Afdeling 2.2. Bevoegd gezag

Artikel 2.3

Tenzij in de artikelen 2.5 tot en met 2.9 anders is bepaald, is voor een milieubelastende activiteit het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarbinnen de activiteit geheel of in hoofdzaak wordt verricht het bevoegd gezag:

  1. waaraan een melding wordt gedaan;

  2. dat een maatwerkvoorschrift kan stellen; of

  3. dat beslist op een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen.

Artikel 2.4

Voor een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij een waterschap en een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk is het dagelijks bestuur van het waterschap waarbinnen de activiteit geheel of in hoofdzaak wordt verricht het bevoegd gezag:

  1. waaraan een melding wordt gedaan;

  2. dat een maatwerkvoorschrift kan stellen; of

  3. dat beslist op een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen.

Artikel 2.5

Voor het aanleggen en het gebruiken van een open bodemenergiesysteem, bedoeld in paragraaf 3.2.6, zijn gedeputeerde staten van de provincie waarbinnen de activiteit geheel of in hoofdzaak wordt verricht het bevoegd gezag:

  1. waaraan een melding wordt gedaan;

  2. dat een maatwerkvoorschrift kan stellen; of

  3. dat beslist op een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen.

Artikel 2.6

Lid 1

Voor een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk en het exploiteren van een buisleiding met gevaarlijke stoffen, bedoeld in paragraaf 3.4.3, is Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat het bevoegd gezag:

  1. waaraan een melding wordt gedaan;

  2. dat een maatwerkvoorschrift kan stellen; of

  3. dat beslist op een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen.

Lid 2

Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat is ook het bevoegd gezag voor een milieubelastende activiteit die geheel of in hoofdzaak wordt verricht:

  1. in de territoriale zee die buiten een gemeente of provincie ligt;

  2. in de exclusieve economische zone;

  3. op een locatie als bedoeld in artikel 5.28, onder b, van het Besluit kwaliteit leefomgeving; of

  4. op een militair terrein of een terrein met een militair object als bedoeld in artikel 5.150, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Artikel 2.7

Voor het aanleggen en het exploiteren van een mijnbouwwerk, bedoeld in paragraaf 3.10.1, is Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat het bevoegd gezag:

  1. waaraan een melding wordt gedaan;

  2. dat een maatwerkvoorschrift kan stellen; of

  3. dat beslist op een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen.

Artikel 2.8

Voor het op of in de bodem brengen van meststoffen, bedoeld in paragraaf 3.2.20, is Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit het bevoegd gezag:

  1. waaraan een melding wordt gedaan;

  2. dat een maatwerkvoorschrift kan stellen; of

  3. dat beslist op een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen.

Artikel 2.9

Voor een milieubelastende activiteit is het bestuursorgaan dat bevoegd is te beslissen op de aanvraag om een omgevingsvergunning voor die milieubelastende activiteit, bedoeld in de artikelen 4.6 tot en met 4.17 van het Omgevingsbesluit, ook het bevoegd gezag:

  1. waaraan een melding wordt gedaan;

  2. dat een maatwerkvoorschrift kan stellen; of

  3. dat beslist op een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen.