Artikel 116 Waterschapswet
Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
hernieuwbare energie: energie uit hernieuwbare bronnen als bedoeld in artikel 2, onderdeel 1, van Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (PbEU 2018, L 328);
ingezetene: degene die blijkens de basisregistratie personen bij het begin van het kalenderjaar woonplaats heeft in het gebied van het waterschap en die aldaar gebruik heeft van woonruimte, met dien verstande dat gebruik van woonruimte door de leden van een gezamenlijke huishouding wordt aangemerkt als gebruik door een lid van dat huishouden, dat wordt aangewezen door de in artikel 123, derde lid, onderdeel b, bedoelde ambtenaar van het waterschap;
natuurterreinen: ongebouwde onroerende zaken waarvan de inrichting en het beheer geheel of nagenoeg geheel en duurzaam zijn afgestemd op het behoud of de ontwikkeling van natuur. Onder natuurterreinen worden mede verstaan bossen en open wateren met een oppervlakte van ten minste één hectare;
onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen: onroerende zaken als bedoeld in artikel 220a, tweede lid, van de Gemeentewet;
primair energiegebruik: totale energetische waarde van de verbruikte primaire energiedragers, waarbij de energetische waarde van de secundaire energiedragers elektriciteit en warmte wordt teruggerekend naar de stookwaarde van de primaire energiedragers;
woonruimte: ruimte die blijkens zijn inrichting bestemd is om als een afzonderlijk geheel te voorzien in woongelegenheid en waarvan de delen blijkens de inrichting van die ruimte niet bestemd zijn om afzonderlijk in gebruik te worden gegeven.
Dit artikel verwijst naar:
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 116 Wschw is sinds 1995 in 8 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Centrale Grondkamer, Hof Amsterdam en Hof Arnhem.
- ECLI:NL:HR:1995:ZC1823 — 29-09-1995 Hoge Raad
Is art. 2a van het Pachtnormenbesluit 1977 onverbindend wegens strijd met hogere regelgeving, namelijk de Pachtwet respectievelijk de Waterschapswet? - ECLI:NL:GHSHE:2023:46 — 11-01-2023 Hof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende is aangeslagen voor de ‘watersysteemheffing gebouwd’ en de ‘watersysteemheffing ingezetenen’. In geschil is of de aanslagen terecht aan belanghebbende zijn opgelegd. Belanghebbende heeft onder meer aangevoerd dat de Verordening op de watersysteemheffing in strijd… - ECLI:NL:GHAMS:2019:2882 — 08-08-2019 Hof Amsterdam
Belanghebbende is een nakomeling van een ex-militair van het Koninklijk Nederlands-Indonesische Leger (K.N.I.L.). Rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de aanslag waterschapsbelasting terecht is opgelegd. Er is echter geen sprake van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht… - ECLI:NL:GHAMS:2016:1589 — 07-04-2016 Hof Amsterdam
Belanghebbende exploiteert in een pand een B&B. De vennoten van belanghebbende zijn eveneens woonachtig in het pand. Het Hof is van oordeel dat geen sprake is van een afzonderlijk te onderkennen bedrijfsruimte in het pand. De aanslag ‘zuiveringsheffing bedrijven’ is dan ook ten… - ECLI:NL:GHARN:2008:BC6745 — 19-02-2008 Hof Arnhem
Aanspraak van vruchtgebruikster van de nalatenschap, waaronder uit de pachtovereenkomst voortvloeiende rechten, op nakoming door de pachter van uit de pachtovereenkomst voortvloeiende betalingsverplichtingen (artikel 3:9 lid 2 juncto 3:216 BW). Toepasselijkheid van artikel 8…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.