Afdeling 3.8. Transport, logistiek en ondersteuning daarvan

Artikel 3.265

Lid 1

Als milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 2.1 worden aangewezen het voor hulpverlening voor gemotoriseerde voertuigen:

  1. opslaan van stoffen; en

  2. onderhouden, repareren en schoonmaken van gemotoriseerde voertuigen op een andere locatie dan de locatie van de pech of het ongeval.

Lid 2

De aanwijzing omvat ook andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie die dat opslaan, onderhouden, repareren of schoonmaken functioneel ondersteunen.

Artikel 3.266

Lid 1

Bij het verrichten van de activiteiten, bedoeld in artikel 3.265, en lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam die daarbij worden verricht, wordt voldaan aan de regels over:

  1. het onderhouden en repareren van verbrandingsmotoren, gemotoriseerde voertuigen, vliegtuigen, vaartuigen of werktuigen, bedoeld in paragraaf 4.22;

  2. het kleinschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.39;

  3. het grootschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.40; en

  4. het opslaan van goederen, bedoeld in paragraaf 4.104.

Lid 2

Ook wordt voldaan aan de regels over verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1.

Artikel 3.267

Lid 1

Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 3.265 worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, gegevens en bescheiden verstrekt over:

  1. de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en

  2. de verwachte datum van het begin van de activiteit.

Lid 2

Ten minste vier weken voordat de begrenzing wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.

Artikel 3.268

Lid 1

Als milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 2.1 wordt aangewezen het voor handelsdoeleinden of voor vervoer opslaan van chemicaliën of brandstoffen in opslagtanks.

Lid 2

De aanwijzing omvat ook andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie die dat opslaan functioneel ondersteunen.

Artikel 3.269

Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteiten, bedoeld in artikel 3.268, voor zover het gaat om milieubelastende activiteiten met gevaarlijke stoffen als bedoeld in artikel 3.27, eerste lid, onder a, b of c, die worden verricht op dezelfde locatie als een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 3.16, 3.22, 3.25, 3.28, 3.31, 3.34 of 3.37.

Artikel 3.270

Lid 1

Bij het verrichten van de activiteit, bedoeld in artikel 3.268, en een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam die daarbij wordt verricht, wordt voldaan aan de regels over:

  1. het kleinschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.39;

  2. het grootschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.40;

  3. het vullen van gasflessen met propaan of butaan, bedoeld in paragraaf 4.101;

  4. het opslaan van goederen, bedoeld in paragraaf 4.104;

  5. een benzineterminal, bedoeld in paragraaf 4.105;

  6. het opstellen van voertuigen, opleggers of aanhangers met gevaarlijke stoffen, bedoeld in paragraaf 4.106; en

  7. het laden en lossen van vaartuigen of drijvende werktuigen, bedoeld in paragraaf 4.107.

Lid 2

Ook wordt voldaan aan de regels over:

  1. verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1;

  2. zeer zorgwekkende stoffen, bedoeld in paragraaf 5.4.3, voor zover de activiteiten als vergunningplichtig zijn aangewezen in artikel 3.269; en

  3. emissies in de lucht, bedoeld in paragraaf 5.4.4.

Artikel 3.271

Lid 1

Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit, bedoeld in artikel 3.268, worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, gegevens en bescheiden verstrekt over:

  1. de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en

  2. de verwachte datum van het begin van de activiteit.

Lid 2

Ten minste vier weken voordat de begrenzing wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.

Artikel 3.272

Lid 1

Als milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 2.1 wordt aangewezen het bieden van gelegenheid voor het tanken van vaartuigen of drijvende werktuigen:

  1. bij een bunkerstation; of

  2. vanaf de wal met een vaste installatie voor het tanken.

Lid 2

De aanwijzing omvat ook andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie die dat bieden van gelegenheid functioneel ondersteunen.

Artikel 3.273

Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.272, voor zover het gaat om:

  1. het opslaan van meer dan 25 m3 gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 3 in een bunkerstation als de inhoud niet geheel bestaat uit gasolie, diesel of huisbrandolie met een vlampunt van 55 °C of hoger;

  2. het tanken van vaartuigen of drijvende werktuigen met LPG;

  3. het tanken van vaartuigen of drijvende werktuigen met LNG; of

  4. het tanken van vaartuigen of drijvende werktuigen met waterstof.

