Afdeling 3.4. Nutssector en industrie

Artikel 3.93

Lid 1

Als milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 2.1 wordt aangewezen het bereiden van drinkwater voor de openbare drinkwatervoorziening.

Lid 2

De aanwijzing omvat ook andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie die dat bereiden functioneel ondersteunen.

Artikel 3.94

Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam te verrichten, geldt voor het lozen op een oppervlaktewaterlichaam van afvalwater afkomstig van de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.93, eerste lid.

Artikel 3.95

Lid 1

Bij het verrichten van de activiteit, bedoeld in artikel 3.93, en een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam die daarbij wordt verricht, wordt voldaan aan de regels over:

  1. het kleinschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.39;

  2. het grootschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.40; en

  3. het opslaan van goederen, bedoeld in paragraaf 4.104.

Lid 2

Ook wordt voldaan aan de regels over verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1.

Artikel 3.96

Lid 1

Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit, bedoeld in artikel 3.93, worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, gegevens en bescheiden verstrekt over:

  1. de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en

  2. de verwachte datum van het begin van de activiteit.

Lid 2

Ten minste vier weken voordat de begrenzing wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.

Artikel 3.97

Lid 1

Als milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 2.1 worden aangewezen:

  1. het behandelen van aardgas;

  2. het regelen van aardgasdruk; en

  3. het meten van de hoeveelheid of kwaliteit van aardgas.

Lid 2

De aanwijzing omvat ook andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie die dat behandelen, regelen of meten functioneel ondersteunen.

Lid 3

Onder de aanwijzing vallen niet de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, die worden verricht in een installatie:

  1. met een ontwerpcapaciteit van ten hoogste 10 Nm3/u en een werkdruk aan de inlaatzijde van ten hoogste 1.600 kPa; of

  2. met een ontwerpcapaciteit van ten hoogste 650 Nm3/u en een werkdruk aan de inlaatzijde van ten hoogste 10 kPa.

Artikel 3.98

Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteiten, bedoeld in artikel 3.97, voor zover deze worden verricht in een installatie met:

  1. een werkdruk aan de inlaatzijde van meer dan 10.000 kPa; of

  2. een gastoevoerleiding met een diameter van meer dan 50,8 cm.

Artikel 3.99

Lid 1

Bij het verrichten van de activiteiten, bedoeld in artikel 3.97, wordt voldaan aan de regels over het regelen en meten van aardgas, bedoeld in paragraaf 4.29, als de activiteiten niet als vergunningplichtig zijn aangewezen in artikel 3.98.

Lid 2

Ook wordt voldaan aan de regels over verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1.

Artikel 3.100

Lid 1

Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 3.97 worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, gegevens en bescheiden verstrekt over:

  1. de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en

  2. de verwachte datum van het begin van de activiteit.

Lid 2

Ten minste vier weken voordat de begrenzing wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.

Artikel 3.101

Lid 1

Als milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 2.1 wordt aangewezen het exploiteren van een buisleiding voor:

  1. aardgas, met een uitwendige diameter van ten minste 50 mm en een druk van ten minste 1.600 kPa;

  2. andere stoffen dan aardgas, met een uitwendige diameter van ten minste 70 mm of een binnendiameter van ten minste 50 mm en een druk van ten minste 1.600 kPa, als het gaat om gevaarlijke stoffen in de gevarenklasse:

    1. ontvlambare gassen, categorie 1 of 2, bedoeld in bijlage I, deel 2, bij de CLP-verordening; of

    2. ontvlambare vloeistoffen, categorie 1, 2 of 3, bedoeld in bijlage I, deel 2, bij de CLP-verordening;

  3. gevaarlijke stoffen in de gevarenklasse acute toxiciteit, categorie 1, 2 of 3, bedoeld in bijlage I, deel 3, bij de CLP-verordening;

  4. kooldioxide, zuurstof of stikstof, met een uitwendige diameter van ten minste 70 mm of een binnendiameter van ten minste 50 mm en een druk van ten minste 1.600 kPa;

  5. warmte, als onderdeel van een warmtenet; of

  6. koude, als onderdeel van een koudenet.

Lid 2

De aanwijzing omvat ook de voorzieningen die bij de buisleiding horen, met uitzondering van een verpompingsstation of compressorstation waarop paragraaf 3.3.1 van toepassing is.

Lid 3

Onder de aanwijzing valt niet het exploiteren van een buisleiding:

  1. in de Noordzee;

  2. door de Nederlandse of een bondgenootschappelijke krijgsmacht in of boven een militaire zeehaven als bedoeld in artikel 3.323 of een militaire luchthaven als bedoeld in artikel 3.326; of

  3. die een activiteit met externe veiligheidsrisico’s als bedoeld in bijlage VII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving functioneel ondersteunt en ligt binnen de begrenzing van de locatie waarop die activiteit wordt verricht.

Artikel 3.102

Lid 1

Bij het verrichten van de activiteit, bedoeld in artikel 3.101, eerste lid, onder a tot en met d, wordt voldaan aan de regels over een buisleiding met gevaarlijke stoffen, bedoeld in paragraaf 4.108.

Lid 2

Bij het verrichten van de activiteit, bedoeld in artikel 3.101, eerste lid, onder e of f, wordt voldaan aan de regels over de kosten-batenanalyse energie-efficiëntie, bedoeld in paragraaf 5.2.3.

