Artikel 1 Wet op de rechtsbijstand
Lid 1
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
bestuur: het bestuur, bedoeld in artikel 3;
burgerservicenummer: het burgerservicenummer, bedoeld in artikel 1, onder b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer;
inkomen: het inkomen, zoals berekend ingevolge de artikelen 34a tot en met 34d;
inkomensgegeven: inkomensgegeven als bedoeld in artikel 21, onderdeel e, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;
inspecteur: de inspecteur, bedoeld in artikel 2, derde lid, onder b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;
Kaderwet: de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen;
mediation: het bemiddelen in een geschil waarbij een neutrale bemiddelingsdeskundige de onderhandelingen tussen de rechtzoekende en zijn wederpartij begeleidt teneinde vanuit hun werkelijke belangen tot gezamenlijk gedragen en voor ieder van hen optimale resultaten te komen;
mediator: de mediator als bedoeld in artikel 33a;
Onze Minister: Onze Minister van Veiligheid en Justitie;
peiljaar: het tweede kalenderjaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar waarin de aanvraag om een toevoeging wordt gedaan;
raad: de raad voor rechtsbijstand, bedoeld in Hoofdstuk II;
raad van advies: de raad van advies, bedoeld in artikel 6;
rechtsbijstand: rechtskundige bijstand aan een rechtzoekende ter zake van een rechtsbelang dat hem rechtstreeks en individueel aangaat, voor zover in deze wet en de daarop berustende bepalingen geregeld;
rechtsbijstandverlener: de advocaat, de medewerker van de voorziening voorzover belast met de verlening van rechtsbijstand en de personen, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder c;
rechtshulp: het verlenen van rechtsbijstand bestaande uit het geven van eenvoudige juridische adviezen waarbij geen sprake is van vertegenwoordiging van de rechtzoekende, alsmede het met het oog op het verlenen van deze rechtsbijstand verstrekken van informatie, analyseren en verduidelijken van een probleem en het verwijzen naar terzake doende instanties en rechtsbijstandverleners;
rechtzoekende: degene die op grond van onvoldoende financiële draagkracht aanspraak kan maken op rechtsbijstand of mediation, voorzover in deze wet en de daarop berustende bepalingen geregeld, alsmede degene die zijn schade wil vorderen als slachtoffer van een seksueel misdrijf of een geweldsmisdrijf;
toevoeging: de toevoeging ten behoeve van rechtsbijstand als bedoeld in artikel 24, eerste lid, of mediation als bedoeld in artikel 33a;
vermogen: de rendementsgrondslag, bedoeld in artikel 5.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001;
voorziening: een door het bestuur ingerichte voorziening als bedoeld in artikel 7, tweede lid, of 8, tweede lid.
Lid 2
Vervallen.
Lid 3
In deze wet en de daarop berustende bepalingen worden onder advocaten mede verstaan de personen, bedoeld in artikel 16h van de Advocatenwet.
Dit artikel verwijst naar:
- artikel 16h van de Advocatenwet
- artikel 2, derde lid, onder b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR)
- artikel 21, onderdeel e, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR)
- artikel 5.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001 (IB2001)
- 8, tweede lid (Wrb)
- artikel 13, eerste lid, onder c (Wrb)
- artikel 24, eerste lid (Wrb)
- artikel 3 (Wrb)
- artikel 33a (Wrb)
- artikel 6 (Wrb)
- artikel 7, tweede lid (Wrb)
- artikelen 34a tot en met 34d (Wrb)
- Hoofdstuk II (Wrb)
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 1 Wrb is sinds 2003 in 10 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Breda, Rb. Amsterdam en Rb. Leeuwarden.
- ECLI:NL:RBAMS:2021:6356 — 09-11-2021 Rb. Amsterdam
MK, BA, stelsel herziening, Subsidieregeling, artikel 10 en 13 van de Subsidieregeling, advies van commissie, beoordelingsruimte, ongegrond - ECLI:NL:RBLIM:2015:324 — 14-01-2015 Rb. Limburg
Een advocatenkantoor is niet bevoegd vorderingen die zij heeft op de Raad voor de Rechtsbijstand aan de bank te verpanden, omdat zij geen schuldeiser van de Raad is. Op grond van artikel 37, eerste lid onder a, in samenhang met artikel 1, eerste lid van de Wet op de… - ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ8613 — 05-04-2013 Rb. Amsterdam
Het door eiser gestelde belang bij de Wob-procedure is geen rechtstreeks en individueel belang in de zin van artikel 1 van de Wrb, maar een van het algemeen belang van openbaarheid afgeleid belang. Echter in zeven gelijke gevallen is wel een toevoeging verleend in Wob-zaken.… - ECLI:NL:RBROT:2012:BZ2462 — 11-07-2012 Rb. Rotterdam
Artt. 3 en 29 Wgbz (Wet tarieven burgerlijke zaken). Bestuursrecht. Algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Gewekt vertrouwen. Bestendig beleid. - ECLI:NL:RBBRE:2012:BX8519 — 09-05-2012 Rb. Breda
Navordering inkomstenbelasting 2005 met 50% boete. Geen gesubsidieerde rechtsbijstand. 1 van 5 zaken. Belanghebbende is strafrechtelijk veroordeeld in verband met hennepteelt. In 2010 wordt een evenredig deel van de totaaltelling van de contante inkomsten en uitgaven in…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.