Artikel 33 Wet op de rechtsbijstand
Lid 1
Het bestuur kan de toevoeging, anders dan op verlangen van de aanvrager, wijzigen, beëindigen of intrekken, indien:
deze is verleend op grond van onjuiste of onvolledige gegevens omtrent de aard of het belang van de zaak, de financiële draagkracht of de woonplaats van de aanvrager;
de aanvrager de voor een goede behartiging van zijn zaak noodzakelijke medewerking weigert;
de aanvrager in gebreke blijft de door hem verschuldigde eigen bijdrage en overige kosten die voor zijn rekening komen, dan wel een hem daarop gevraagd voorschot, te voldoen;
blijkt dat een andere toevoeging mede omvat het rechtsbelang waarvoor de toevoeging is verleend.
Lid 2
De toegevoegde rechtsbijstandverlener kan zich na beëindiging of intrekking van de toevoeging aan de zaak onttrekken.
Lid 3
Indien de toevoeging wordt beëindigd of ingetrokken op grond van een situatie als bedoeld in het eerste lid, onder a, kan het bestuur het bedrag ter hoogte van de vergoeding, bedoeld in artikel 37, vorderen van de rechtzoekende, tenzij de verlening van de vergoeding op grond van artikel 4:48, eerste lid, onder c of d, van de Algemene wet bestuursrecht is ingetrokken of gewijzigd of de vergoeding op grond van artikel 4:46, tweede lid, onder c of d, van de Algemene wet bestuursrecht lager is vastgesteld dan wel de vaststelling van de vergoeding op grond van artikel 4:49, eerste lid, onder b, van die wet is ingetrokken of ten nadele van de rechtsbijstandverlener is gewijzigd.
Dit artikel verwijst naar:
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 33 Wrb is sinds 2011 in 6 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Raad van State, Hof 's-Hertogenbosch en Rb. Amsterdam.
- ECLI:NL:RVS:2022:1442 — 18-05-2022 Raad van State
Bij te onderscheiden besluiten van 23 oktober 2019 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand de aan [appellante] toegekende vergoedingen voor het verlenen van rechtsbijstand gewijzigd. [appellante] nam deel aan het High Trust-programma van de raad. Uitgangspunt van dit… - ECLI:NL:RVS:2022:758 — 16-03-2022 Raad van State
Bij besluit van 3 januari 2019 heeft de raad voor rechtsbijstand een aan [appellante] verleende toevoeging tussentijds beëindigd. De raad heeft aan [appellante] een toevoeging verleend ten behoeve van rechtsbijstand door [partij], advocaat te Rhenen, voor het voeren van een… - ECLI:NL:GHSHE:2023:83 — 17-01-2023 Hof 's-Hertogenbosch
Het hof oordeelt dat op grond van artikel 7:405 lid 1 BW de opdrachtgever loon aan de opdrachtnemer verschuldigd is, indien de overeenkomst door de opdrachtnemer is aangegaan in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf. Op grond van artikel 7:405 lid 2 BW is, indien de hoogte… - ECLI:NL:RBLIM:2021:6469 — 11-08-2021 Rb. Limburg
Waardebepaling VOF. - ECLI:NL:RBDHA:2020:6722 — 14-07-2020 Rb. Den Haag
Dublin Finland, onvoldoende uitstel verleend voor indienen zienswijze ivm corona-maatregelen, beroep gegrond met instandlating rechtsgevolgen
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.