Artikel 26 Wet wapens en munitie
Lid 1
Het is verboden een wapen of munitie van de categorieën II en III voorhanden te hebben.
Lid 2
Het eerste lid is niet van toepassing op personen die houder zijn van:
een verlof als bedoeld in artikel 28, eerste lid, van de wet, voor zover dit verlof reikt; of
een omgevingsvergunning voor een jachtgeweeractiviteit als bedoeld in de Omgevingswet voor wat betreft voor jacht, beheer of schadebestrijding bestemde wapens van categorie III, die in de omgevingsvergunning zijn omschreven.
Lid 3
Onze Minister kan bij regeling vrijstelling van het verbod van het eerste lid voor wapens of munitie van categorie III verlenen met betrekking tot jagers en sportschutters, die hun vaste woon- of verblijfplaats buiten Nederland hebben.
Lid 4
Onze Minister kan ten aanzien van de personen bedoeld in het tweede lid regels vaststellen met betrekking tot:
de medische geschiktheid en vaardigheid in het omgaan met wapens;
de vereiste kennis op het terrein van wapens; en
het aantal wapens dat zij ten hoogste voorhanden mogen hebben.
Lid 5
Het is personen die de leeftijd van achttien jaren nog niet hebben bereikt verboden een wapen van categorie IV voorhanden te hebben.
Lid 6
Onze Minister kan bij regeling vrijstelling van het verbod van het vijfde lid verlenen in het kader van in verenigingsverband beoefende sporten of door Onze Minister aangewezen recreatieve activiteiten in daartoe gevestigde bedrijven waarin wapens worden gedragen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, categorie IV, onderdeel 4° en onderdeel 5° met betrekking tot kruisbogen.
Dit artikel verwijst naar:
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 26 WWM is sinds 1994 in 2180 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Rotterdam, Rb. Amsterdam en Rb. Overijssel.
- ECLI:NL:HR:2026:1183 — 07-07-2026 Hoge Raad
OM-cassatie. Uitreizigster naar strijdgebied in Syrië. Vrijspraak t.z.v. medeplegen deelneming aan terroristische organisatie, art. 140a.1 Sr. Deelneming. Kon hof oordelen dat verdachte niet heeft ‘deelgenomen’ aan organisatie a.b.i. art. 140a Sr? Voor ‘deelneming’ aan… - ECLI:NL:HR:2026:1143 — 07-07-2026 Hoge Raad
OM-cassatie. Uitreizigster naar strijdgebied in Syrië. Vrijspraak t.z.v. medeplegen deelneming aan terroristische organisatie, art. 140a.1 Sr. Deelneming. Kon hof oordelen dat verdachte niet heeft ‘deelgenomen’ aan organisatie a.b.i. art. 140a Sr? Voor ‘deelneming’ aan… - ECLI:NL:HR:2026:1142 — 07-07-2026 Hoge Raad
Uitreizigster naar strijdgebied in Syrië. Medeplegen deelneming aan terroristische organisatie, art. 140a.1 Sr. Bewijsklacht deelneming. Kon hof oordelen dat verdachte heeft ‘deelgenomen’ aan organisatie a.b.i. art. 140a Sr ? Voor ‘deelneming’ aan organisatie a.b.i. art. 140 en… - ECLI:NL:HR:2026:904 — 09-06-2026 Hoge Raad
Medeplegen afpersing (art. 317.3 jo. 312.2.2 Sr) onder strafverzwarende omstandigheid van art. 43a Sr (recidive binnen 5 jaren). Strafmotivering (gevangenisstraf van 12 maanden) en uitleg van ‘vroegere veroordeling’ a.b.i. art. 43a Sr. Kon hof de veroordeling door gerecht in… - ECLI:NL:HR:2026:155 — 03-02-2026 Hoge Raad
Overdragen van wapen, art. 31.1 55 WWM. Bewijsklacht t.a.v. processen-verbaal van politie waarin delen van verklaringen van getuigen zijn “weggelakt”. Kunnen verklaringen voor bewijs worden gebruikt? HR gaat in op onderling samenhangend systeem voor omgang met en…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.