Art. 3:277 Burgerlijk Wetboek Boek 3
Lid 1
Schuldeisers hebben onderling een gelijk recht om, na voldoening van de kosten van executie, uit de netto-opbrengst van de goederen van hun schuldenaar te worden voldaan naar evenredigheid van ieders vordering, behoudens de door de wet erkende redenen van voorrang.
Lid 2
Bij overeenkomst van een schuldeiser met de schuldenaar kan worden bepaald dat zijn vordering jegens alle of bepaalde andere schuldeisers een lagere rang neemt dan de wet hem toekent.
Recente uitspraken
Art. 3:277 BW is sinds 2000 in 112 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, Hof Amsterdam en Hof Arnhem-Leeuwarden.
- ECLI:NL:HR:2023:918 — 16-06-2023 Hoge Raad
Procesrecht. Beslag- en executierecht. Art. 3:277 lid 1 BW. Art. 480 e.v. Rv. Afzien door schuldeiser van meedelen in executie-opbrengst. Volgt uit art. 480 e.v. Rv dat schuldeiser daarvoor instemming van schuldenaar behoeft? Proceskostenveroordeling indien vernietiging van in… - ECLI:NL:HR:2023:649 — 21-04-2023 Hoge Raad
Onteigening vermogensbestanddelen en effecten SNS Reaal en SNS Bank. Verzoek tot vaststelling schadeloosstelling, art. 6:8-10 Wft. Waardering achtergestelde vorderingen, uitleg achterstellingsbepalingen, verifieerbaarheid vorderingen, rangorde vorderingen in verband met art. 128… - ECLI:NL:HR:2022:80 — 28-01-2022 Hoge Raad
Faillissementsrecht. Kan curator girale betaling die daags na faillissement is voldaan vanaf op naam van failliet staande bankrekening die debetsaldo vertoont, als onverschuldigd terugvorderen van schuldeiser? Betekenis van fixatiebeginsel, paritas creditorum en art. 20, 23 en… - ECLI:NL:HR:2018:2189 — 23-11-2018 Hoge Raad
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Faillissementsrecht. Pandrecht. Bank heeft openbaar pandrecht op al hetgeen rekeninghouder van bank te vorderen heeft. Kan bank zich na het peilmoment van art. 54 Fw verhalen op betalingen door derden aan die rekeninghouder die in… - ECLI:NL:HR:2016:2172 — 23-09-2016 Hoge Raad
Vennootschapsrecht. Tussentijdse uitkering van dividend. Vordering van de curator op grond van kennelijk onbehoorlijk bestuur (art. 2:248 lid 1 BW), onrechtmatig handelen jegens schuldeisers van de vennootschap (art. 6:162 BW) en nietigheid/vernietigbaarheid van dividendbesluit…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.