Art. 3:279 Burgerlijk Wetboek Boek 3
Pand en hypotheek gaan boven voorrecht, tenzij de wet anders bepaalt.
Recente uitspraken
Art. 3:279 BW is sinds 2000 in 9 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, Rb. Amsterdam en Rb. Oost-Brabant.
- ECLI:NL:HR:2010:BK5999 — 19-02-2010 Hoge Raad
Verbintenissenrecht, beslag. Lossingsrecht ex art. 3:269 BW is niet van overeenkomstige toepassing in geval van executoriale verkoop van onroerende zaken als geregeld in art. 514-529 Rv. - ECLI:NL:HR:2000:AA6232 — 16-06-2000 Hoge Raad
- - ECLI:NL:RBOBR:2016:5600 — 12-10-2016 Rb. Oost-Brabant
Verdeling van de opbrengst van door een pandhouder verkocht deel van inboedels in Nederland en in Zwitserland. Curator in het faillissement van de pandgever claimt de opbrengst i.v.m. een fiscaal bodemrecht op de beide woningen. Een man heeft aan zijn partner een pandrecht… - ECLI:NL:RBDHA:2015:6394 — 03-06-2015 Rb. Den Haag
Artikel 25 Fw, 26 Fw, 58 Fw. Termijn verstreken om rechten als pandhouder uit te oefenen. Verlies inningsbevoegdheid. Zelfstandig belang bij gevorderde verklaring voor recht dat rechtsgeldig een pandrecht is gevestigd? Beweerde pandhouders niet-ontvankelijk verklaard. - ECLI:NL:RBNNE:2015:2309 — 13-05-2015 Rb. Noord-Nederland
Pandrecht; artt. 3:227 BW en 3:278 lid 1 jo. 3:279 BW. Geen sprake van lossing of oneigenlijke lossing. Vaststelling waarde verpande roerende zaken. onverschuldigde betaling.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.