Art. 3:282 Burgerlijk Wetboek Boek 3
Lid 1
Indien door een executie een ander beperkt recht dan pand of hypotheek vervalt, omdat het niet kan worden ingeroepen tegen een pand- of hypotheekhouder of een beslaglegger op het goed, wordt aan de beperkt gerechtigde uit de netto-opbrengst van het goed, met voorrang onmiddellijk na de vorderingen van degenen tegen wie hij zijn recht niet kan inroepen, terzake van zijn schade een vergoeding uitgekeerd. De vergoeding wordt gesteld op het bedrag van de waarde die het vervallen recht, zo het bij de executie in stand zou zijn gebleven, ten tijde van de executie zou hebben gehad.
Lid 2
Indien in geval van executie een huurkoper van een onroerende zaak of een bestanddeel daarvan of een recht op die zaak niet kan inroepen tegen een hypotheekhouder of beslaglegger, wordt aan de huurkoper uit de netto-opbrengst van het goed, met voorrang onmiddellijk na de vorderingen van degenen tegen wie hij zijn recht niet kan inroepen, een vergoeding uitgekeerd ten bedrage van de schade die hij door de executie lijdt.
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 3:282 BW is sinds 2016 in 2 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Gemeenschappelijk Hof van Justitie van A en Rb. Overijssel.
- ECLI:NL:OGHACMB:2018:87 — 23-01-2018 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van A
Ondernemingsrecht (Curaçao). Vervolg op HR 11 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2574. Het Hof gelast een enquête. - ECLI:NL:RBOVE:2016:2381 — 15-06-2016 Rb. Overijssel
Faillissement. Pandrecht op voorraad en inventaris. Voorrang op opbrengst. In deze zaak doet zich de situatie voor dat de bank er pas na openbare verkoop van de voorraden en inventaris in opdracht van de curator achter komt, dat zij toch een rechtsgeldig pandrecht op deze…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.