een rechtspersoon is of een andere entiteit die volgens het recht van een staat bevoegd is om als eiser of verweerder in rechte op te treden, de staat van de statutaire zetel en het identificatie- of registratienummer of, bij gebreke hiervan, de datum en plaats van vestiging, oprichting of registratie;
een nummer aan de hand waarvan de bank kan worden bepaald, zoals het IBAN of de BIC en/of de naam en het adres van de bank, waar de schuldenaar een of meer rekeningen aanhoudt waarop conservatoir beslag moet worden gelegd;
indien beschikbaar, het nummer van de rekening of rekeningen waarop conservatoir beslag moet worden gelegd en, in dat geval, de vermelding of op andere rekeningen die de schuldenaar bij dezelfde bank aanhoudt, conservatoir beslag moet worden gelegd;
indien geen van de onder d) bedoelde gegevens kan worden verstrekt, een verklaring dat een verzoek om rekeninginformatie overeenkomstig artikel 14 wordt ingediend, indien een dergelijk verzoek mogelijk is, en een vermelding van de redenen waarom de schuldeiser van mening is dat de schuldenaar een of meer rekeningen bij een bank in een bepaalde lidstaat aanhoudt;
het bedrag waarvoor om het bevel tot conservatoir beslag wordt verzocht:
indien de schuldeiser nog geen rechterlijke beslissing, gerechtelijke schikking of authentieke akte heeft verkregen, het bedrag van de hoofdvordering of een gedeelte daarvan en van alle rente die overeenkomstig artikel 15 kan worden geïnd;
indien de schuldeiser reeds een rechterlijke beslissing, gerechtelijke schikking of authentieke akte heeft verkregen, het in de rechterlijke beslissing, gerechtelijke schikking of authentieke akte bepaalde bedrag van de hoofdvordering of een onderdeel daarvan en alle rente en kosten die overeenkomstig artikel 15 kunnen worden geïnd;
indien de schuldeiser nog geen rechterlijke beslissing, gerechtelijke schikking of authentieke akte heeft verkregen:
een beschrijving van alle relevante elementen ter ondersteuning van de bevoegdheid van het gerecht waar het verzoek om het bevel tot conservatoir beslag is ingediend;
een beschrijving van alle relevante omstandigheden die als grondslag voor de vordering en, in voorkomend geval, de gevorderde rente worden aangevoerd;
een verklaring die aangeeft of de schuldeiser reeds een procedure betreffende het bodemgeschil heeft ingesteld tegen de schuldenaar;
indien de schuldeiser reeds een rechterlijke beslissing, gerechtelijke schikking of authentieke akte heeft verkregen, een verklaring dat aan de rechterlijke beslissing, gerechtelijke schikking of authentieke akte nog geen gevolg is gegeven of, in voorkomend geval, de vermelding in welke mate eraan gevolg is gegeven;
een beschrijving van alle relevante omstandigheden die overeenkomstig artikel 7, lid 1, grond opleveren voor de uitvaardiging van het bevel tot conservatoir beslag;
in voorkomend geval, een opgave van de redenen waarom de schuldeiser meent te moeten worden vrijgesteld van zekerheidstelling overeenkomstig artikel 12;
een lijst van het door de schuldeiser verstrekte bewijsmateriaal;
een verklaring van de schuldeiser, overeenkomstig artikel 16, over de vraag of hij al dan niet andere gerechten of instanties om een gelijkwaardig nationaal bevel heeft verzocht en of het verzoek is ingewilligd of afgewezen en, indien het is ingewilligd, in welke mate aan het bevel uitvoering is gegeven;
een facultatieve vermelding van de bankrekening van de schuldeiser waarop de schuldenaar de vordering vrijwillig kan voldoen;
een verklaring van de schuldeiser dat de informatie in het verzoek naar zijn beste weten juist en volledig is en dat opzettelijk onjuiste of onvolledige verklaringen juridische gevolgen kunnen hebben krachtens het recht van de lidstaat waar het verzoek wordt ingediend, of tot aansprakelijkheid in de zin van artikel 13 kunnen leiden.