Artikel 3.103

Lid 1

Als milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 2.1 worden aangewezen:

  1. het exploiteren van een ippc-installatie voor het behandelen van het oppervlak van metalen of kunststoffen door een elektrolytisch of chemisch procedé, bedoeld in categorie 2.6 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies, als het oppervlak van metalen wordt behandeld;

  2. het verwerken van metalen door smeden met hamers, smelten, legeren, gieten, walsen, trekken of klinken;

  3. het op metaal aanbrengen van anorganische deklagen, conversielagen of deklagen van gesmolten metaal;

  4. het behandelen van het oppervlak van metalen door een elektrolytisch of chemisch procedé;

  5. het harden en gloeien van metalen en het diffunderen van stoffen in het metaaloppervlak; en

  6. het maken van producten van metaal.

Lid 2

De aanwijzing omvat ook andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie die de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, functioneel ondersteunen.

Lid 3

Onder de aanwijzing vallen niet activiteiten, bedoeld in het eerste lid, als deze deel uitmaken van een activiteit als bedoeld in paragraaf 3.3.6.

Lid 4

Onder de aanwijzing vallen ook niet de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onder b tot en met f, als deze alleen worden verricht:

  1. tijdens het verrichten van een bouwactiviteit of sloopactiviteit of het aanleggen, wijzigen of verwijderen van een weg;

  2. bij een huishouden of bij het uitoefenen van beroep of bedrijf aan huis;

  3. voor educatieve doelen; of

  4. tijdens het maken, onderhouden, repareren en behandelen van de scheepshuid van vaartuigen of drijvende werktuigen, bedoeld in paragraaf 3.4.11.

Artikel 3.104

Lid 1

Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteiten, bedoeld in artikel 3.103, voor zover het gaat om het exploiteren van een ippc-installatie voor het behandelen van het oppervlak van metalen of kunststoffen door een elektrolytisch of chemisch procedé, bedoeld in categorie 2.6 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies.

Lid 2

Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam te verrichten, geldt voor het lozen op een oppervlaktewaterlichaam van afvalwater afkomstig van de milieubelastende activiteit, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 3.105

Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteiten, bedoeld in artikel 3.103, voor zover het gaat om:

  1. het smelten, met inbegrip van het legeren, of gieten van meer dan 500 kg/jaar goud, zilver, platina en legeringen met ten minste 30% van deze metalen;

  2. het harden of gloeien van metalen of het diffunderen van stoffen in het metaaloppervlak, als daarbij zouten, oliën of gassen anders dan inerte gassen of koolzuurgas worden gebruikt;

  3. het aanbrengen van metaallagen met een cyanidehoudend bad met een inhoud van ten minste 100 l; of

  4. het behandelen van het oppervlak van metalen met een bad met een inhoud van ten minste 1 m3 vloeibare gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 6.1 of vloeibare gevaarlijke stoffen in de gevarenklasse acute toxiciteit, categorie 1, 2 of 3, bedoeld in bijlage I, deel 3, bij de CLP-verordening.

Artikel 3.106

Lid 1

Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteiten, bedoeld in artikel 3.103, voor zover het gaat om het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor:

  1. het verwerken van ferrometalen door warmwalsen, het smeden met hamers of het aanbrengen van deklagen van gesmolten metaal;

  2. het smelten, met inbegrip van het legeren, van non-ferrometalen, met uitzondering van edele metalen, en met inbegrip van terugwinningsproducten;

  3. het behandelen van het oppervlak van metalen met een elektrolytisch of chemisch procedé;

  4. het maken van auto’s of motoren van auto’s of het assembleren van auto’s;

  5. het bouwen of repareren van luchtvaartuigen; of

  6. het maken van spoorwegmaterieel.

Lid 2

Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteiten, bedoeld in artikel 3.103, voor zover het gaat om:

  1. het met testbanken beproeven van motoren, turbines of reactoren; of

  2. het uitstampen van metalen met springstoffen.

Artikel 3.107

Lid 1

Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteiten, bedoeld in artikel 3.103, voor zover het gaat om het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het verwerken van metalen waarvan de productieoppervlakte daarvoor ten minste 2.000 m2 is:

  1. door warmwalsen of koudwalsen, voor zover het smeltpunt van de metalen ten minste 800 K is en de dikte van het aangevoerde materiaal ten minste 1 mm is;

  2. in een walsinstallatie of trekinstallatie voor het maken van profielmateriaal of stafmateriaal;

  3. in een walsinstallatie, trekinstallatie of lasinstallatie voor het maken van metalen buizen;

  4. door smeden voor het maken van ankers of kettingen; of

  5. door het maken of schoonmaken van metalen ketels, vaten, tanks of containers.

Lid 2

Het verbod geldt ook voor de milieubelastende activiteiten, bedoeld in artikel 3.103, voor zover het gaat om het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het verwerken van metalen door het samenvoegen van plaatmaterialen, profielmaterialen, stafmaterialen of buismaterialen door smeden, klinken, lassen of monteren, waarvan de niet in een gesloten gebouw ondergebrachte productieoppervlakte daarvoor ten minste 2.000 m2 is.

Artikel 3.108

Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam te verrichten, geldt voor het lozen van koelwater met een warmtevracht van meer dan 50 MW, afkomstig van de milieubelastende activiteiten, bedoeld in artikel 3.103, voor zover het niet gaat om de activiteit, bedoeld in artikel 3.104.

