ECLI:NL:RBOBR:2016:5600
Inhoudsindicatie
Verdeling van de opbrengst van door een pandhouder verkocht deel van inboedels in Nederland en in Zwitserland. Curator in het faillissement van de pandgever claimt de opbrengst i.v.m. een fiscaal bodemrecht op de beide woningen. Een man heeft aan zijn partner een pandrecht…
Bovenstaande samenvatting komt van Rechtspraak.nl. Voor de volledige tekst van de uitspraak: uitspraken.rechtspraak.nl »
Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald
- Art. 3:178 BW Burgerlijk Wetboek Boek 3
- Art. 3:236 BW Burgerlijk Wetboek Boek 3
- Art. 3:237 BW Burgerlijk Wetboek Boek 3
- Art. 3:251 BW Burgerlijk Wetboek Boek 3
- Art. 3:279 BW Burgerlijk Wetboek Boek 3
- Art. 6:119 BW Burgerlijk Wetboek Boek 6
- Art. 20 Fw Faillissementswet
- Art. 57 Fw Faillissementswet
- Art. 58 Fw Faillissementswet
- Art. 106 Rv Burgelijke Rechtsvordering
Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen
- ECLI:NL:RBDHA:2021:13452 — 01-12-2021 Rb. Den Haag Civiel recht
Curator heeft na faillissement o.g.v. 58 Fw een termijn van zes maanden aan de bank (hypotheekhouder) gesteld om de woning te verkopen. Bank verkoopt onderhands onder opschortende voorwaarde van toestemming voorzieningenrechter (3:268 lid 2 BW). Het verzoek tot toestemming is… - ECLI:NL:GHSHE:2018:200 — 16-01-2018 Hof 's-Hertogenbosch Civiel recht
faillissement (naam betrokkene)(-vennootschappen); geen pandrecht, want bestaan onderliggende vorderingen niet aangetoond - ECLI:NL:RBLIM:2016:1936 — 09-03-2016 Rb. Limburg Civiel recht
Faillissementsrecht. (Stil) pandrecht op geldvorderingen. Wie is (tot) wanneer inningsbevoegdheid? Toepasselijkheid art. 58 Fw. Onredelijke termijn. - ECLI:NL:RBDHA:2015:6394 — 03-06-2015 Rb. Den Haag Civiel recht
Artikel 25 Fw, 26 Fw, 58 Fw. Termijn verstreken om rechten als pandhouder uit te oefenen. Verlies inningsbevoegdheid. Zelfstandig belang bij gevorderde verklaring voor recht dat rechtsgeldig een pandrecht is gevestigd? Beweerde pandhouders niet-ontvankelijk verklaard. - ECLI:NL:RBNNE:2015:2309 — 13-05-2015 Rb. Noord-Nederland Civiel recht
Pandrecht; artt. 3:227 BW en 3:278 lid 1 jo. 3:279 BW. Geen sprake van lossing of oneigenlijke lossing. Vaststelling waarde verpande roerende zaken. onverschuldigde betaling.