Het verzoek gaat vergezeld van alle nuttige bewijsstukken en, indien de schuldeiser reeds een rechterlijke beslissing, gerechtelijke schikking of authentieke akte heeft verkregen, een afschrift van de rechterlijke beslissing, gerechtelijke schikking of authentieke akte dat voldoet aan de voorwaarden om de echtheid ervan te kunnen vaststellen.
Het verzoek en de bewijsstukken kunnen worden ingediend met alle mogelijke – ook digitale – communicatiemiddelen die worden aanvaard krachtens het procesrecht van de lidstaat waar het verzoek wordt ingediend, of door middel van elektronische communicatie als bedoeld in artikel4 van Verordening (EU) 2023/2844 van het Europees Parlement en de Raad ().
Artikel 9
Bewijsverkrijging
Het gerecht doet uitspraak bij wege van een schriftelijke procedure aan de hand van de gegevens en de bewijsstukken die de schuldeiser in of bij zijn verzoek heeft verstrekt. Indien het gerecht het verstrekte bewijsmateriaal ontoereikend acht, kan het de schuldeiser verzoeken aanvullende bewijsstukken over te leggen, indien het nationale recht dat toestaat.
Niettegenstaande lid 1 en behoudens artikel 11, kan het gerecht voorts, mits dat de procedure niet onnodig vertraagt, bewijsmateriaal trachten te verkrijgen met andere passende middelen die hem volgens het nationaal recht ter beschikking staan, zoals het mondeling horen van de schuldeiser of zijn getuigen, onder meer per videoconferentie of met behulp van andere communicatietechnologie.
Artikel 10
Instelling van een procedure betreffende het bodemgeschil
Indien de schuldeiser een verzoek om een bevel tot conservatoir beslag heeft ingediend voordat hij een procedure betreffende het bodemgeschil heeft ingesteld, stelt hij deze procedure in en levert hij het gerecht waar het verzoek om het bevel is ingediend daarvan het bewijs, uiterlijk dertig dagen na de datum waarop hij het verzoek heeft ingediend of, indien dit later is, binnen veertien dagen na de datum waarop het bevel is uitgevaardigd. Tevens kan het gerecht, op verzoek van de schuldenaar en onder kennisgeving aan de beide partijen, die termijn verlengen, bijvoorbeeld om de partijen de zaak te laten schikken.
Indien het gerecht binnen de in lid 1 bedoelde termijn niet het bewijs heeft ontvangen dat de procedure is ingeleid, wordt het bevel tot conservatoir beslag ingetrokken of eindigt het en worden de partijen daarvan op de hoogte gebracht.
Indien het gerecht dat het bevel heeft uitgevaardigd zich in de lidstaat van tenuitvoerlegging bevindt, wordt het bevel ingetrokken of eindigt het overeenkomstig het recht van die lidstaat.
Indien het bevel moet worden ingetrokken of het bevel eindigt in een andere lidstaat dan de lidstaat van herkomst, wordt het bevel door het gerecht ingetrokken met behulp van het formulier dat door middel van volgens de in artikel 52, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure aangenomen uitvoeringshandelingen is vastgesteld, en dat overeenkomstig artikel 29 aan de bevoegde instantie van de lidstaat van tenuitvoerlegging wordt toegezonden. Die instantie onderneemt de nodige stappen om in voorkomend geval artikel 23 toe te passen om de intrekking of de beëindiging van de tenuitvoerlegging uitgevoerd te zien.
Voor de toepassing van lid 1 wordt de procedure betreffende het bodemgeschil geacht te zijn ingesteld:
op het tijdstip waarop het stuk waarmee de procedure wordt ingeleid of een gelijkwaardig stuk bij het gerecht wordt ingediend, mits de schuldeiser vervolgens niet heeft nagelaten te doen wat hij met het oog op de betekening of de kennisgeving van het stuk aan de schuldenaar moest doen; of
indien het stuk betekend of ter kennis gebracht moet worden voordat het bij het gerecht wordt ingediend, op het tijdstip waarop de instantie die belast is met de betekening of kennisgeving het stuk ontvangt, mits de schuldeiser vervolgens niet heeft nagelaten te doen wat hij met het oog op de indiening van het stuk bij het gerecht moest doen.
De onder b) van de eerste alinea bedoelde instantie die belast is met de betekening of de kennisgeving is de eerste instantie die de te betekenen of ter kennis te brengen stukken ontvangt.
Artikel 11
Niet-contradictoire procedure
De schuldenaar wordt niet in kennis gesteld van het verzoek om een bevel tot conservatoir beslag, noch gehoord, voordat het bevel is uitgevaardigd.
Artikel 12
Zekerheidstelling door de schuldeiser
Voordat het gerecht, in het geval dat de schuldeiser nog geen rechterlijke beslissing, gerechtelijke schikking of authentieke akte heeft verkregen, een bevel tot conservatoir beslag uitvaardigt, verlangt het dat de schuldeiser zekerheid stelt ten belope van een bedrag dat volstaat om misbruik te voorkomen van de procedure waarin deze verordening voorziet en de door de schuldenaar als gevolg van het bevel geleden schade te vergoeden, voor zover de schuldeiser overeenkomstig artikel 13 aansprakelijk is voor die schade.
Het gerecht kan bij wijze van uitzondering van de in de eerste alinea vermelde regel afwijken indien het de in die alinea vermelde zekerheidstelling in het licht van de omstandigheden niet passend acht.
Indien de schuldeiser reeds een rechterlijke beslissing, gerechtelijke schikking of authentieke akte heeft verkregen, kan het gerecht, alvorens het bevel uit te vaardigen, van de schuldeiser verlangen dat hij een zekerheid in de zin van lid 1, eerste alinea, stelt, indien het dat in de omstandigheden van het geval noodzakelijk en passend acht.
Indien het gerecht verlangt dat een zekerheid overeenkomstig dit artikel moet worden gesteld, wordt aan de schuldeiser meegedeeld voor welk bedrag hij zekerheid moet stellen en welke vorm aanvaardbaar is op grond van het recht van de lidstaat waar het gerecht zich bevindt. Het gerecht vermeldt dat het het bevel tot conservatoir beslag zal uitvaardigen nadat overeenkomstig deze vereisten zekerheid is gesteld.
Artikel 13
Aansprakelijkheid van de schuldeiser
De schuldeiser is aansprakelijk voor iedere schade die de schuldenaar door het bevel tot conservatoir beslag lijdt en die te wijten is aan de schuldeiser. De bewijslast rust op de schuldenaar.
In de volgende gevallen wordt de schuldeiser, behoudens tegenbewijs, verondersteld aansprakelijk te zijn:
indien het bevel wordt ingetrokken omdat de schuldeiser, buiten het geval van voldoening van de vordering door de schuldenaar of een andere vorm van schikking tussen de partijen, heeft verzuimd een procedure betreffende het bodemgeschil in te stellen;
indien de schuldeiser heeft verzuimd krachtens artikel 27 het teveel waarop beslag is gelegd te laten vrijgeven;
indien naderhand blijkt dat het bevel niet, of slechts voor een lager bedrag, terecht is uitgevaardigd, omdat de schuldeiser niet aan de verplichtingen uit hoofde van artikel 16 heeft voldaan; of
indien het bevel wordt ingetrokken of eindigt omdat de schuldeiser niet heeft voldaan aan de in deze verordening vastgelegde verplichtingen inzake betekening of kennisgeving of vertaling, of inzake het verhelpen van het ontbreken van betekening of kennisgeving of vertaling.
Niettegenstaande lid 1 kunnen de lidstaten in hun nationaal recht andere gronden of vormen van aansprakelijkheid of regels over de bewijslast handhaven of opnemen. Alle andere dan de in de leden 1 en 2 bedoelde aspecten van de aansprakelijkheid jegens de schuldeiser vallen onder het nationale recht.
De aansprakelijkheid van de schuldeiser wordt beheerst door het recht van de lidstaat van tenuitvoerlegging.
Indien in meer dan één lidstaat op rekeningen beslag wordt gelegd, is het op de aansprakelijkheid van de schuldeiser toepasselijke recht dat van de lidstaat van tenuitvoerlegging:
waar de schuldenaar zijn gewone verblijfplaats in de zin van artikel 23 van Verordening (EG) nr. 864/2007 van het Europees Parlement en de Raad () heeft of, bij gebreke hiervan,
die het nauwst verbonden is met de zaak.