Artikel 3.274

Lid 1

Bij het verrichten van de activiteit, bedoeld in artikel 3.272, en een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam die daarbij wordt verricht, wordt voldaan aan de regels over:

  1. het tanken en opslaan van LNG, bedoeld in paragraaf 4.36;

  2. het tanken van CNG, bedoeld in paragraaf 4.37;

  3. het opslaan van brandstoffen in bunkerstations, bedoeld in paragraaf 4.41;

  4. het kleinschalig tanken van vaartuigen of drijvende werktuigen met brandstoffen, bedoeld in paragraaf 4.42;

  5. het grootschalig tanken van vaartuigen of drijvende werktuigen met brandstoffen, bedoeld in paragraaf 4.43;

  6. het opslaan van goederen, bedoeld in paragraaf 4.104; en

  7. het laden en lossen van vaartuigen of drijvende werktuigen, bedoeld in paragraaf 4.107.

Lid 2

Ook wordt voldaan aan de regels over verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1.

Artikel 3.275

Lid 1

Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit, bedoeld in artikel 3.272, worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, gegevens en bescheiden verstrekt over:

  1. de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en

  2. de verwachte datum van het begin van de activiteit.

Lid 2

Ten minste vier weken voordat de begrenzing wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.

Artikel 3.276

Lid 1

Als milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 2.1 worden aangewezen:

  1. het voor derden onderhouden, repareren, schoonmaken en ombouwen van gemotoriseerde voertuigen; en

  2. het bieden van gelegenheid voor het schoonmaken van gemotoriseerde voertuigen.

Lid 2

De aanwijzing omvat ook andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie die dat onderhouden, repareren, schoonmaken, ombouwen of bieden van gelegenheid functioneel ondersteunen.

Lid 3

Onder de aanwijzing vallen niet de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, als deze alleen bestaan uit:

  1. het voor derden of voor verhuur onderhouden en repareren van werktuigen voor agrarische activiteiten, bedoeld in paragraaf 3.6.6;

  2. het onderhouden, repareren en schoonmaken van autobussen of spoorvoertuigen, bedoeld in paragraaf 3.8.7; of

  3. het voor derden onderhouden, repareren, schoonmaken of ombouwen van elektrische tweewielige voertuigen of het bieden van gelegenheid voor het schoonmaken van elektrische tweewielige voertuigen.

Artikel 3.277

Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2020/400.

Artikel 3.278

Lid 1

Bij het verrichten van de activiteiten, bedoeld in artikel 3.276, en lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam die daarbij worden verricht, wordt voldaan aan de regels over:

  1. het stralen van metalen, bedoeld in paragraaf 4.13;

  2. het lassen van metalen, bedoeld in paragraaf 4.16;

  3. het solderen van metalen, bedoeld in paragraaf 4.17;

  4. het mechanisch en thermisch bewerken van metalen, bedoeld in paragraaf 4.18;

  5. het mechanisch bewerken van diverse materialen, bedoeld in paragraaf 4.20;

  6. het reinigen, lijmen en coaten van diverse materialen, bedoeld in paragraaf 4.21;

  7. het onderhouden en repareren van verbrandingsmotoren, gemotoriseerde voertuigen, vliegtuigen, vaartuigen of werktuigen, bedoeld in paragraaf 4.22;

  8. het proefdraaien van verbrandingsmotoren, bedoeld in paragraaf 4.23;

  9. het kleinschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.39;

  10. het grootschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.40;

  11. een wasstraat of wasplaats, bedoeld in paragraaf 4.44;

  12. het vullen van gasflessen met propaan of butaan, bedoeld in paragraaf 4.101; en

  13. het opslaan van goederen, bedoeld in paragraaf 4.104;

Lid 2

Ook wordt voldaan aan de regels over verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1.

Artikel 3.279

Lid 1

Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 3.276 worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, gegevens en bescheiden verstrekt over:

  1. de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en

  2. de verwachte datum van het begin van de activiteit.

Lid 2

Ten minste vier weken voordat de begrenzing wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.

Artikel 3.280

Lid 1

Als milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 2.1 wordt aangewezen het reviseren van verbrandingsmotoren of gasturbines.

Lid 2

De aanwijzing omvat ook andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie die dat reviseren functioneel ondersteunen.

Artikel 3.281

Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.280, voor zover het gaat om:

  1. het proefdraaien van straalmotoren of straalturbines; of

  2. het proefdraaien met testbanken van motoren, turbines of reactoren.

Artikel 3.282

Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2020/400.