Artikel 3.109

Lid 1

Bij het verrichten van de activiteiten, bedoeld in artikel 3.103, en lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam die daarbij worden verricht, wordt voldaan aan de regels over:

  1. het aanbrengen van lagen op metalen, bedoeld in paragraaf 4.11;

  2. het smelten en gieten van metalen, bedoeld in paragraaf 4.12;

  3. het stralen van metalen, bedoeld in paragraaf 4.13;

  4. het schoonbranden van metalen, bedoeld in paragraaf 4.14;

  5. het etsen en beitsen van metalen, bedoeld in paragraaf 4.15;

  6. het lassen van metalen, bedoeld in paragraaf 4.16;

  7. het solderen van metalen, bedoeld in paragraaf 4.17;

  8. het mechanisch en thermisch bewerken van metalen, bedoeld in paragraaf 4.18;

  9. het reinigen, lijmen en coaten van diverse materialen, bedoeld in paragraaf 4.21;

  10. het onderhouden en repareren van verbrandingsmotoren, gemotoriseerde voertuigen, vliegtuigen, vaartuigen of werktuigen, bedoeld in paragraaf 4.22;

  11. het proefdraaien van verbrandingsmotoren, bedoeld in paragraaf 4.23;

  12. een oplosmiddeleninstallatie, bedoeld in paragraaf 4.34;

  13. het kleinschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.39;

  14. het grootschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.40;

  15. het vullen van gasflessen met propaan of butaan, bedoeld in paragraaf 4.101;

  16. het opslaan van goederen, bedoeld in paragraaf 4.104; en

  17. het laden en lossen van vaartuigen of drijvende werktuigen, bedoeld in paragraaf 4.107.

Lid 2

Bij het verrichten van de activiteiten wordt ook voldaan aan de regels over het lozen van koelwater, bedoeld in paragraaf 4.110, als de activiteiten niet als vergunningplichtig zijn aangewezen in dit hoofdstuk.

Lid 3

Ook wordt voldaan aan de regels over:

  1. het eindonderzoek bodem, bedoeld in paragraaf 5.2.1, voor zover het gaat om het exploiteren van een ippc-installatie;

  2. PRTR, bedoeld in paragraaf 5.3.1, voor zover het gaat om het exploiteren van een ippc-installatie voor een activiteit als bedoeld in categorie 2.6 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies;

  3. verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1;

  4. zeer zorgwekkende stoffen, bedoeld in paragraaf 5.4.3, voor zover de activiteiten als vergunningplichtig zijn aangewezen in de artikelen 3.104 tot en met 3.108;

  5. emissies in de lucht, bedoeld in paragraaf 5.4.4; en

  6. geluid op industrieterreinen, bedoeld in paragraaf 5.4.5, voor zover de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 3.106, eerste lid, of 3.107.

Artikel 3.110

Lid 1

Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 3.103 worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, gegevens en bescheiden verstrekt over:

  1. de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en

  2. de verwachte datum van het begin van de activiteit.

Lid 2

Ten minste vier weken voordat de begrenzing wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.

Artikel 3.111

Lid 1

Als milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 2.1 worden aangewezen:

  1. het exploiteren van een ippc-installatie voor het maken van keramische producten door verhitting, bedoeld in categorie 3.5 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies;

  2. het maken van producten van glas, met een oven met een nominaal thermisch ingangsvermogen van meer dan 100 kW of een aansluitwaarde van meer dan 100 kW;

  3. het maken van keramische producten door verhitting, met een oven met een nominaal thermisch ingangsvermogen van meer dan 100 kW of een aansluitwaarde van meer dan 100 kW;

  4. het maken van asfalt of asfaltproducten;

  5. het winnen van steen, mergel, zand, grind of kalk;

  6. het breken, malen, zeven en drogen van mergel, zand, grind, kalk, steenkolen of andere mineralen of derivaten daarvan;

  7. het maken van kalkzandsteen of cellenbeton;

  8. het maken van betonmortel of producten van betonmortel; en

  9. het maken van producten van steen.

Lid 2

De aanwijzing omvat ook andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie die de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, functioneel ondersteunen.

Lid 3

Onder de aanwijzing valt niet een activiteit als bedoeld in paragraaf 3.3.7.

Lid 4

Onder de aanwijzing vallen niet de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onder b tot en met i, als deze alleen worden verricht:

  1. tijdens het verrichten van een bouwactiviteit of sloopactiviteit of het aanleggen, wijzigen of verwijderen van een weg;

  2. bij een huishouden of bij het uitoefenen van beroep of bedrijf aan huis; of

  3. voor educatieve doelen.

Artikel 3.112

Lid 1

Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteiten, bedoeld in artikel 3.111, voor zover het gaat om het exploiteren van een ippc-installatie voor het maken van keramische producten door verhitting, bedoeld in categorie 3.5 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies.

Lid 2

Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam te verrichten, geldt voor het lozen op een oppervlaktewaterlichaam van afvalwater afkomstig van de milieubelastende activiteit, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 3.113

Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteiten, bedoeld in artikel 3.111, voor zover het gaat om het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor:

  1. het maken van asfalt of asfaltproducten; of

  2. het maken van kalkzandsteen of cellenbeton.

Artikel 3.114

Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteiten, bedoeld in artikel 3.111, voor zover het gaat om het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het maken van keramische producten door verhitting.

Artikel 3.115

Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteiten, bedoeld in artikel 3.111, voor zover het gaat om het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor:

  1. het breken, malen, zeven of drogen van mergel, zand, grind, kalk, steenkolen of andere mineralen of derivaten daarvan, bij een capaciteit van 100.000.000 kg/jaar of meer;

  2. het winnen van steen, mergel, zand, grind of kalk; of

  3. het maken van betonmortel of producten van betonmortel.

