Artikel 14 Verordening rij- en rusttijden (561/2006)

1.

Mits geen afbreuk wordt gedaan aan de doelstellingen van artikel 1, kunnen lidstaten, na machtiging door de Commissie, uitzonderingen toestaan op de toepassing van de artikelen 6 tot en met 9 van deze verordening op onder uitzonderlijke omstandigheden verrichte vervoersactiviteiten.

2.

In dringende gevallen kunnen de lidstaten onder uitzonderlijke omstandigheden voor een periode van ten hoogste 30 dagen een tijdelijke uitzondering toestaan, die naar behoren wordt gemotiveerd en onmiddellijk ter kennis van de Commissie wordt gebracht. De Commissie maakt deze informatie onmiddellijk bekend op een openbare website.

3.

De Commissie brengt elke krachtens dit artikel verleende uitzondering ter kennis van de andere lidstaten.

Geconsolideerde tekst van 31-12-2024 (bron: EUR-Lex). Juridisch bindend is alleen de tekst in het Publicatieblad van de EU.