Artikel 3.283

Lid 1

Bij het verrichten van de activiteit, bedoeld in artikel 3.280, en een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam die daarbij wordt verricht, wordt voldaan aan de regels over:

  1. het stralen van metalen, bedoeld in paragraaf 4.13;

  2. het schoonbranden van metalen, bedoeld in paragraaf 4.14;

  3. het lassen van metalen, bedoeld in paragraaf 4.16;

  4. het solderen van metalen, bedoeld in paragraaf 4.17;

  5. het mechanisch en thermisch bewerken van metalen, bedoeld in paragraaf 4.18;

  6. het mechanisch bewerken van diverse materialen, bedoeld in paragraaf 4.20;

  7. het reinigen, lijmen en coaten van diverse materialen, bedoeld in paragraaf 4.21;

  8. het onderhouden en repareren van verbrandingsmotoren, gemotoriseerde voertuigen, vliegtuigen, vaartuigen of werktuigen, bedoeld in paragraaf 4.22;

  9. het proefdraaien van verbrandingsmotoren, bedoeld in paragraaf 4.23;

  10. het kleinschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.39;

  11. het grootschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.40;

  12. het vullen van gasflessen met propaan of butaan, bedoeld in paragraaf 4.101; en

  13. het opslaan van goederen, bedoeld in paragraaf 4.104.

Lid 2

Ook wordt voldaan aan de regels over:

  1. verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1;

  2. zeer zorgwekkende stoffen, bedoeld in paragraaf 5.4.3, voor zover de activiteiten als vergunningplichtig zijn aangewezen in artikel 3.281; en

  3. geluid op industrieterreinen, bedoeld in paragraaf 5.4.5, voor zover de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 3.281.

Artikel 3.284

Lid 1

Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit, bedoeld in artikel 3.280, worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, gegevens en bescheiden verstrekt over:

  1. de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en

  2. de verwachte datum van het begin van de activiteit.

Lid 2

Ten minste vier weken voordat de begrenzing wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.

Artikel 3.285

Lid 1

Als milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 2.1 worden aangewezen het voor het vervoer van stoffen of goederen:

  1. opslaan van stoffen of goederen;

  2. onderhouden, repareren en schoonmaken van gemotoriseerde voertuigen of werktuigen; en

  3. opstellen van voertuigen, opleggers of aanhangers met gevaarlijke stoffen als bedoeld in artikel 3.27, eerste lid, onder a, b of c.

Lid 2

De aanwijzing omvat ook andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie die dat opslaan, onderhouden, repareren, schoonmaken of opstellen functioneel ondersteunen.

Lid 3

Onder de aanwijzing vallen niet:

  1. een parkeerterrein dat deel uitmaakt van een openbare weg, een gedeelte van een openbare weg of een parkeerterrein dat openstaat voor openbaar verkeer; en

  2. de activiteit, bedoeld in het eerste lid, onder a, als deze alleen bestaat uit het voor handelsdoeleinden of voor vervoer opslaan van chemicaliën of brandstoffen in opslagtanks, bedoeld in paragraaf 3.8.2.

Artikel 3.286

Lid 1

Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteiten, bedoeld in artikel 3.285, voor zover het gaat om:

  1. het opslaan van steenkool, ertsen of derivaten van ertsen;

  2. het voor meer dan 24 uur opstellen van voertuigen, opleggers of aanhangers met gevaarlijke stoffen als bedoeld in artikel 3.27, eerste lid, onder a, b of c;

  3. het opstellen van meer dan drie voertuigen, opleggers of aanhangers met gevaarlijke stoffen als bedoeld in artikel 3.27, eerste lid, onder a, b of c;

  4. het begassen of ontgassen van containers;

  5. het tanken van voertuigen of werktuigen met LNG;

  6. het tanken van voertuigen of werktuigen met waterstof;

  7. het onverpakt in bulk opslaan van meer dan 1 kg vaste gevaarlijke stoffen van:

    1. ADR-klasse 4.1, 4.2 of 4.3;

    2. ADR-klasse 5.1;

    3. ADR-klasse 6.1;

    4. ADR-klasse 6.2;

    5. ADR-klasse 8; of

    6. ADR-klasse 9, die het aquatisch milieu verontreinigen;

  8. het opslaan van gevaarlijke stoffen als bedoeld in artikel 3.27, eerste lid, onder a, b of c, in een container;

