Artikel 50 Wet wapens en munitie
Lid 1
De opsporingsambtenaren zijn bevoegd te vorderen dat de verpakking van goederen, met inbegrip van reisbagage, wordt geopend, indien daartoe redelijkerwijs aanleiding bestaat op grond van:
een gepleegd strafbaar feit waarbij wapens zijn gebruikt;
een gepleegde overtreding van de artikelen 13, 26 of 27;
aanwijzingen dat een strafbaar feit als bedoeld onder a of b zal worden gepleegd.
Lid 2
De in het eerste lid bedoelde bevoegdheid kan slechts worden uitgeoefend tegen bepaalde personen, indien daartoe jegens hen aanleiding bestaat. De officier van justitie kan gelasten dat deze bevoegdheid tegenover een ieder kan worden uitgeoefend.
Lid 3
In een veiligheidsrisicogebied als bedoeld in artikel 151b, eerste lid, of 174b, eerste lid, van de Gemeentewet, kan de officier van justitie gelasten dat tegenover een ieder de bevoegdheid kan worden uitgeoefend om verpakkingen van goederen, met inbegrip van reisbagage, te onderzoeken op wapens of munitie. Het bevel bevat een omschrijving van het aangewezen gebied en de geldigheidsduur die niet langer dan twaalf uur mag bedragen. Het bevel bevat voorts de feiten en omstandigheden, op grond waarvan de toepassing van de bevoegdheid om de verpakking van goederen, met inbegrip van reisbagage, te onderzoeken op wapens of munitie noodzakelijk wordt geacht.
Lid 4
Indien geen medewerking wordt verleend, kunnen de opsporingsambtenaren, op kosten en risico van de houder van de goederen, in het nodige voorzien.
Lid 5
Het bevel, bedoeld in het derde lid, wordt schriftelijk gegeven, tenzij dit omwille van de spoed niet mogelijk is. In dat geval wordt het bevel zo spoedig mogelijk op schrift gesteld.
Dit artikel verwijst naar:
Recente uitspraken
Art. 50 WWM is sinds 2007 in 7 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, Rb. Rotterdam en Hof Amsterdam.
- ECLI:NL:HR:2020:1554 — 06-10-2020 Hoge Raad
Opzettelijk niet voldoen aan ambtelijk bevel van motoragent door bestuurder van auto, art. 184.1 Sr. Bevoegdheid tot “preventief fouilleren” in veiligheidsrisicogebied o.b.v. WWM. Krachtens wettelijk voorschrift a.b.i. art. 184 Sr? Art. 184.1 Sr eist ‘krachtens wettelijk… - ECLI:NL:HR:2007:AZ2475 — 20-02-2007 Hoge Raad
Bij besluit van 20-11-02 heeft de burgemeester van A’dam een deel van die stad aangewezen als veiligheidsrisicogebied, voor de duur van 6 maanden, welke aanwijzing bij besluit van 26-6-03 met 12 maanden is verlengd, met wijziging van de gebiedsgrenzen. In een… - ECLI:NL:GHARL:2025:1913 — 31-03-2025 Hof Arnhem-Leeuwarden
Jeugdstrafzaak. Dilemma in de oplegging van een PIJ-maatregel. Falend jeugdstrafrechtsysteem, ontbreken geschikte vervolgplek terwijl de jeugdige verdachte al die tijd in een JJI verblijft. Verdachte is vanwege een diefstal met geweld, drie gekwalificeerde diefstallen,… - ECLI:NL:GHAMS:2015:4354 — 19-10-2015 Hof Amsterdam
Het hof oordeelt dat geen sprake is van een onherstelbaar vormverzuim als bedoeld in art. 359a Sv, nu voor verbalisanten redelijkerwijs aanleiding bestond de verdachte aan zijn kleding te onderzoeken o.b.v. de door de verbalisanten verkregen informatie, de ambtshalve kennis van… - ECLI:NL:RBAMS:2022:5908 — 05-10-2022 Rb. Amsterdam
Wob demonstratie R'dam, gegrond, reikwijdte verzoek, handtekening gebiedsofficier
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.