Hoofdstuk 1. Onderwerp, toepassingsgebied en definities
Artikel 1
Onderwerp
Bij deze verordening wordt een Unieprocedure ingesteld waarmee een schuldeiser een Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen („bevel tot conservatoir beslag” of „bevel”) kan verkrijgen, welke verhindert dat de latere inning van de vordering van de schuldeiser wordt belemmerd doordat tegoeden, tot het in het bevel bepaalde bedrag, op een door of namens hem in een lidstaat aangehouden bankrekening worden verplaatst of worden onttrokken.
Het bevel tot conservatoir beslag staat ter beschikking van de schuldeiser als alternatief voor bewarende maatregelen uit hoofde van nationaal recht.
Artikel 2
Toepassingsgebied
Deze verordening is van toepassing op geldelijke vorderingen in burgerlijke en handelszaken in grensoverschrijdend verband, zoals omschreven in artikel 3, ongeacht de aard van de rechterlijke instantie (het „gerecht”). Zij heeft in het bijzonder geen betrekking op fiscale zaken, douanezaken of bestuursrechtelijke zaken, of de aansprakelijkheid van de staat wegens een handeling of nalaten in de uitoefening van het openbaar gezag („acta jure imperii”).
Deze verordening is niet van toepassing op:
het huwelijksvermogensrecht of het vermogensrecht inzake relatievormen waaraan volgens het hierop toepasselijke recht gevolgen worden verbonden welke vergelijkbaar zijn met die van het huwelijk;
testamenten en erfenissen, met inbegrip van onderhoudsverplichtingen die ontstaan als gevolg van overlijden;
vorderingen jegens een schuldenaar te wiens aanzien een faillissementsprocedure, een akkoord of een soortgelijke procedure is ingesteld;
sociale zekerheid;
arbitrage.
Deze verordening is niet van toepassing op bankrekeningen die niet vatbaar zijn voor beslag krachtens het recht van de lidstaat waar de rekening wordt aangehouden, noch op rekeningen die worden aangehouden in een systeem als omschreven in artikel 2, onder a), van Richtlijn 98/26/EG van het Europees Parlement en de Raad ().
Deze verordening is niet van toepassing op bankrekeningen die door of bij centrale banken in hun hoedanigheid van monetaire autoriteit worden aangehouden.
Artikel 3
Grensoverschrijdende zaken
Voor de toepassing van deze verordening is een zaak grensoverschrijdend als de bankrekening of bankrekeningen waarop het bevel tot conservatoir beslag betrekking heeft, worden aangehouden in een andere lidstaat dan:
de lidstaat van het gerecht waarbij het verzoek om het bevel tot conservatoir beslag overeenkomstig artikel 6 is ingediend; of
de lidstaat waar de schuldeiser zijn woonplaats heeft.
Het tijdstip dat bepalend is voor het grensoverschrijdende karakter van een zaak is de datum waarop het verzoek om een bevel wordt ingediend bij het gerecht dat bevoegd is om het bevel uit te vaardigen.
Artikel 4
Definities
In deze verordening wordt verstaan onder:
„bankrekening” of „rekening”, elke rekening met tegoeden die op naam van de schuldenaar of namens de schuldenaar op naam van een derde partij bij een bank wordt aangehouden;
„bank”, een kredietinstelling in de zin van artikel 4, lid 1, punt 1), van Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad (), met inbegrip van de bijkantoren, in de zin van artikel 4, lid 1, punt 17), van die verordening, van kredietinstellingen met hoofdkantoor in de Unie of, overeenkomstig artikel 47 van Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad (), de in de Unie gevestigde bijkantoren van kredietinstellingen met hoofdkantoor buiten de Unie;
„tegoeden”, gelden op een rekening, in ongeacht welke valuta gecrediteerd, of soortgelijke vorderingen tot restitutie van geld, zoals geldmarktdeposito’s;
„lidstaat waar de bankrekening wordt aangehouden”,
de lidstaat vermeld in het IBAN (International Bank Account Number - internationaal bankrekeningnummer) van de rekening; of
in het geval van een bankrekening zonder IBAN, de lidstaat waar de bank waarbij de rekening wordt aangehouden haar hoofdkantoor heeft of, indien de rekening bij een bijkantoor wordt aangehouden, de lidstaat waar het bijkantoor zich bevindt;
„vordering”, een vordering tot betaling van een bepaalde, opeisbare geldschuld, of tot betaling van een bepaalbare geldschuld die voortvloeit uit een transactie of een gebeurtenis welke reeds heeft plaatsgevonden, mits de vordering in rechte kan worden aangebracht;
„schuldeiser”, een natuurlijk persoon die zijn woon- of gewone verblijfplaats in een lidstaat heeft, of een in een lidstaat gevestigde rechtspersoon of andere in een lidstaat gevestigde entiteit, die volgens het recht van een lidstaat bevoegd is om als eiser of verweerder in rechte op te treden, en die een bevel tot conservatoir beslag aanvraagt of reeds heeft verkregen met betrekking tot een vordering;
„schuldenaar”, een natuurlijke persoon, een rechtspersoon of een andere entiteit die volgens het recht van een lidstaat bevoegd is om als eiser of verweerder in rechte op te treden, tegen wie de schuldeiser een bevel tot conservatoir beslag tracht te verkrijgen of reeds heeft verkregen, met betrekking tot een vordering;
„rechterlijke beslissing”, elke door een gerecht van een lidstaat gegeven beslissing, ongeacht de daaraan gegeven benaming, alsmede de vaststelling van het bedrag van de proceskosten door de griffier;
„gerechtelijke schikking”, een schikking die door een gerecht van een lidstaat is goedgekeurd of tijdens een procedure voor een gerecht van een lidstaat is getroffen;
„authentieke akte”, een akte die als authentieke akte is verleden of geregistreerd in een lidstaat en waarvan de authenticiteit:
betrekking heeft op de ondertekening en de inhoud van de akte, en
is vastgesteld door een overheidsinstantie of een andere daartoe bevoegd verklaarde autoriteit;
„lidstaat van herkomst”, de lidstaat waar het bevel tot conservatoir beslag is uitgevaardigd;
„lidstaat van tenuitvoerlegging”, de lidstaat waar de rekening wordt aangehouden waarop het bevel tot conservatoir beslag betrekking heeft;
„informatie-instantie”, de instantie die door een lidstaat is aangewezen als bevoegd om de nodige informatie over de rekening of rekeningen van de schuldenaar te verkrijgen, overeenkomstig artikel 14;
„bevoegde instantie”, de instantie of instanties die door een lidstaat zijn aangewezen als bevoegd voor de ontvangst, doorzending of betekening of kennisgeving, overeenkomstig artikel 10, lid 2, artikel 23, leden 3, 5 en 6, artikel 25, lid 3, artikel 27, lid 2, artikel 28, lid 3, en artikel 36, lid 5, tweede alinea;
„woonplaats”, de overeenkomstig artikelen 62 en 63 van Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad () te bepalen woonplaats.