  9. het opslaan van vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik voor korte tijd en in afwachting van aansluitend vervoer naar een vooraf bekende ontvanger;

  10. het opslaan van ontplofbare stoffen van ADR-klasse 1 door een ander dan de Nederlandse of een bondgenootschappelijke krijgsmacht voor korte tijd en in afwachting van aansluitend vervoer naar een vooraf bekende ontvanger; of

  11. het buiten een Seveso-inrichting opslaan van gevaarlijke stoffen als bedoeld in artikel 3, tiende lid, van de Seveso-richtlijn, in een hoeveelheid van ten minste de drempelwaarde, bedoeld in bijlage I, deel 1, kolom 2, of deel 2, kolom 2, bij de Seveso-richtlijn, met inachtneming van de aantekeningen bij die bijlage, voor korte tijd en in afwachting van aansluitend vervoer naar een vooraf bekende ontvanger.

Lid 2

Het verbod geldt ook voor andere milieubelastende activiteiten met gevaarlijke stoffen als bedoeld in artikel 3.27, eerste lid, onder a, b of c, die worden verricht:

  1. op dezelfde locatie als de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onder b tot en met k; of

  2. op dezelfde locatie als een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 3.16, 3.22, 3.25, 3.28, 3.31, 3.34 of 3.37.

Lid 3

Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam te verrichten, geldt voor het lozen op een oppervlaktewaterlichaam van afvalwater afkomstig van de milieubelastende activiteiten, bedoeld in het eerste en tweede lid.

Artikel 3.287

Lid 1

Bij het verrichten van de activiteiten, bedoeld in artikel 3.285, en lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam die daarbij worden verricht, wordt voldaan aan de regels over:

  1. het onderhouden en repareren van verbrandingsmotoren, gemotoriseerde voertuigen, vliegtuigen, vaartuigen of werktuigen, bedoeld in paragraaf 4.22;

  2. het tanken en opslaan van LPG, bedoeld in paragraaf 4.35;

  3. het tanken en opslaan van LNG, bedoeld in paragraaf 4.36;

  4. het tanken van CNG, bedoeld in paragraaf 4.37;

  5. het tanken en opslaan van waterstof, bedoeld in paragraaf 4.38;

  6. het kleinschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.39;

  7. het grootschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.40;

  8. een wasstraat of wasplaats, bedoeld in paragraaf 4.44;

  9. het opslaan van autowrakken, bedoeld in paragraaf 4.48;

  10. het opslaan van goederen, bedoeld in paragraaf 4.104;

  11. het opstellen van voertuigen, opleggers of aanhangers met gevaarlijke stoffen, bedoeld in paragraaf 4.106; en

  12. het laden en lossen van vaartuigen of drijvende werktuigen, bedoeld in paragraaf 4.107.

Lid 2

Bij het verrichten van de activiteiten wordt ook voldaan aan de regels over het lozen van koelwater, bedoeld in paragraaf 4.110, als de activiteiten niet als vergunningplichtig zijn aangewezen in dit hoofdstuk.

Lid 3

Ook wordt voldaan aan de regels over:

  1. verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1; en

  2. geluid op industrieterreinen, bedoeld in paragraaf 5.4.5, voor zover de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 3.286, onder a, of pneumatische elevatoren met een verwerkingscapaciteit van 500 ton per uur of meer worden gebruikt.

Artikel 3.288

Lid 1

Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 3.285 worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, gegevens en bescheiden verstrekt over:

  1. de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en

  2. de verwachte datum van het begin van de activiteit.

Lid 2

Ten minste vier weken voordat de begrenzing wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.

Artikel 3.289

Lid 1

Als milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 2.1 worden aangewezen:

  1. het onderhouden, repareren en schoonmaken van gemotoriseerde autobussen of spoorvoertuigen; en

  2. het tanken van spoorvoertuigen.

Lid 2

De aanwijzing omvat ook andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie die dat onderhouden, repareren, schoonmaken of tanken functioneel ondersteunen.

Lid 3

Onder de aanwijzing valt niet het onderhouden, repareren en schoonmaken van autobussen of spoorvoertuigen in noodgevallen langs de weg of het spoor.

