Artikel 6 Algemene verordening gegevensbescherming (AVG)

Rechtmatigheid van de verwerking

1.

De verwerking is alleen rechtmatig indien en voor zover aan ten minste een van de onderstaande voorwaarden is voldaan:

a) 

de betrokkene heeft toestemming gegeven voor de verwerking van zijn persoonsgegevens voor een of meer specifieke doeleinden;

b) 

de verwerking is noodzakelijk voor de uitvoering van een overeenkomst waarbij de betrokkene partij is, of om op verzoek van de betrokkene vóór de sluiting van een overeenkomst maatregelen te nemen;

c) 

de verwerking is noodzakelijk om te voldoen aan een wettelijke verplichting die op de verwerkingsverantwoordelijke rust;

d) 

de verwerking is noodzakelijk om de vitale belangen van de betrokkene of van een andere natuurlijke persoon te beschermen;

e) 

de verwerking is noodzakelijk voor de vervulling van een taak van algemeen belang of van een taak in het kader van de uitoefening van het openbaar gezag dat aan de verwerkingsverantwoordelijke is opgedragen;

f) 

de verwerking is noodzakelijk voor de behartiging van de gerechtvaardigde belangen van de verwerkingsverantwoordelijke of van een derde, behalve wanneer de belangen of de grondrechten en de fundamentele vrijheden van de betrokkene die tot bescherming van persoonsgegevens nopen, zwaarder wegen dan die belangen, met name wanneer de betrokkene een kind is.

De eerste alinea, punt f), geldt niet voor de verwerking door overheidsinstanties in het kader van de uitoefening van hun taken.

2.

De lidstaten kunnen specifiekere bepalingen handhaven of invoeren ter aanpassing van de manier waarop de regels van deze verordening met betrekking tot de verwerking met het oog op de naleving van lid 1, punten c) en e), worden toegepast; hiertoe kunnen zij een nadere omschrijving geven van specifieke voorschriften voor de verwerking en andere maatregelen om een rechtmatige en behoorlijke verwerking te waarborgen, ook voor andere specifieke verwerkingssituaties als bedoeld in hoofdstuk IX.

3.

De rechtsgrond voor de in lid 1, punten c) en e), bedoelde verwerking moet worden vastgesteld bij:

a) 

Unierecht; of

b) 

lidstatelijk recht dat op de verwerkingsverantwoordelijke van toepassing is.

Het doel van de verwerking wordt in die rechtsgrond vastgesteld of is met betrekking tot de in lid 1, punt e), bedoelde verwerking noodzakelijk voor de vervulling van een taak van algemeen belang of voor de uitoefening van het openbaar gezag dat aan de verwerkingsverantwoordelijke is verleend. Die rechtsgrond kan specifieke bepalingen bevatten om de toepassing van de regels van deze verordening aan te passen, met inbegrip van de algemene voorwaarden inzake de rechtmatigheid van verwerking door de verwerkingsverantwoordelijke; de types verwerkte gegevens; de betrokkenen; de entiteiten waaraan en de doeleinden waarvoor de persoonsgegevens mogen worden verstrekt; de doelbinding; de opslagperioden; en de verwerkingsactiviteiten en -procedures, waaronder maatregelen om te zorgen voor een rechtmatige en behoorlijke verwerking, zoals die voor andere specifieke verwerkingssituaties als bedoeld in hoofdstuk IX. Het Unierecht of het lidstatelijke recht moet beantwoorden aan een doelstelling van algemeen belang en moet evenredig zijn met het nagestreefde gerechtvaardigde doel.

4.

Wanneer de verwerking voor een ander doel dan dat waarvoor de persoonsgegevens zijn verzameld niet berust op toestemming van de betrokkene of op een Unierechtelijke bepaling of een lidstaatrechtelijke bepaling die in een democratische samenleving een noodzakelijke en evenredige maatregel vormt ter waarborging van de in artikel 23, lid 1, bedoelde doelstellingen houdt de verwerkingsverantwoordelijke bij de beoordeling van de vraag of de verwerking voor een ander doel verenigbaar is met het doel waarvoor de persoonsgegevens aanvankelijk zijn verzameld onder meer rekening met:

a) 

ieder verband tussen de doeleinden waarvoor de persoonsgegevens zijn verzameld, en de doeleinden van de voorgenomen verdere verwerking;

b) 

het kader waarin de persoonsgegevens zijn verzameld, met name wat de verhouding tussen de betrokkenen en de verwerkingsverantwoordelijke betreft;

c) 

de aard van de persoonsgegevens, met name of bijzondere categorieën van persoonsgegevens worden verwerkt, overeenkomstig artikel 9, en of persoonsgegevens over strafrechtelijke veroordelingen en strafbare feiten worden verwerkt, overeenkomstig artikel 10;

d) 

de mogelijke gevolgen van de voorgenomen verdere verwerking voor de betrokkenen;

e) 

het bestaan van passende waarborgen, waaronder eventueel versleuteling of pseudonimisering.

Geconsolideerde tekst van 04-05-2016 (bron: EUR-Lex). Juridisch bindend is alleen de tekst in het Publicatieblad van de EU.

Recente uitspraken

Art. 6 AVG is sinds 2019 in 178 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Amsterdam, Hof Arnhem-Leeuwarden en Rb. Midden-Nederland.

  • ECLI:NL:HR:2026:921 — 12-06-2026 Hoge Raad
    Contractenrecht. Financieel recht. Unierecht. Verplichting kaarthouder om zich te identificeren met pasfoto waarbij kopie van (identiteitsbewijs met) deze foto wordt opgeslagen. Zijn instellingen op grond van Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft),…
  • ECLI:NL:HR:2026:392 — 13-03-2026 Hoge Raad
    Contractenrecht. Financieel recht. Unierecht. Verplichting kaarthouder om zich te identificeren met pasfoto waarbij een kopie van (identiteitsbewijs met) deze foto wordt opgeslagen. Zijn instellingen op grond van Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme…
  • ECLI:NL:HR:2025:1980 — 19-12-2025 Hoge Raad
    Art. 7 en art. 9 Regeling toezicht verwerking persoonsgegevens door gerechten en het parket bij de Hoge Raad. Klacht over verwerking van persoonsgegevens in nieuwsbericht van rechtbank over vonnis in een strafzaak. Grondslag van verwerking van persoonsgegevens. Art. 6 AVG.…
  • ECLI:NL:HR:2024:741 — 24-05-2024 Hoge Raad
    Uitspraak vierde kamer. Vordering van de Procureur-Generaal als bedoeld in art. 7, 9 en 17 Regeling toezicht verwerking persoonsgegevens door gerechten en het parket bij de Hoge Raad. Klachten over de verwerking van persoonsgegevens in het kader van het E-archief. Voldoet de…
  • ECLI:NL:HR:2023:658 — 21-04-2023 Hoge Raad
    Cassatie in belang der wet. Openbaarheid van civiele procedures. Zijn gerechten verplicht om aan anderen dan partijen informatie te verstrekken over civiele procedures die aanhangig zijn of zijn geweest? Art. 6 EVRM. Art. 121 Grondwet. Art. 6 AVG. Art. 15 BODG.

Bekijk alle 178 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.