Dit artikel heeft geen betrekking op mogelijke aansprakelijkheid van de schuldeiser jegens de bank of een derde.
Artikel 14
Verzoek voor het verkrijgen van rekeninginformatie
Indien de schuldeiser in een lidstaat een uitvoerbare rechterlijke beslissing, gerechtelijke schikking of authentieke akte heeft verkregen op grond waarvan de schuldenaar de vordering moet voldoen en de schuldeiser redenen heeft om aan te nemen dat de schuldenaar een of meer rekeningen bij een bank heeft waarvan hij noch de naam en/of het adres kent, noch het IBAN, de BIC of een ander bankrekeningnummer aan de hand waarvan de bank kan worden geïdentificeerd, kan hij het gerecht waar het verzoek om een bevel tot conservatoir beslag wordt ingediend vragen de informatie-instantie van de lidstaat van tenuitvoerlegging de gegevens te laten inwinnen aan de hand waarvan de bank of banken en de rekening of rekeningen van de schuldenaar kunnen worden geïdentificeerd.
Niettemin kan de schuldeiser om de in de voorgaande alinea bedoelde rekeninginformatie verzoeken indien de door hem verkregen rechterlijke beslissing, gerechtelijke schikking of authentieke akte nog niet uitvoerbaar is en het bedrag waarop beslag moet worden gelegd gezien de omstandigheden aanzienlijk is en de schuldeiser voldoende bewijsmateriaal heeft verstrekt om het gerecht ervan te overtuigen dat de informatie dringend moet worden verstrekt, omdat anders de latere inning van de vordering van de schuldeiser jegens de schuldenaar in het gedrang dreigt te komen, waardoor de financiële situatie van de schuldeiser aanzienlijk zou kunnen verslechteren.
Het informatieverzoek wordt door de schuldeiser vervat in het in lid 1 vermelde verzoek om een bevel tot conservatoir beslag. De schuldeiser maakt aannemelijk waarom volgens hem de schuldenaar een of meer rekeningen bij een bank in een bepaalde lidstaat aanhoudt, en verstrekt alle hem beschikbare en relevante informatie omtrent de schuldenaar en de rekeningen waarop beslag moet worden gelegd. Indien het gerecht waar het verzoek om een bevel tot conservatoir beslag is ingediend het verzoek onvoldoende onderbouwd acht, wordt het verworpen.
Indien het gerecht ervan overtuigd is dat het verzoek om informatie voldoende is onderbouwd en dat aan alle voorwaarden en vereisten voor de uitvaardiging van het bevel is voldaan, met uitzondering van hetgeen in artikel 8, lid 2, onder d), met betrekking tot informatie en, in voorkomend geval, in artikel 12 inzake zekerheidstelling is voorgeschreven, doet het verzoek om informatie overeenkomstig artikel 29 aan de informatie-instantie van de lidstaat van tenuitvoerlegging toekomen.
De informatie-instantie in de lidstaat van tenuitvoerlegging gebruikt een van de in lid 5 bedoelde, in die lidstaat beschikbare middelen om de in lid 1 bedoelde informatie te verkrijgen.
Elke lidstaat voorziet in zijn nationale recht in ten minste een van de volgende middelen om de in lid 1 bedoelde informatie te verkrijgen:
de verplichting dat alle banken op zijn grondgebied, op verzoek van de informatie-instantie, bekendmaken of de schuldenaar bij hen een rekening aanhoudt;
het recht van de informatie-instantie om toegang te krijgen tot de relevante informatie die de overheid in registers of op andere wijze bijhoudt;
de mogelijkheid dat zijn gerechten de schuldenaar de verplichting opleggen bekend te maken bij welke banken op het grondgebied van die lidstaat hij een of meer rekeningen aanhoudt, en hem voorts door een bevel in personam verbieden tegoeden op die rekening of rekeningen op te nemen of over te dragen tot het bedrag waarop beslag moet worden gelegd overeenkomstig het bevel tot conservatoir beslag; of
elk ander middel dat doeltreffend en doelmatig is om de relevante informatie te verkrijgen, mits deze niet onevenredig kostbaar zijn of onevenredig veel tijd vergen.