Artikel 3.116

Lid 1

Bij het verrichten van de activiteiten, bedoeld in artikel 3.111, en lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam die daarbij worden verricht, wordt voldaan aan de regels over:

  1. een asfaltcentrale, bedoeld in paragraaf 4.7;

  2. een betoncentrale, bedoeld in paragraaf 4.8;

  3. het vormgeven van betonproducten, bedoeld in paragraaf 4.9;

  4. het mechanisch bewerken van steen, bedoeld in paragraaf 4.19;

  5. het mechanisch bewerken van diverse materialen, bedoeld in paragraaf 4.20;

  6. het reinigen, lijmen en coaten van diverse materialen, bedoeld in paragraaf 4.21;

  7. het kleinschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.39;

  8. het grootschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.40;

  9. het vullen van gasflessen met propaan of butaan, bedoeld in paragraaf 4.101;

  10. het opslaan van goederen, bedoeld in paragraaf 4.104; en

  11. het laden en lossen van vaartuigen of drijvende werktuigen, bedoeld in paragraaf 4.107.

Lid 2

Bij het verrichten van de activiteiten wordt ook voldaan aan de regels over het lozen van koelwater, bedoeld in paragraaf 4.110, als de activiteiten niet als vergunningplichtig zijn aangewezen in dit hoofdstuk.

Lid 3

Ook wordt voldaan aan de regels over:

  1. het eindonderzoek bodem, bedoeld in paragraaf 5.2.1, voor zover het gaat om het exploiteren van een ippc-installatie;

  2. PRTR, bedoeld in paragraaf 5.3.1, voor zover het gaat om het exploiteren van een ippc-installatie voor een activiteit als bedoeld in categorie 3.5 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies;

  3. verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1;

  4. zeer zorgwekkende stoffen, bedoeld in paragraaf 5.4.3, voor zover de activiteiten als vergunningplichtig zijn aangewezen in de artikelen 3.112 tot en met 3.115;

  5. emissies in de lucht, bedoeld in paragraaf 5.4.4; en

  6. geluid op industrieterreinen, bedoeld in paragraaf 5.4.5.

Artikel 3.117

Lid 1

Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 3.111 worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, gegevens en bescheiden verstrekt over:

  1. de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en

  2. de verwachte datum van het begin van de activiteit.

Lid 2

Ten minste vier weken voordat de begrenzing wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.

Artikel 3.118

Lid 1

Als milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 2.1 worden aangewezen:

  1. het maken van elastomeren, verf, lak, drukinkt, lijm, waspoeder of enzymen;

  2. het vullen van spuitbussen met drijfgassen;

  3. het maken van vloeibare biobrandstof;

  4. het maken van vloeibare gassen uit de buitenlucht; en

  5. het maken van schoonmaakmiddelen of cosmetica.

Lid 2

De aanwijzing omvat ook andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie die de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, functioneel ondersteunen.

Lid 3

Onder de aanwijzing valt niet een activiteit als bedoeld in paragraaf 3.3.8.

Lid 4

Onder de aanwijzing vallen niet de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, als deze alleen worden verricht:

  1. bij een huishouden of bij het uitoefenen van beroep of bedrijf aan huis;

  2. voor educatieve doelen; of

  3. bij een laboratorium.

Artikel 3.119

Lid 1

Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteiten, bedoeld in artikel 3.118, voor zover het gaat om het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor:

  1. het maken van elastomeren, verf, lak, drukinkt, lijm, waspoeder of enzymen;

  2. het vullen van spuitbussen met drijfgassen;

  3. het maken van vloeibare biobrandstof; of

  4. het maken van vloeibare gassen uit de buitenlucht.

Lid 2

Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam te verrichten, geldt voor het lozen op een oppervlaktewaterlichaam van afvalwater afkomstig van de milieubelastende activiteiten, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 3.120

Lid 1

Bij het verrichten van de activiteiten, bedoeld in artikel 3.118, en lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam die daarbij worden verricht, wordt voldaan aan de regels over:

  1. een oplosmiddeleninstallatie, bedoeld in paragraaf 4.34;

  2. het kleinschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.39;

  3. het grootschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.40; en

  4. het opslaan van goederen, bedoeld in paragraaf 4.104.

Lid 2

Bij het verrichten van de activiteiten wordt ook voldaan aan de regels over het lozen van koelwater, bedoeld in paragraaf 4.110, als de activiteiten niet als vergunningplichtig zijn aangewezen in dit hoofdstuk.

Lid 3

Ook wordt voldaan aan de regels over:

  1. verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1;

  2. zeer zorgwekkende stoffen, bedoeld in paragraaf 5.4.3, voor zover de activiteiten als vergunningplichtig zijn aangewezen in artikel 3.119;

  3. emissies in de lucht, bedoeld in paragraaf 5.4.4; en

  4. geluid op industrieterreinen, bedoeld in paragraaf 5.4.5, voor zover het gaat om de activiteit, bedoeld in artikel 3.118, eerste lid, onder d.

Artikel 3.121

Lid 1

Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 3.118 worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, gegevens en bescheiden verstrekt over:

  1. de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en

  2. de verwachte datum van het begin van de activiteit.

Lid 2

Ten minste vier weken voordat de begrenzing wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.

Artikel 3.122

Lid 1

Als milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 2.1 worden aangewezen:

  1. het exploiteren van een ippc-installatie voor het looien van huiden, bedoeld in categorie 6.3 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies;

  2. het exploiteren van een ippc-installatie voor het conserveren van hout en houtproducten met chemische stoffen, bedoeld in categorie 6.10 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies;

  3. het maken van papierstof, papierpulp, papier of karton;

  4. het ontharen en looien van huiden;

  5. het conserveren van hout of houtproducten met chemische stoffen;

  6. het coaten van planten of delen van planten; en

  7. het maken van producten van papier, karton, hout, textiel of leer.

Lid 2

De aanwijzing omvat ook andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie die de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, functioneel ondersteunen.

Lid 3

Onder de aanwijzing valt niet een activiteit als bedoeld in paragraaf 3.3.9.

