Artikel 5 Verordening rij- en rusttijden (561/2006)
1.
De minimumleeftijd van conducteurs wordt vastgesteld op 18 jaar.
2.
De minimumleeftijd van bijrijders wordt vastgesteld op 18 jaar. Lidstaten mogen echter de minimumleeftijd voor bijrijders verlagen tot 16 jaar, op voorwaarde dat:
a)
het wegvervoer plaatsvindt binnen een lidstaat en binnen een straal van 50 km rondom de standplaats van het voertuig, met inbegrip van het grondgebied van de gemeenten waarvan het centrum binnen deze straal ligt;
b)
de verlaging geschiedt met het oog op de beroepsopleiding; en
c)
dit plaatsvindt conform de nationale arbeidswetgeving van de betreffende lidstaat.
Geconsolideerde tekst van 31-12-2024 (bron: EUR-Lex). Juridisch bindend is alleen de tekst in het Publicatieblad van de EU.