Ongeacht de middelen waarin een lidstaat voorziet, wordt door alle bij het verkrijgen van de informatie betrokken instanties met bekwame spoed gehandeld.
Zodra de informatie-instantie van de lidstaat van tenuitvoerlegging de rekeninginformatie heeft verkregen, doet zij deze overeenkomstig artikel 29 toekomen aan het gerecht dat ze heeft opgevraagd.
Indien de informatie-instantie de in lid 1 bedoelde informatie niet kan verkrijgen, deelt zij dit mee aan het gerecht dat de informatie heeft opgevraagd. Wordt het verzoek om een bevel tot conservatoir beslag, omwille van het ontbreken van rekeninginformatie, geheel afgewezen, dan beslist het gerecht dat de informatie heeft opgevraagd tot onmiddellijke vrijgave van de misschien door de schuldeiser overeenkomstig artikel 12 gestelde zekerheid.
Indien de informatie-instantie op grond van dit artikel informatie ontvangt van een bank of haar toegang wordt verleend tot rekeninginformatie die de overheid in registers bijhoudt, wordt de kennisgeving aan de schuldenaar van de openbaarmaking van zijn persoonsgegevens voor een termijn van dertig dagen opgeschort, om te voorkomen dat door vroegtijdige kennisgeving het effect van het bevel tot conservatoir beslag in het gedrang komt.
Artikel 15
Rente en kosten
Op verzoek van de schuldeiser omvat het bevel tot conservatoir beslag de krachtens het toepasselijke recht aangegroeide rente op de vordering tot op de datum van uitvaardiging van het bevel, mits het opnemen van het rentebedrag of de rentevorm niet in strijd is met bepalingen van bijzonder dwingend recht in de lidstaat van herkomst.
Indien de schuldeiser reeds een rechterlijke beslissing, gerechtelijke schikking of authentieke akte heeft verkregen, omvat het bevel tot conservatoir beslag op verzoek van de schuldeiser tevens de kosten van het verkrijgen van een dergelijke beslissing, schikking of akte, voor zover is bepaald dat deze kosten ten laste van de schuldenaar komen.
Artikel 16
Parallelle verzoeken
Het is de schuldeiser niet toegestaan gelijktijdig bij verschillende gerechten parallelle verzoeken voor een bevel tot conservatoir beslag met betrekking tot dezelfde schuldenaar gericht op het veiligstellen van dezelfde vordering in te dienen.
In het verzoek om een bevel tot conservatoir beslag vermeldt de schuldeiser of hij reeds bij een ander gerecht of instantie een verzoek om een gelijkwaardig nationaal bevel met betrekking tot dezelfde schuldenaar en dezelfde vordering heeft ingediend, dan wel reeds heeft verkregen. Hij vermeldt in voorkomend geval ook verzoeken die als niet-ontvankelijk of ongegrond zijn afgewezen.
Indien de schuldeiser tijdens de bevelprocedure een gelijkwaardig nationaal bevel met betrekking tot dezelfde schuldenaar en dezelfde vordering verkrijgt, brengt hij het gerecht hiervan, alsmede van de aan het nationaal bevel gegeven uitvoering, onverwijld op de hoogte. Hij vermeldt tevens welke verzoeken om een gelijkwaardig nationaal bevel als niet-ontvankelijk of ongegrond zijn afgewezen.
Indien het gerecht verneemt dat de schuldeiser reeds een gelijkwaardig nationaal bevel heeft verkregen, overweegt het of het, alle omstandigheden van het geval in aanmerking genomen, nog steeds aangewezen is het bevel geheel of gedeeltelijk uit te vaardigen.
Artikel 17
Beslissing over het verzoek om een bevel tot conservatoir beslag
Het gerecht waar het verzoek om een bevel tot conservatoir beslag is ingediend, onderzoekt of aan de in deze verordening gestelde voorwaarden en vereisten is voldaan.
Het gerecht beslist onverwijld over het verzoek, en uiterlijk binnen de in artikel 18 bepaalde termijn.