Lid 4

Onder de aanwijzing vallen niet de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onder c tot en met g, als deze alleen worden verricht:

  1. tijdens het verrichten van een bouwactiviteit of sloopactiviteit of het aanleggen, wijzigen of verwijderen van een weg;

  2. bij een huishouden of bij het uitoefenen van beroep of bedrijf aan huis;

  3. voor educatieve doelen;

  4. als onderdeel van bosbouw of natuurbeheer; of

  5. tijdens het maken, onderhouden, repareren en behandelen van de scheepshuid van vaartuigen of drijvende werktuigen, bedoeld in paragraaf 3.4.11.

Artikel 3.123

Lid 1

Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteiten, bedoeld in artikel 3.122, voor zover het gaat om het exploiteren van een ippc-installatie voor:

  1. het looien van huiden, bedoeld in categorie 6.3 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies; of

  2. het conserveren van hout en houtproducten met chemische stoffen, bedoeld in categorie 6.10 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies.

Lid 2

Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam te verrichten, geldt voor het lozen op een oppervlaktewaterlichaam van afvalwater afkomstig van de milieubelastende activiteiten, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 3.124

Lid 1

Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteiten, bedoeld in artikel 3.122, voor zover het gaat om het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het conserveren van hout of houtproducten met behulp van chemische stoffen.

Lid 2

Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam te verrichten, geldt voor het lozen op een oppervlaktewaterlichaam van afvalwater afkomstig van de milieubelastende activiteit, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 3.125

Lid 1

Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteiten, bedoeld in artikel 3.122, voor zover het gaat om het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor:

  1. het maken van papierstof, papier of karton;

  2. het looien van huiden; of

  3. het voorbehandelen of verven van vezels of textiel.

Lid 2

Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam te verrichten, geldt voor het lozen op een oppervlaktewaterlichaam van afvalwater afkomstig van de milieubelastende activiteiten, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 3.126

Lid 1

Bij het verrichten van de activiteiten, bedoeld in artikel 3.122, en lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam die daarbij worden verricht, wordt voldaan aan de regels over:

  1. het mechanisch bewerken van diverse materialen, bedoeld in paragraaf 4.20;

  2. het reinigen, lijmen en coaten van diverse materialen, bedoeld in paragraaf 4.21;

  3. een oplosmiddeleninstallatie, bedoeld in paragraaf 4.34;

  4. het kleinschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.39;

  5. het grootschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.40;

  6. het chemisch reinigen van textiel, bedoeld in paragraaf 4.57;

  7. het opslaan van goederen, bedoeld in paragraaf 4.104; en

  8. het laden en lossen van vaartuigen of drijvende werktuigen, bedoeld in paragraaf 4.107.

Lid 2

Ook wordt voldaan aan de regels over:

  1. het eindonderzoek bodem, bedoeld in paragraaf 5.2.1, voor zover het gaat om het exploiteren van een ippc-installatie;

  2. PRTR, bedoeld in paragraaf 5.3.1, voor zover het gaat om het exploiteren van een ippc-installatie voor een activiteit als bedoeld in categorie 6.3 of 6.10 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies of het exploiteren van een PRTR-installatie voor het maken van multiplex of andere primaire houtproducten;

  3. verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1;

  4. zeer zorgwekkende stoffen, bedoeld in paragraaf 5.4.3, voor zover de activiteiten als vergunningplichtig zijn aangewezen in de artikelen 3.123 tot en met 3.125;

  5. emissies in de lucht, bedoeld in paragraaf 5.4.4; en

  6. geluid op industrieterreinen, bedoeld in paragraaf 5.4.5, voor zover het gaat om de activiteit, bedoeld in artikel 3.122, eerste lid, onder c of g.

Artikel 3.127

Lid 1

Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 3.122 worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, gegevens en bescheiden verstrekt over:

  1. de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en

  2. de verwachte datum van het begin van de activiteit.

Lid 2

Ten minste vier weken voordat de begrenzing wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.

Artikel 3.128

Lid 1

Als milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 2.1 worden aangewezen:

  1. het exploiteren van een ippc-installatie voor het slachten van dieren, het bewerken en verwerken van dierlijke of plantaardige grondstoffen voor het maken van levensmiddelen of voeder of het bewerken en verwerken van alleen melk, bedoeld in categorie 6.4 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies;

  2. het slachten van meer dan 10.000 kg levend gewicht aan dieren per week;

  3. het maken en bewerken van dierlijke of plantaardige oliën of vetten;

  4. het maken en bewerken van voedingsmiddelen voor landbouwhuisdieren of dieren die worden gehouden voor hun pels; en

  5. het met een stookinstallatie met een nominaal thermisch ingangsvermogen van meer dan 100 kW of met een oven met een aansluitwaarde van meer dan 100 kW maken van:

    1. zetmeel of suiker;

    2. vismeel of visolie; of

    3. levensmiddelen of voeder.

Lid 2

De aanwijzing omvat ook andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie die de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, functioneel ondersteunen.

Lid 3

Onder de aanwijzing vallen niet de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onder c tot en met e, als deze alleen worden verricht:

  1. bij een huishouden of bij het uitoefenen van beroep of bedrijf aan huis;

  2. voor educatieve doelen; of

  3. voor eigen landbouwhuisdieren bij een veehouderij.

Artikel 3.129

Lid 1

Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteiten, bedoeld in artikel 3.128, voor zover het gaat om het exploiteren van een ippc-installatie voor het slachten van dieren, het bewerken en verwerken van dierlijke of plantaardige grondstoffen voor het maken van levensmiddelen of voeder of het bewerken en verwerken van alleen melk, bedoeld in categorie 6.4 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies.

