Artikel 34 Verordening Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen (655/2014)

Rechtsmiddelen van de schuldenaar tegen de tenuitvoerlegging van het bevel tot conservatoir beslag

1.

Niettegenstaande de artikelen 33 en 35 wordt op verzoek van de schuldenaar door het bevoegde gerecht of, indien het nationale recht van de lidstaat van tenuitvoerlegging daarin voorziet, door de bevoegde tenuitvoerleggingsinstantie in die lidstaat, de tenuitvoerlegging van het bevel tot conservatoir beslag in de lidstaat van tenuitvoerlegging:

a) 

beperkt op grond dat bepaalde op de rekening aangehouden bedragen overeenkomstig artikel 31, lid 3, niet voor beslag vatbaar behoren te zijn, of dat bij de uitvoering van het bevel overeenkomstig artikel 31, lid 2, niet of niet correct rekening is gehouden met de bedragen die niet voor beslag vatbaar zijn; of

b) 

beëindigd op grond dat:

i) 

de rekening waarop conservatoir beslag is gelegd overeenkomstig artikel 2, leden 3 en 4, buiten het toepassingsgebied van deze verordening valt;

ii) 

de tenuitvoerlegging van de rechterlijke beslissing, de gerechtelijke schikking of de authentieke akte, die de schuldeiser middels het bevel beoogde te beschermen, werd geweigerd in de lidstaat van tenuitvoerlegging;

iii) 

de uitvoerbaarheid van de rechterlijke beslissing, die de schuldeiser middels het bevel beoogde te beschermen, in de lidstaat van herkomst is opgeschort; of

iv) 

onder b), c), d), e), f) of g), van artikel 33, lid 1, van toepassing is. Artikel 33, leden 3, 4 en 5, is in voorkomend geval van toepassing.

2.

De tenuitvoerlegging van het bevel tot conservatoir beslag in de lidstaat van tenuitvoerlegging wordt, op verzoek van de schuldenaar, door het bevoegde gerecht in die lidstaat beëindigd indien zij kennelijk strijdig is met de openbare orde van die lidstaat.

Geconsolideerde tekst van 01-05-2025 (bron: EUR-Lex). Juridisch bindend is alleen de tekst in het Publicatieblad van de EU.