Indien de schuldeiser niet alle in artikel 8 bedoelde informatie heeft verstrekt, kan het gerecht, tenzij het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk of ongegrond is, een termijn bepalen waarbinnen de schuldeiser het verzoek moet hebben aangevuld of gecorrigeerd. Indien de schuldeiser het verzoek niet binnen die termijn heeft aangevuld of gecorrigeerd, wordt het afgewezen.
Het bevel tot conservatoir beslag wordt uitgevaardigd voor het bedrag dat wordt gegrond op het in artikel 9 bedoelde bewijsmateriaal en zoals bepaald door het op de onderliggende vordering toepasselijke recht, en omvat in voorkomend geval ook de rente en kosten overeenkomstig artikel 15.
Het bevel mag in geen geval worden uitgevaardigd voor een hoger bedrag dan het bedrag dat de schuldeiser in zijn verzoek heeft opgegeven.
De beslissing over het verzoek wordt de schuldeiser ter kennis gebracht volgens de in het recht van de lidstaat van herkomst vastgelegde procedure voor gelijkwaardige nationale bevelen of door middel van elektronische communicatie als bedoeld in artikel4 van Verordening (EU) 2023/2844.
Artikel 18
Termijnen voor de beslissing over het verzoek om een bevel tot conservatoir beslag
Indien de schuldeiser nog geen rechterlijke beslissing, gerechtelijke schikking of authentieke akte heeft verkregen, beslist het gerecht uiterlijk op de tiende werkdag nadat de schuldeiser het verzoek heeft ingediend of, in voorkomend geval, heeft aangevuld.
Indien de schuldeiser reeds een rechterlijke beslissing, gerechtelijke schikking of authentieke akte heeft verkregen, beslist het gerecht uiterlijk op de vijfde werkdag nadat de schuldeiser het verzoek heeft ingediend of, in voorkomend geval, heeft aangevuld.
Indien het gerecht overeenkomstig artikel 9, lid 2, oordeelt dat de schuldeiser of, naargelang van het geval, zijn getuigen, mondeling moeten worden gehoord, geschiedt dit onverwijld, en beslist het gerecht uiterlijk op de vijfde werkdag na het horen.
In de in artikel 12 bedoelde gevallen zijn de in de leden 1, 2 en 3 van dit artikel bepaalde termijnen van toepassing op de beslissing dat de schuldeiser een zekerheid moet stellen. Zodra de schuldeiser de vereiste zekerheid heeft gesteld, beslist het gerecht onverwijld inzake het verzoek om een bevel tot conservatoir beslag.
Artikel 19
Vorm en inhoud van het bevel tot conservatoir beslag
Het bevel tot conservatoir beslag wordt verleend middels het formulier dat door middel van volgens de in artikel 52, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure aangenomen uitvoeringshandelingen is vastgesteld, en wordt door het gerecht afgestempeld, ondertekend en/of anderszins gelegaliseerd. Het formulier bestaat uit twee delen:
deel A, met de in lid 2 bedoelde informatie die aan de bank, de schuldeiser en de schuldenaar moet worden verstrekt; en
deel B, met de in lid 3 bedoelde informatie die aan de schuldeiser en de schuldenaar naast de in lid 2 bedoelde informatie moet worden verstrekt.
