Artikel 5:5 Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

14 uitspraken verwijzen naar dit artikel ›

Lid 1

Indien betrokkene of de vertegenwoordiger de geneesheer-directeur binnen drie dagen na ontvangst van de informatie, bedoeld in artikel 5:4, tweede lid, onderdeel a, schriftelijk te kennen geeft met familie of naasten zelf een plan van aanpak te willen opstellen om verplichte zorg te voorkomen, besluit de geneesheer-directeur na overleg met de officier van justitie zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee dagen na de kennisgeving, of de voorbereiding van een verzoekschrift voor een zorgmachtiging wordt geschorst om betrokkene in de gelegenheid te stellen een plan van aanpak op te stellen.

Lid 2

De geneesheer-directeur kan alleen afwijzend besluiten indien:

  1. hij van oordeel is dat het ernstig nadeel zich niet verdraagt met uitstel van de voorbereiding van een zorgmachtiging,

  2. betrokkene eerder in staat is gesteld zelf een plan van aanpak op te stellen en dat niet is gelukt, of

  3. betrokkene eerder een plan van aanpak heeft opgesteld, maar daarmee verplichte zorg niet kon worden voorkomen en de feiten en omstandigheden sindsdien niet zodanig zijn veranderd dat de kans redelijkerwijs aanwezig moet worden geacht dat betrokkene nu wel in staat zal zijn een plan van aanpak op te stellen waarmee verplichte zorg kan worden voorkomen.

Lid 3

Voordat de geneesheer-directeur besluit, stelt hij betrokkene en de vertegenwoordiger in de gelegenheid om te worden gehoord.

Lid 4

De geneesheer-directeur stelt betrokkene, de vertegenwoordiger en de aanvrager, bedoeld in artikel 5:3, schriftelijk op de hoogte van zijn besluit. Indien hij afwijzend besluit, deelt hij aan betrokkene en de vertegenwoordiger tevens schriftelijk zijn beweegredenen mee.

Lid 5

Indien de geneesheer-directeur na overleg met de officier van justitie besluit om betrokkene in de gelegenheid te stellen een plan van aanpak op te stellen, duurt de schorsing, bedoeld in het eerste lid, twee weken vanaf het moment waarop de geneesheer-directeur zijn besluit heeft meegedeeld op grond van het vierde lid, eerste volzin.

Lid 6

Indien de geneesheer-directeur van oordeel is dat onvoldoende voortgang wordt gemaakt met het opstellen van een plan van aanpak, dan wel het ernstig nadeel zich niet langer verdraagt met verder uitstel van de voorbereiding van een zorgmachtiging, kan de geneesheer-directeur na overleg met de officier van justitie besluiten nog voor het einde van de periode, bedoeld in het vijfde lid, de voorbereiding van een verzoekschrift voor een zorgmachtiging te hervatten.

Lid 7

De geneesheer-directeur neemt het besluit, bedoeld in het zesde lid, niet dan na overleg met betrokkene en de vertegenwoordiger. De geneesheer-directeur stelt betrokkene en de vertegenwoordiger schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte van een dergelijk besluit.

Recente uitspraken

Art. 5:5 Wvggz is sinds 2020 in 14 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Rotterdam, Hoge Raad en Rb. Noord-Nederland.

  • ECLI:NL:HR:2025:1736 — 21-11-2025 Hoge Raad
    Wvggz. Zorgmachtiging. Verzuim geneesheer-directeur om betrokkene te informeren over voorbereiding verzoek zorgmachtiging en over mogelijkheid zich bij te laten staan door familielid of naaste bij opstellen van plan van aanpak (art. 5:4 lid 2 onder a en c Wvggz jo. art. 5:5 lid…
  • ECLI:NL:HR:2023:504 — 31-03-2023 Hoge Raad
    Wvggz. Overschrijding termijn voor mededeling beslissing of is voldaan aan criteria voor verplichte zorg, art. 5:16 lid 1 Wvggz in verbinding met art. 5:4 lid 2, onder a, Wvggz. Verzoek om schadevergoeding, art. 10:12 lid 3 Wvggz. Immateriële schade bij termijnoverschrijding,…
  • ECLI:NL:HR:2020:1639 — 16-10-2020 Hoge Raad
    Art. 81 lid 1 RO. Wvggz. Plan van aanpak als bedoeld in art. 5:5 Wvggz dat te laat is ingediend.
  • ECLI:NL:RBNNE:2023:5462 — 21-12-2023 Rb. Noord-Nederland
    De rechtbank passeert het verweer dat langdurige opname in het centrum voor neuropsychiatrie (CNP) niet valt onder de in de zorgmachtiging op te nemen vormen van verplichte zorg ‘opname in een accommodatie’ en ‘beperken van de bewegingsvrijheid’. Het CNP valt onder GGZ…
  • ECLI:NL:RBDHA:2022:14228 — 18-11-2022 Rb. Den Haag
    Afwijzing schadevergoeding ex art. 10:12 Wvggz. Termijnoverschrijding door officier van justitie op grond van art. 5:16 Wvggz. Rechtbank volstaat met een constatering van het verzuim.

Bekijk alle 14 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.