Artikel 50 Verordening Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen (655/2014)

Door de lidstaten te verstrekken informatie

1.

De lidstaten delen de Commissie uiterlijk op 18 juli 2016 het volgende mee:

a) 

welke gerechten bevoegd zijn om een bevel tot conservatoir beslag uit te vaardigen (artikel 6, lid 4);

b) 

bij welke instantie rekeninginformatie kan worden opgevraagd (artikel 14);

c) 

op welke wijze krachtens het nationale recht rekeninginformatie kan worden opgevraagd (artikel 14, lid 5);

d) 

bij welke gerechten hoger beroep wordt ingesteld (artikel 21);

e) 

welke instanties bevoegd zijn om het bevel tot conservatoir beslag en andere stukken krachtens deze Verordening (artikel 4, punt 14)) te ontvangen, te verzenden en te betekenen of kennisgeven;

f) 

welke instantie overeenkomstig hoofdstuk 3 bevoegd is om het bevel tot conservatoir beslag ten uitvoer te leggen;

g) 

in welke mate krachtens hun nationale recht conservatoir beslag kan worden gelegd op gezamenlijke rekeningen en rekeningen van derden (artikel 30);

h) 

welke regels van toepassing zijn op bedragen die krachtens het nationale recht niet voor beslag vatbaar zijn (artikel 31);

i) 

of de banken krachtens hun nationale recht een vergoeding mogen berekenen voor de uitvoering van een gelijkwaardig nationaal bevel of voor het verstrekken van informatie en, zo ja, welke partij gehouden is deze vergoeding voorlopig en definitief te voldoen (artikel 43);

j) 

het tarief van of de regeling betreffende de vergoedingen die worden berekend door de instanties of andere entiteiten welke bij de verwerking of de tenuitvoerlegging van het bevel tot conservatoir beslag zijn betrokken (artikel 44);

k) 

of krachtens het nationale recht een bepaalde rangorde wordt toegekend aan een gelijkwaardig nationaal bevel (artikel 32);

l) 

welke gerechten of, in voorkomend geval, welke tenuitvoerleggingsinstanties bevoegd zijn met betrekking tot een rechtsmiddel (artikel 33, lid 1, artikel 34, leden 1 of 2);

m) 

bij welke gerechten moet worden ingesteld, de termijn indien deze is bepaald waarbinnen een dergelijk hoger beroep op grond van het nationale recht moet worden ingesteld, en het feit dat die beroepstermijn doet ingaan (artikel 37);

n) 

een indicatie van de gerechtskosten (artikel 42); en

o) 

welke talen voor de vertaling van stukken worden aanvaard (artikel 49, lid 2).

Iedere wijziging van deze informatie wordt door de lidstaten ter kennis van de Commissie gebracht.

2.

De Commissie maakt de informatie met alle passende middelen openbaar, met name langs het Europees justitieel netwerk in burgerlijke en handelszaken.

Geconsolideerde tekst van 01-05-2025 (bron: EUR-Lex). Juridisch bindend is alleen de tekst in het Publicatieblad van de EU.