Deel A bevat de volgende gegevens:
de naam en het adres van het gerecht en het dossiernummer;
de in artikel 8, lid 2, onder b), bedoelde gegevens betreffende de schuldeiser;
de in artikel 8, lid 2, onder c), bedoelde gegevens betreffende de schuldenaar;
de naam en het adres van de in het bevel bedoelde bank;
indien de schuldeiser het rekeningnummer van de schuldenaar in het verzoek heeft vermeld, het nummer van de rekening of rekeningen waarop beslag moet worden gelegd en, in voorkomend geval, de vermelding dat ook op andere rekeningen die de schuldenaar bij dezelfde bank aanhoudt, beslag moet worden gelegd;
in voorkomend geval, de vermelding dat het nummer van enige rekening waarop beslag moet worden gelegd, werd verkregen door middel van een verzoek overeenkomstig artikel 14, en dat de bank, indien noodzakelijk overeenkomstig artikel 24, lid 4, tweede alinea, het nummer heeft verkregen van de informatie-instantie van de lidstaat van tenuitvoerlegging;
het bedrag waarop het bevel betrekking heeft;
de aan de bank gegeven opdracht uitvoering te geven aan het bevel, overeenkomstig artikel 24;
de datum van het bevel;
indien de schuldeiser overeenkomstig artikel 8, lid 2, onder n), in het verzoek een rekening heeft opgegeven, de overeenkomstig artikel 24, lid 3, aan de bank verleende machtiging om, op verzoek van de schuldenaar en indien toegestaan overeenkomstig het recht van de lidstaat van tenuitvoerlegging, op de rekening waarop beslag is gelegd tegoeden tot het in het bevel genoemd bedrag vrij te geven en ze over te maken op de door de schuldeiser opgegeven rekening;
de plaats waar de elektronische versie van het te gebruiken formulier voor de in artikel 25 bedoelde verklaring te vinden is.
Deel B bevat de volgende gegevens:
een beschrijving van de zaak en van de motivering van het gerecht om het bevel uit te vaardigen;
in voorkomend geval, het bedrag van de door de schuldeiser gestelde zekerheid;
in voorkomend geval, de termijn voor het instellen van een procedure betreffende het bodemgeschil en voor het leveren van het bewijs, aan het gerecht dat het bevel heeft uitgevaardigd, dat deze procedure is ingesteld;
in voorkomend geval, de vermelding welke stukken op grond van artikel 49, lid 1, tweede zin, moeten worden vertaald;
in voorkomend geval, de vermelding dat het de taak van de schuldeiser is het bevel ten uitvoer te laten leggen, en bijgevolg, in voorkomend geval, de vermelding dat het de taak van de schuldeiser is om het bevel overeenkomstig artikel 23, lid 3, aan de bevoegde instantie van de lidstaat van tenuitvoerlegging toe te zenden, en het overeenkomstig artikel 28, leden 2, 3 en 4, aan de schuldenaar te laten betekenen; en
informatie over de rechtsmiddelen die de schuldenaar ter beschikking staan.
Indien het bevel tot conservatoir beslag betrekking heeft op rekeningen bij verschillende banken, wordt voor elke bank een apart formulier (deel A overeenkomstig lid 2) ingevuld. In een dergelijk geval bevat het formulier dat aan de schuldeiser en de schuldenaar wordt bezorgd (deel A en deel B, respectievelijk overeenkomstig de leden 2 en 3) een lijst van alle betrokken banken.
Artikel 20
Geldigheidsduur van het conservatoir beslag
Het beslag op de tegoeden waarop het bevel tot conservatoir beslag betrekking heeft, blijft gehandhaafd zoals in het bevel en in latere wijzigingen of beperkingen van dat bevel overeenkomstig hoofdstuk 4 is bepaald:
totdat het bevel wordt ingetrokken;
totdat de tenuitvoerlegging van het bevel wordt beëindigd; of
totdat een maatregel tot de tenuitvoerlegging van een uitspraak, een gerechtelijke schikking of een authentieke akte die door de schuldeiser met betrekking tot de vordering die door het conservatoir beslag gewaarborgd moest worden, van kracht is geworden met betrekking tot de door het beslag gedekte tegoeden.
Artikel 21
Hoger beroep tegen de weigering het bevel tot conservatoir beslag uit te vaardigen
De schuldeiser kan hoger beroep instellen tegen iedere beslissing van het gerecht waarbij het verzoek om een bevel tot conservatoir beslag geheel of ten dele wordt afgewezen.
Het beroep wordt ingesteld binnen dertig dagen na de datum waarop de in lid 1 bedoelde beslissing ter kennis van de schuldeiser is gebracht. Het wordt ingesteld bij het door de betrokken lidstaat overeenkomstig artikel 50, lid 1, onder d), aan de Commissie gemeld gerecht.
Indien het verzoek om een bevel tot conservatoir beslag geheel is afgewezen, wordt het beroep, overeenkomstig artikel 11, niet op tegenspraak behandeld.