Lid 2

Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam te verrichten, geldt voor het lozen op een oppervlaktewaterlichaam van afvalwater afkomstig van de milieubelastende activiteit, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 3.130

Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteiten, bedoeld in artikel 3.128, voor zover het gaat om het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor:

  1. het maken van dierlijke of plantaardige oliën en vetten;

  2. het maken van conserven van dierlijke en plantaardige producten;

  3. het maken van zuivel;

  4. het brouwen van bier of het mouten;

  5. het maken van siroop of suikerwaren;

  6. het slachten van dieren;

  7. het maken van zetmeel;

  8. het maken van vismeel of visolie; of

  9. het maken van suiker.

Artikel 3.131

Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteiten, bedoeld in artikel 3.128, voor zover het gaat om het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het maken of bewerken van voedingsmiddelen voor landbouwhuisdieren of dieren die worden gehouden voor hun pels.

Artikel 3.132

Lid 1

Bij het verrichten van de activiteiten, bedoeld in artikel 3.128, en lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam die daarbij worden verricht, wordt voldaan aan de regels over:

  1. het mechanisch bewerken van diverse materialen, bedoeld in paragraaf 4.20;

  2. de voedingsmiddelenindustrie, bedoeld in paragraaf 4.28;

  3. een oplosmiddeleninstallatie, bedoeld in paragraaf 4.34;

  4. het kleinschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.39;

  5. het grootschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.40;

  6. het opslaan van goederen, bedoeld in paragraaf 4.104; en

  7. het laden en lossen van vaartuigen of drijvende werktuigen, bedoeld in paragraaf 4.107.

Lid 2

Bij het verrichten van de activiteiten wordt ook voldaan aan de regels over het lozen van koelwater, bedoeld in paragraaf 4.110, als de activiteiten niet als vergunningplichtig zijn aangewezen in dit hoofdstuk.

Lid 3

Ook wordt voldaan aan de regels over:

  1. het eindonderzoek bodem, bedoeld in paragraaf 5.2.1, voor zover het gaat om het exploiteren van een ippc-installatie;

  2. PRTR, bedoeld in paragraaf 5.3.1, voor zover het gaat om het exploiteren van een ippc-installatie voor een activiteit als bedoeld in categorie 6.4 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies;

  3. verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1;

  4. zeer zorgwekkende stoffen, bedoeld in paragraaf 5.4.3, voor zover de activiteiten als vergunningplichtig zijn aangewezen in de artikelen 3.129 tot en met 3.131;

  5. emissies in de lucht, bedoeld in paragraaf 5.4.4; en

  6. geluid op industrieterreinen, bedoeld in paragraaf 5.4.5, voor zover de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 3.129, eerste lid, 3.130 of 3.131.

Artikel 3.133

Lid 1

Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 3.128 worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, gegevens en bescheiden verstrekt over:

  1. de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en

  2. de verwachte datum van het begin van de activiteit.

Lid 2

Ten minste vier weken voordat de begrenzing wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.

Artikel 3.134

Lid 1

Als milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 2.1 worden aangewezen:

  1. het exploiteren van een ippc-installatie voor het behandelen van het oppervlak van metalen of kunststoffen door een elektrolytisch of chemisch procedé, bedoeld in categorie 2.6 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies, als het oppervlak van kunststoffen wordt behandeld;

  2. het blazen, expanderen en schuimen van kunststof met een blaasmiddel anders dan lucht, kooldioxide of stikstof;

  3. het verwerken van elastomeren;

  4. het verwerken van polyesterhars, waarbij 1 kg of meer organische peroxiden van ADR-klasse 5.2 aanwezig is; en

  5. het maken van producten van kunststof.

Lid 2

De aanwijzing omvat ook andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie die de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, functioneel ondersteunen.

Lid 3

Onder de aanwijzing vallen niet de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onder b tot en met e, als deze alleen worden verricht:

  1. tijdens het verrichten van een bouwactiviteit of sloopactiviteit of het aanleggen, wijzigen of verwijderen van een weg;

  2. bij een huishouden of bij het uitoefenen van beroep of bedrijf aan huis;

  3. voor educatieve doelen; of

  4. tijdens het maken, onderhouden, repareren en behandelen van de scheepshuid van vaartuigen of drijvende werktuigen, bedoeld in paragraaf 3.4.11.

Artikel 3.135

Lid 1

Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteiten, bedoeld in artikel 3.134, voor zover het gaat om het exploiteren van een ippc-installatie voor het behandelen van het oppervlak van metalen of kunststoffen door een elektrolytisch of chemisch procedé, bedoeld in categorie 2.6 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies.

Lid 2

Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam te verrichten, geldt voor het lozen op een oppervlaktewaterlichaam van afvalwater afkomstig van de milieubelastende activiteit, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 3.136

Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteiten, bedoeld in artikel 3.134, voor zover het gaat om het blazen, expanderen of schuimen van kunststof met een blaasmiddel anders dan lucht, kooldioxide of stikstof.

Artikel 3.137

Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteiten, bedoeld in artikel 3.134, voor zover het gaat om het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor:

  1. het behandelen van het oppervlak van kunststof met een elektrolytisch of chemisch procedé; of

  2. het maken of behandelen van producten op basis van elastomeren.

