Artikel 38 Verordening Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen (655/2014)

Recht op zekerheidstelling in plaats van conservatoir beslag

1.

Op verzoek van de schuldenaar:

a) 

gelast het gerecht dat het bevel tot conservatoir beslag heeft uitgevaardigd dat de bedragen waarop beslag is gelegd worden vrijgegeven indien de schuldenaar ten genoegen van dat gerecht een zekerheid voor het in het bevel bepaalde bedrag stelt, of een ten minste gelijkwaardige waarborg in een vorm die aanvaardbaar is volgens het recht van de lidstaat waar het gerecht gevestigd is;

b) 

kan het bevoegde gerecht of, indien het nationale recht daarin voorziet, de bevoegde tenuitvoerleggingsinstantie in de lidstaat van tenuitvoerlegging, de tenuitvoerlegging van het bevel tot conservatoir beslag in de lidstaat van tenuitvoerlegging beëindigen mits de schuldenaar ten genoegen van het gerecht of instantie een zekerheid voor het bedrag waarop in die lidstaat bedrag is gelegd, of een ten minste gelijkwaardige waarborg in een vorm die aanvaardbaar is volgens het recht van de lidstaat waar het gerecht gevestigd is.

2.

De artikelen 23 en 24 zijn in voorkomend geval van toepassing op de vrijgave van de tegoeden waarop conservatoir beslag is gelegd. Het feit dat geen conservatoir beslag is gelegd maar zekerheid is gesteld, wordt overeenkomstig het nationaal recht ter kennis van de schuldeiser gebracht.

Geconsolideerde tekst van 01-05-2025 (bron: EUR-Lex). Juridisch bindend is alleen de tekst in het Publicatieblad van de EU.