Artikel 5:14 Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
Lid 1
Het zorgplan vermeldt in elk geval:
een door de zorgverantwoordelijke gestelde diagnose van de psychische stoornis van betrokkene en het gedrag dat voortvloeit uit de psychische stoornis en leidt tot een ernstig nadeel;
de zorg die noodzakelijk is om het ernstig nadeel weg te nemen;
het doel van verplichte zorg;
de wijze waarop rekening wordt gehouden met de voorkeuren van betrokkene ten aanzien van de zorg, zoals vastgelegd op de zorgkaart inclusief de bijlagen;
de zienswijze en de contactgegevens van de personen, bedoeld in artikel 5:13, vierde lid;
de maximale duur van de afzonderlijke vormen van verplichte zorg;
de wijze waarop de zorgaanbieder en de geneesheer-directeur de kwaliteit van de verplichte zorg bewaken en toezicht houden op de uitvoering van de verplichte zorg in ambulante omstandigheden;
de essentiële voorwaarden voor deelname aan het maatschappelijk leven van betrokkene, voor zover deze ontbreken;
de frequentie waarmee en de omstandigheden waaronder het zorgplan en de subsidiariteit, proportionaliteit, effectiviteit en veiligheid van de verplichte zorg met betrokkene, de vertegenwoordiger, alsmede het familielid of de naaste en de patiëntenvertrouwenspersoon worden geëvalueerd en het zorgplan wordt geactualiseerd;
de zorgaanbieder die kan worden belast met de uitvoering van de zorgmachtiging, en zo nodig de accommodatie.
Lid 2
Indien de zorgverantwoordelijke van oordeel is dat niet is voldaan aan de criteria voor verplichte zorg, vermeldt hij de redenen daarvan in het zorgplan en zo mogelijk:
de mogelijkheden voor zorg op basis van vrijwilligheid;
minder bezwarende alternatieven met het beoogde effect.
Lid 3
Indien de zorgverantwoordelijke en betrokkene of de vertegenwoordiger niet tot overeenstemming komen, vermeldt het zorgplan de redenen daarvoor.
Lid 4
Indien de zorgverantwoordelijke van oordeel is dat gelet op de noodzakelijke zorg een andere zorgaanbieder dan degene onder wiens verantwoordelijkheid de zorgmachtiging wordt voorbereid, belast zou moeten worden met de uitvoering van de zorgmachtiging, pleegt hij hiertoe overleg met de geneesheer-directeur en de beoogde zorgaanbieder.
Dit artikel verwijst naar:
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 5:14 Wvggz is sinds 2022 in 5 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, Hof Amsterdam en Hof Den Haag.
- ECLI:NL:HR:2024:1889 — 20-12-2024 Hoge Raad
Art. 81 lid 1 RO. Wvggz, zorgmachtiging, medische verklaring, zorgplan, vermoeden van psychische stoornis of voorlopige diagnose, art. 5:9 lid 1, aanhef en onder a, Wvggz, art. 5:14 lid 1, aanhef en onder a, Wvggz. - ECLI:NL:HR:2023:1732 — 08-12-2023 Hoge Raad
Wvggz. Klachtzaak (art. 10:3 Wvggz). Beslissing tot verlenen van verplichte zorg (art. 8:9 Wvggz). Vraag of nieuwe beslissing tot het verlenen van verplichte zorg nodig is na een aansluitende zorgmachtiging, indien de verplichte zorg die werd verleend onder de voorafgaande… - ECLI:NL:GHAMS:2025:696 — 18-03-2025 Hof Amsterdam
Art. 10:7, 10:9 en 10:11 Wvggz. Schadevergoedingsverzoek. Onjuiste rechtsmiddelclausule onder bestreden beschikking. Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep. - ECLI:NL:GHDHA:2022:234 — 18-02-2022 Hof Den Haag
Zorgmachtiging. Vervolg op ECLI:Nl:HR:2021:845. Hof acht oplegging van tbs met voorwaarden of dwangverpleging niet opportuun. Door het OM is het voornemen kenbaar gemaakt een zorgmachtiging te verzoeken, maar door weigering medewerking van betrokkene is het niet mogelijk… - ECLI:NL:RBDHA:2026:4012 — 28-01-2026 Rb. Den Haag
Afwijzing machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.