Artikel 3.138

Lid 1

Bij het verrichten van de activiteiten, bedoeld in artikel 3.134, en lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam die daarbij worden verricht, wordt voldaan aan de regels over:

  1. het schoonbranden van metalen, bedoeld in paragraaf 4.14;

  2. het mechanisch bewerken van diverse materialen, bedoeld in paragraaf 4.20;

  3. het reinigen, lijmen en coaten van diverse materialen, bedoeld in paragraaf 4.21;

  4. het verwerken van rubbercompounds, bedoeld in paragraaf 4.25;

  5. het verwerken van thermoplastisch kunststof, bedoeld in paragraaf 4.26;

  6. het verwerken van polyesterhars, bedoeld in paragraaf 4.27;

  7. een oplosmiddeleninstallatie, bedoeld in paragraaf 4.34;

  8. het kleinschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.39;

  9. het grootschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.40;

  10. het vullen van gasflessen met propaan of butaan, bedoeld in paragraaf 4.101;

  11. het opslaan van goederen, bedoeld in paragraaf 4.104; en

  12. het laden en lossen van vaartuigen of drijvende werktuigen, bedoeld in paragraaf 4.107.

Lid 2

Bij het verrichten van de activiteiten wordt ook voldaan aan de regels over het lozen van koelwater, bedoeld in paragraaf 4.110, als de activiteiten niet als vergunningplichtig zijn aangewezen in dit hoofdstuk.

Lid 3

Ook wordt voldaan aan de regels over:

  1. het eindonderzoek bodem, bedoeld in paragraaf 5.2.1, voor zover het gaat om het exploiteren van een ippc-installatie;

  2. PRTR, bedoeld in paragraaf 5.3.1, voor zover het gaat om het exploiteren van een ippc-installatie voor een activiteit als bedoeld in categorie 2.6 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies;

  3. verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1;

  4. zeer zorgwekkende stoffen, bedoeld in paragraaf 5.4.3, voor zover de activiteiten als vergunningplichtig zijn aangewezen in de artikelen 3.135 tot en met 3.137; en

  5. emissies in de lucht, bedoeld in paragraaf 5.4.4.

Artikel 3.139

Lid 1

Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 3.134 worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, gegevens en bescheiden verstrekt over:

  1. de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en

  2. de verwachte datum van het begin van de activiteit.

Lid 2

Ten minste vier weken voordat de begrenzing wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.

Artikel 3.140

Lid 1

Als milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 2.1 wordt aangewezen het bedrukken van materialen met zeefdruk, vellenoffset, rotatieoffset, illustratiediepdruk of flexografie.

Lid 2

De aanwijzing omvat ook andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie die dat bedrukken functioneel ondersteunen.

Lid 3

Onder de aanwijzing valt niet het bedrukken van materialen met zeefdruk, vellenoffset, rotatieoffset, illustratiediepdruk of flexografie alleen:

  1. bij een huishouden of bij het uitoefenen van beroep of bedrijf aan huis; of

  2. voor educatieve doelen.

Artikel 3.141

Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam te verrichten, geldt voor het lozen van koelwater met een warmtevracht van meer dan 50 MW, afkomstig van de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.140.

Artikel 3.142

Lid 1

Bij het verrichten van de activiteit, bedoeld in artikel 3.140, en een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam die daarbij wordt verricht, wordt voldaan aan de regels over:

  1. grafische processen, bedoeld in paragraaf 4.10;

  2. het mechanisch bewerken van diverse materialen, bedoeld in paragraaf 4.20;

  3. het reinigen, lijmen en coaten van diverse materialen, bedoeld in paragraaf 4.21;

  4. een oplosmiddeleninstallatie, bedoeld in paragraaf 4.34;

  5. het kleinschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.39;

  6. het grootschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.40;

  7. het opslaan van goederen, bedoeld in paragraaf 4.104; en

  8. het laden en lossen van vaartuigen of drijvende werktuigen, bedoeld in paragraaf 4.107.

Lid 2

Bij het verrichten van de activiteiten wordt ook voldaan aan de regels over het lozen van koelwater, bedoeld in paragraaf 4.110, als de activiteiten niet als vergunningplichtig zijn aangewezen in dit hoofdstuk.

Lid 3

Ook wordt voldaan aan de regels over:

  1. verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1; en

  2. zeer zorgwekkende stoffen, bedoeld in paragraaf 5.4.3, voor zover de activiteiten als vergunningplichtig zijn aangewezen in artikel 3.141.

Artikel 3.143

Lid 1

Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit, bedoeld in artikel 3.140, worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, gegevens en bescheiden verstrekt over:

  1. de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en

  2. de verwachte datum van het begin van de activiteit.

Lid 2

Ten minste vier weken voordat de begrenzing wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.

Artikel 3.144

Lid 1

Als milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 2.1 worden aangewezen:

  1. het maken van vaartuigen of drijvende werktuigen;

  2. het onderhouden, repareren en schoonmaken van vaartuigen of drijvende werktuigen, als dat geheel of gedeeltelijk op de wal of in een drijvend dok gebeurt; en

  3. het behandelen van de scheepshuid van vaartuigen of drijvende werktuigen om te voorkomen dat organismen zich onder het wateroppervlak daaraan vasthechten.

Lid 2

De aanwijzing omvat ook andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie die dat maken, onderhouden, repareren, schoonmaken of behandelen functioneel ondersteunen.

Lid 3

Onder de aanwijzing vallen niet de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, als deze alleen worden verricht bij een huishouden of bij het uitoefenen van beroep of bedrijf aan huis.

Artikel 3.145

Lid 1

Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteiten, bedoeld in artikel 3.144, voor zover het gaat om het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor:

  1. het maken van metalen pleziervaartuigen met een langs de waterlijn te meten lengte van ten minste 25 m; of

  2. het maken, onderhouden, repareren, schoonmaken of behandelen van de scheepshuid van vaartuigen of drijvende werktuigen, anders dan pleziervaartuigen.

