Artikel 34f Wet op de rechtsbijstand

Lid 1

De rechtzoekende is het bedrag dat in het kader van de verlening van rechtsbijstand door het bestuur is betaald aan de rechtsbijstandverlener verschuldigd aan het bestuur, indien de rechtzoekende op grond van het besluit, bedoeld in artikel 34d, eerste lid, geen recht heeft op de verlening van rechtsbijstand.

Lid 2

Het bestuur vordert het bedrag, bedoeld in het eerste lid, van de rechtzoekende, tenzij zwaarwegende omstandigheden zich daartegen verzetten.

Lid 3

Bij het vaststellen van de termijn of de termijnen waarbinnen moet worden betaald, houdt het bestuur rekening met de draagkracht van de rechtzoekende.

Lid 4

Bij gebreke van volledige betaling kan het bestuur na een aanmaning als bedoeld in artikel 4:112 van de Algemene wet bestuursrecht invorderen bij dwangbevel als bedoeld in artikel 4:114 van de Algemene wet bestuursrecht.

Wordt genoemd in:

Recente uitspraken

Art. 34f Wrb is sinds 2022 in 2 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Den Haag en Raad van State.

  • ECLI:NL:RVS:2024:2584 — 26-06-2024 Raad van State
    Bij besluit van 6 januari 2020 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand de aan [appellante] verleende toevoeging met kenmerk 3KG1917 met terugwerkende kracht ingetrokken. [appellante] is bij haar echtscheiding bijgestaan door [partij]. De raad heeft daarvoor…
  • ECLI:NL:RBDHA:2022:5098 — 12-05-2022 Rb. Den Haag
    Invordering van het bedrag aan uitgekeerde vergoeding voor rechtsbijstand. Artikel 34f Wrb. Artikel 4:84 Awb. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens strijd met het zorgvuldigheids- en het motiveringsbeginsel.

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.