Artikel 51ac Waterschapswet

Lid 1

Het algemeen bestuur benoemt de leden van de rekenkamer voor de duur van zes jaar.

Lid 2

Indien de rekenkamer uit twee of meer leden bestaat, benoemt het algemeen bestuur uit de leden de voorzitter.

Lid 3

Het algemeen bestuur kan plaatsvervangende leden benoemen. Indien de rekenkamer uit één lid bestaat, benoemt het algemeen bestuur in ieder geval een plaatsvervangend lid. Paragraaf 1 van hoofdstuk VIOA is op plaatsvervangende leden van overeenkomstige toepassing.

Lid 4

Het algemeen bestuur kan een lid herbenoemen.

Lid 5

Voorafgaand aan de benoemingen, bedoeld in het eerste tot en met het vierde lid, pleegt het algemeen bestuur overleg met de rekenkamer.

Lid 6

Een lid van de rekenkamer wordt door het algemeen bestuur ontslagen:

  1. op eigen verzoek;

  2. bij de aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met het lidmaatschap;

  3. indien hij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel hem bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;

  4. indien hij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surséance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld; of

  5. indien hij naar het oordeel van het algemeen bestuur ernstig nadeel toebrengt aan het in hem gestelde vertrouwen.

Lid 7

Een lid van de rekenkamer kan door het algemeen bestuur worden ontslagen:

  1. indien hij door ziekte of gebreken blijvend ongeschikt is zijn functie te vervullen; of

  2. indien hij handelt in strijd met artikel 51ah.

Dit artikel verwijst naar:

Wordt genoemd in: