Artikel 6:2 Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

63 uitspraken verwijzen naar dit artikel ›

Lid 1

De rechter doet zo spoedig mogelijk uitspraak, maar uiterlijk:

  1. drie weken na ontvangst van een verzoekschrift voor een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 5:17, eerste lid, en artikel 5:18, derde lid;

  2. drie weken na ontvangst van een verzoekschrift voor een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 7:11, eerste lid;

  3. drie weken na ontvangst van een vordering van het openbaar ministerie als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, aanhef en onder 5, van de Wet forensische zorg;

  4. drie werkdagen na ontvangst van een verzoekschrift voor een zorgmachtiging als bedoeld in de artikelen 5:17, vijfde lid, en 8:12, vijfde lid;

  5. drie weken na ontvangst van een nieuw verzoekschrift voor een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:6, tweede lid.

Lid 2

De termijn, bedoeld in het eerste lid, wordt indien deze eindigt op een zaterdag, zondag of erkende feestdag, indien noodzakelijk, verlengd tot en met de eerstvolgende dag die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag als bedoeld in de Algemene termijnenwet is.

Lid 3

Indien de rechter betrokkene in de gelegenheid stelt zelf een plan van aanpak als bedoeld in artikel 5:5 op te stellen wordt de termijn, bedoeld in het eerste lid, onder a, opgeschort met ten hoogste twee weken. Artikel 5:5, zesde en zevende lid, en artikel 5:8 zijn van overeenkomstige toepassing.

Lid 4

Indien de rechter toepassing geeft aan het bepaalde in artikel 6:1, vijfde lid, kan de termijn, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b, c of e, met drie weken worden verlengd.

Lid 5

Dit artikel is niet van toepassing indien de rechter in zaken betreffende hoofdstuk 5, paragraaf 6, bij de beschikking inzake het verlenen van een zorgmachtiging, een in artikel 2.3, eerste lid, aanhef en onder 1, 2, 3, 4, 6, 7, 8, 9, 10 of 11, van de Wet forensische zorg opgenomen beslissing neemt.

Recente uitspraken

Art. 6:2 Wvggz is sinds 2020 in 63 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, Rb. Amsterdam en Rb. Rotterdam.

  • ECLI:NL:HR:2026:1555 — 25-09-2026 Hoge Raad
    Wvggz. Zorgmachtiging. Aansluitende zorgmachtiging? Digitale indiening verzoekschrift buiten kantoortijd, aanvangsmoment beslistermijn art. 6:2 lid 1, aanhef en onder e, Wvggz. Verstrijken van deze beslistermijn terwijl geldigheidsduur eerdere zorgmachtiging nog niet is…
  • ECLI:NL:HR:2026:841 — 05-06-2026 Hoge Raad
    Wvggz. Maximale duur nieuwe zorgmachtiging. Sluit nieuwe zorgmachtiging aan op eerdere zorgmachtiging (art. 6:5, aanhef en onder b, Wvggz)? OvJ verzoekt nieuwe zorgmachtiging voorafgaand aan verstrijken van geldigheidsduur van zes maanden van eerdere zorgmachtiging en rechtbank…
  • ECLI:NL:HR:2026:838 — 05-06-2026 Hoge Raad
    Wvggz. Zorgmachtiging. Aansluitende zorgmachtiging? Verstrijken beslistermijn art. 6:2 lid 1, aanhef en onder e, Wvggz terwijl geldigheidsduur eerdere zorgmachtiging nog niet is verstreken. Maximale duur nieuwe zorgmachtiging. Hoge Raad doet zelf af.
  • ECLI:NL:HR:2026:576 — 10-04-2026 Hoge Raad
    Wvggz. Verzoek om aansluitende zorgmachtiging voor twaalf maanden, art. 6:5, aanhef en onder b, Wvggz; overschrijding beslistermijn art. 6:2 lid 1, aanhef en onder e, Wvggz; verval machtiging van rechtswege, art. 6:6 lid 2 Wvggz. Hoge Raad doet zelf af, art. 6:5, aanhef en onder…
  • ECLI:NL:HR:2026:398 — 13-03-2026 Hoge Raad
    Wvggz. Verzoek om aansluitende zorgmachtiging voor twaalf maanden, art. 6:5, aanhef en onder b, Wvggz; overschrijding beslistermijn art. 6:2 lid 1, aanhef en onder e, Wvggz, verval machtiging van rechtswege, art. 6:6 lid 2 Wvggz. Hoge Raad doet zelf af, art. 6:5, aanhef en onder…

Bekijk alle 63 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.