Lid 2

Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam te verrichten, geldt voor het lozen op een oppervlaktewaterlichaam van afvalwater afkomstig van de milieubelastende activiteiten, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 3.146

Lid 1

Bij het verrichten van de activiteiten, bedoeld in artikel 3.144, en lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam die daarbij worden verricht, wordt voldaan aan de regels over:

  1. het stralen van metalen, bedoeld in paragraaf 4.13;

  2. het schoonbranden van metalen, bedoeld in paragraaf 4.14;

  3. het lassen van metalen, bedoeld in paragraaf 4.16;

  4. het solderen van metalen, bedoeld in paragraaf 4.17;

  5. het mechanisch en thermisch bewerken van metalen, bedoeld in paragraaf 4.18;

  6. het mechanisch bewerken van diverse materialen, bedoeld in paragraaf 4.20;

  7. het reinigen, lijmen en coaten van diverse materialen, bedoeld in paragraaf 4.21;

  8. het onderhouden en repareren van verbrandingsmotoren, gemotoriseerde voertuigen, vliegtuigen, vaartuigen of werktuigen, bedoeld in paragraaf 4.22;

  9. het proefdraaien van verbrandingsmotoren, bedoeld in paragraaf 4.23;

  10. het schoonmaken van pleziervaartuigen, bedoeld in paragraaf 4.24;

  11. het verwerken van thermoplastisch kunststof, bedoeld in paragraaf 4.26;

  12. het verwerken van polyesterhars, bedoeld in paragraaf 4.27;

  13. een oplosmiddeleninstallatie, bedoeld in paragraaf 4.34;

  14. het kleinschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.39;

  15. het grootschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.40;

  16. het kleinschalig tanken van vaartuigen of drijvende werktuigen met brandstoffen, bedoeld in paragraaf 4.42;

  17. het grootschalig tanken van vaartuigen of drijvende werktuigen met brandstoffen, bedoeld in paragraaf 4.43;

  18. het vullen van gasflessen met propaan of butaan, bedoeld in paragraaf 4.101;

  19. het opslaan van goederen, bedoeld in paragraaf 4.104; en

  20. het laden en lossen van vaartuigen of drijvende werktuigen, bedoeld in paragraaf 4.107.

Lid 2

Ook wordt voldaan aan de regels over:

  1. het eindonderzoek bodem, bedoeld in paragraaf 5.2.1, voor zover het gaat om het exploiteren van een ippc-installatie;

  2. PRTR, bedoeld in paragraaf 5.3.1, voor zover het gaat om het maken, het verven of het verwijderen van verf van vaartuigen of drijvende werktuigen van ten minste 100 m lang;

  3. verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1;

  4. zeer zorgwekkende stoffen, bedoeld in paragraaf 5.4.3, voor zover de activiteiten als vergunningplichtig zijn aangewezen in artikel 3.145;

  5. emissies in de lucht, bedoeld in paragraaf 5.4.4; en

  6. geluid op industrieterreinen, bedoeld in paragraaf 5.4.5, voor zover de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 3.145.

Artikel 3.147

Lid 1

Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 3.144 worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, gegevens en bescheiden verstrekt over:

  1. de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en

  2. de verwachte datum van het begin van de activiteit.

Lid 2

Ten minste vier weken voordat de begrenzing wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.

Artikel 3.148

Lid 1

Als milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 2.1 wordt aangewezen het maken van materialen, eindproducten of halffabrikaten met:

  1. een stookinstallatie met een nominaal thermisch ingangsvermogen van meer dan 400 kW;

  2. een koelinstallatie met meer dan 300 kg koudemiddel; of

  3. een oplosmiddeleninstallatie.

Lid 2

De aanwijzing omvat ook andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie die dat maken functioneel ondersteunen.

Lid 3

Onder de aanwijzing valt niet een activiteit als bedoeld in de paragrafen 3.4.4 tot en met 3.4.11.

Artikel 3.149

Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam te verrichten, geldt voor het lozen van koelwater met een warmtevracht van meer dan 50 MW, afkomstig van de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 3.148.

Artikel 3.150

Lid 1

Bij het verrichten van de activiteit, bedoeld in artikel 3.148, en een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam die daarbij wordt verricht, wordt voldaan aan de regels over:

  1. het lassen van metalen, bedoeld in paragraaf 4.16;

  2. het solderen van metalen, bedoeld in paragraaf 4.17;

  3. het mechanisch en thermisch bewerken van metalen, bedoeld in paragraaf 4.18;

  4. het mechanisch bewerken van steen, bedoeld in paragraaf 4.19;

  5. het mechanisch bewerken van diverse materialen, bedoeld in paragraaf 4.20;

  6. het reinigen, lijmen en coaten van diverse materialen, bedoeld in paragraaf 4.21;

  7. een oplosmiddeleninstallatie, bedoeld in paragraaf 4.34;

  8. het kleinschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.39;

  9. het grootschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.40;

  10. het vullen van gasflessen met propaan of butaan, bedoeld in paragraaf 4.101;

  11. het opslaan van goederen, bedoeld in paragraaf 4.104; en

  12. het laden en lossen van vaartuigen of drijvende werktuigen, bedoeld in paragraaf 4.107.

Lid 2

Bij het verrichten van de activiteiten wordt ook voldaan aan de regels over het lozen van koelwater, bedoeld in paragraaf 4.110, als de activiteiten niet als vergunningplichtig zijn aangewezen in dit hoofdstuk.

Lid 3

Ook wordt voldaan aan de regels over verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1.

Artikel 3.151

Lid 1

Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit, bedoeld in artikel 3.148, worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, gegevens en bescheiden verstrekt over:

  1. de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en

  2. de verwachte datum van het begin van de activiteit.

Lid 2

Ten minste vier weken voordat de begrenzing wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.