Artikel 3.290

Lid 1

Bij het verrichten van de activiteiten, bedoeld in artikel 3.289, en lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam die daarbij worden verricht, wordt voldaan aan de regels over:

  1. het stralen van metalen, bedoeld in paragraaf 4.13;

  2. het schoonbranden van metalen, bedoeld in paragraaf 4.14;

  3. het lassen van metalen, bedoeld in paragraaf 4.16;

  4. het solderen van metalen, bedoeld in paragraaf 4.17;

  5. het mechanisch en thermisch bewerken van metalen, bedoeld in paragraaf 4.18;

  6. het mechanisch bewerken van diverse materialen, bedoeld in paragraaf 4.20;

  7. het reinigen, lijmen en coaten van diverse materialen, bedoeld in paragraaf 4.21;

  8. het onderhouden en repareren van verbrandingsmotoren, gemotoriseerde voertuigen, vliegtuigen, vaartuigen of werktuigen, bedoeld in paragraaf 4.22;

  9. het verwerken van polyesterhars, bedoeld in paragraaf 4.27;

  10. het kleinschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.39;

  11. het grootschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.40;

  12. een wasstraat of wasplaats, bedoeld in paragraaf 4.44;

  13. het verwijderen van graffiti, bedoeld in paragraaf 4.45;

  14. het vullen van gasflessen met propaan of butaan, bedoeld in paragraaf 4.101; en

  15. het opslaan van goederen, bedoeld in paragraaf 4.104.

Lid 2

Ook wordt voldaan aan de regels over verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1.

Artikel 3.291

Lid 1

Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 3.289 worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, gegevens en bescheiden verstrekt over:

  1. de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en

  2. de verwachte datum van het begin van de activiteit.

Lid 2

Ten minste vier weken voordat de begrenzing wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.

Artikel 3.292

Lid 1

Als milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 2.1 worden aangewezen het onderhouden, repareren, schoonmaken en tanken van gemotoriseerde vliegtuigen.

Lid 2

De aanwijzing omvat ook andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie die dat onderhouden, repareren, schoonmaken of tanken functioneel ondersteunen.

Artikel 3.293

Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteiten, bedoeld in artikel 3.292, voor zover het gaat om het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het repareren van vliegtuigen.

Artikel 3.294

Lid 1

Bij het verrichten van de activiteiten, bedoeld in artikel 3.292, en lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam die daarbij worden verricht, wordt voldaan aan de regels over:

  1. het lassen van metalen, bedoeld in paragraaf 4.16;

  2. het solderen van metalen, bedoeld in paragraaf 4.17;

  3. het mechanisch en thermisch bewerken van metalen, bedoeld in paragraaf 4.18;

  4. het mechanisch bewerken van diverse materialen, bedoeld in paragraaf 4.20;

  5. het reinigen, lijmen en coaten van diverse materialen, bedoeld in paragraaf 4.21;

  6. het onderhouden en repareren van verbrandingsmotoren, gemotoriseerde voertuigen, vliegtuigen, vaartuigen of werktuigen, bedoeld in paragraaf 4.22;

  7. het verwerken van polyesterhars, bedoeld in paragraaf 4.27;

  8. het kleinschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.39;

  9. het grootschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.40;

  10. het vullen van gasflessen met propaan of butaan, bedoeld in paragraaf 4.101; en

  11. het opslaan van goederen, bedoeld in paragraaf 4.104.

Lid 2

Ook wordt voldaan aan de regels over:

  1. verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1;

  2. emissies in de lucht, bedoeld in paragraaf 5.4.4; en

  3. geluid op industrieterreinen, bedoeld in paragraaf 5.4.5, voor zover de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 3.293.

Artikel 3.295

Lid 1

Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 3.292 worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, gegevens en bescheiden verstrekt over:

  1. de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en

  2. de verwachte datum van het begin van de activiteit.

Lid 2

Ten minste vier weken voordat de begrenzing wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.

Artikel 3.295a

Lid 1

Als milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 2.1 wordt aangewezen het exploiteren van een spoorwegemplacement.

Lid 2

De aanwijzing omvat ook andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie die dat exploiteren functioneel ondersteunen.

Artikel 3.295b

Lid 1

Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.295a.

Lid 2

Het verbod geldt niet voor het laten rijden met of opstellen van spoorvoertuigen op een hoofdspoorweg of een bij omgevingsverordening aangewezen lokale spoorweg als bedoeld in artikel 2.13a, eerste lid, onder b, van de wet, voor zover het gaat om het veroorzaken van geluid.

Artikel 3.295c

Lid 1

Bij het verrichten van de activiteit, bedoeld in artikel 3.295a, en een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam die daarbij wordt verricht, wordt voldaan aan de regels over:

  1. het verwijderen van graffiti, bedoeld in paragraaf 4.45; en

  2. het opslaan van goederen, bedoeld in paragraaf 4.104.

