Artikel 55 Algemene verordening gegevensbescherming (AVG)

Competentie

1.

Elke toezichthoudende autoriteit heeft de competentie op het grondgebied van haar lidstaat de taken uit te voeren die haar overeenkomstig deze verordening zijn opgedragen en de bevoegdheden uit te oefenen die haar overeenkomstig deze verordening zijn toegekend.

2.

In het geval van verwerking door overheidsinstanties of door particuliere organen die handelen op grond van artikel 6, lid 1, onder c) of e), is de toezichthoudende autoriteit van de lidstaat in kwestie competent. In dergelijke gevallen is artikel 56 niet van toepassing.

3.

Toezichthoudende autoriteiten zijn niet competent toe te zien op verwerkingen door gerechten bij de uitoefening van hun rechterlijke taken.

Geconsolideerde tekst van 04-05-2016 (bron: EUR-Lex). Juridisch bindend is alleen de tekst in het Publicatieblad van de EU.

Recente uitspraken

Art. 55 AVG is sinds 2023 in 2 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad.

  • ECLI:NL:HR:2025:1980 — 19-12-2025 Hoge Raad
    Art. 7 en art. 9 Regeling toezicht verwerking persoonsgegevens door gerechten en het parket bij de Hoge Raad. Klacht over verwerking van persoonsgegevens in nieuwsbericht van rechtbank over vonnis in een strafzaak. Grondslag van verwerking van persoonsgegevens. Art. 6 AVG.…
  • ECLI:NL:HR:2023:658 — 21-04-2023 Hoge Raad
    Cassatie in belang der wet. Openbaarheid van civiele procedures. Zijn gerechten verplicht om aan anderen dan partijen informatie te verstrekken over civiele procedures die aanhangig zijn of zijn geweest? Art. 6 EVRM. Art. 121 Grondwet. Art. 6 AVG. Art. 15 BODG.

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.