Lid 2

Ook wordt voldaan aan de regels over verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1.

Artikel 3.295d

Artikel 3.295b, tweede lid, is voor een spoorwegemplacement waarvoor voor de inwerkingtreding van dit besluit een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is verleend of een aanvraag om die vergunning is ingediend, van toepassing vanaf het moment waarop Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat uitvoering heeft gegeven aan artikel 12.5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving en het besluit tot wijziging van de geluidproductieplafonds als omgevingswaarden in werking is getreden.

Artikel 3.296

Lid 1

Als milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 2.1 wordt aangewezen het bieden van gelegenheid voor het tanken van voertuigen of werktuigen.

Lid 2

De aanwijzing omvat ook andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie die dat bieden van gelegenheid functioneel ondersteunen.

Artikel 3.297

Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.296, voor zover het gaat om het tanken van voertuigen of werktuigen met:

  1. LNG; of

  2. waterstof.

Artikel 3.298

Lid 1

Bij het verrichten van de activiteit, bedoeld in artikel 3.296, en een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam die daarbij wordt verricht, wordt voldaan aan de regels over:

  1. het tanken en opslaan van LPG, bedoeld in paragraaf 4.35;

  2. het tanken en opslaan van LNG, bedoeld in paragraaf 4.36;

  3. het tanken van CNG, bedoeld in paragraaf 4.37;

  4. het tanken en opslaan van waterstof, bedoeld in paragraaf 4.38;

  5. het kleinschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.39;

  6. het grootschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.40; en

  7. een wasstraat of wasplaats, bedoeld in paragraaf 4.44.

Lid 2

Ook wordt voldaan aan de regels over verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1.

Artikel 3.299

Lid 1

Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit, bedoeld in artikel 3.296, worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, gegevens en bescheiden verstrekt over:

  1. de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en

  2. de verwachte datum van het begin van de activiteit.

Lid 2

Ten minste vier weken voordat de begrenzing wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.

Artikel 3.300

Lid 1

Als milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 2.1 worden aangewezen:

  1. het inwendig reinigen van opslagtanks of verpakkingen waarin gevaarlijke stoffen als bedoeld in artikel 3.27, eerste lid, onder a, b of c, zijn opgeslagen op een andere locatie dan de locatie waarop de opslagtanks stonden of waarop de verpakkingen zijn gebruikt; en

  2. het inwendig reinigen van voertuigen, opleggers, aanhangers, tankcontainers of bulkcontainers waarin gevaarlijke stoffen als bedoeld in artikel 3.27, eerste lid, onder a, b of c, zijn vervoerd.

Lid 2

De aanwijzing omvat ook andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie die dat inwendig reinigen functioneel ondersteunen.

Artikel 3.301

Lid 1

Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteiten, bedoeld in artikel 3.300, voor zover het gaat om het inwendig reinigen van:

  1. opslagtanks of verpakkingen waarin gevaarlijke stoffen als bedoeld in artikel 3.27, eerste lid, onder a, b of c, zijn opgeslagen op een andere locatie dan de locatie waarop de opslagtanks stonden of waarop de verpakkingen zijn gebruikt; of

  2. voertuigen, opleggers, aanhangers, tankcontainers of bulkcontainers waarin gevaarlijke stoffen als bedoeld in artikel 3.27, eerste lid, onder a, b of c, zijn vervoerd.

Lid 2

Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam te verrichten, geldt voor het lozen op een oppervlaktewaterlichaam van afvalwater afkomstig van de milieubelastende activiteiten, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 3.302

Bij het verrichten van de activiteiten, bedoeld in artikel 3.300, wordt voldaan aan de regels over:

  1. verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1;

  2. zeer zorgwekkende stoffen, bedoeld in paragraaf 5.4.3, voor zover de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 3.301;

  3. emissies in de lucht, bedoeld in paragraaf 5.4.4; en

  4. geluid op industrieterreinen, bedoeld in paragraaf 5.4.5, voor zover de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 3.301, eerste lid, onder a.

Artikel 3.303

Lid 1

Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 3.300 worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, gegevens en bescheiden verstrekt over:

  1. de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en

  2. de verwachte datum van het begin van de activiteit.

Lid 2

Ten minste vier weken voordat de begrenzing wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.