ECLI:NL:RBZWB:2026:9361

Datum uitspraak
28-09-2026
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Zaaknummer
BRE 25/5057
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Bezwaar niet-ontvankelijk vanwege termijnoverschrijding. Beroep ongegrond.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 25/5057

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 september 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. E.E.M. van Horen),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg, het college.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit van het college van 19 augustus 2025. Met het bestreden besluit heeft het college het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaar niet tijdig was ingediend.

1.1.

Omdat het beroep kennelijk ongegrond is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. Het college heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaar niet tijdig was ingediend. De rechtbank komt tot het oordeel dat het bezwaar te laat is ingediend en het te laat indienen niet verschoonbaar is. Het college heeft het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. Daarom is het beroep kennelijk ongegrond.

Toetsingskader

3. Voor het indienen van een bezwaarschrift geldt een termijn van zes weken.1 Deze termijn begint op de dag na de dag waarop het besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze is bekendgemaakt.2 Dat is in dit soort gevallen de dag na de dag waarop het besluit is gepubliceerd.

Een – digitaal ingediend – bezwaarschrift is op tijd ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen.3

3.1.

Als iemand een bezwaarschrift te laat indient, kan het bestuursorgaan het bezwaar niet-ontvankelijk verklaren. Dat is anders als het niet tijdig indienen van het bezwaarschrift verontschuldigbaar is. Dan laat het bestuursorgaan niet-ontvankelijkverklaring op grond van die te late indiening achterwege.4

Is het bezwaarschrift te laat ingediend?

4. Op 20 januari 2025 heeft het college eiseres schriftelijk bericht voornemens te zijn tot opneming van gegevens over haar vertrek in de Basisregistratie personen (BRP). In dit voornemen wordt aangegeven dat het uiteindelijke besluit via een publicatie op www.overheid.nl bekend zal worden gemaakt. Vast staat dat het college het besluit waartegen bezwaar is gemaakt bekend heeft gemaakt op 21 februari 2025 door publicatie in het Gemeenteblad (www.overheid.nl), zodat de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift eindigde op 4 april 2025.

4.1.

Bij e-mailbericht van 26 mei 2025 heeft eiseres een zienswijze ingediend tegen het voornemen van 20 januari 2025. Het college heeft eiseres bericht dat inmiddels een besluit was genomen en dat de zienswijze door het college aangemerkt zal worden als bezwaarschrift. Nu de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift eindigde op 4 april 2025, is het bezwaarschrift dus niet tijdig ingediend.

Is het te laat indienen verontschuldigbaar?

5. Eiseres heeft de volgende reden gegeven voor het niet tijdig maken van bezwaar. Zij is op 15 oktober 2024 voor familiebezoek naar het buitenland vertrokken. Zij was voornemens om anderhalve maand in Somalië te verblijven. Op 21 november 2024 kreeg haar echtgenoot een verkeersongeluk en eiseres is langer in Somalië gebleven om hem te verzorgen. Vervolgens overleed op 15 januari 2025 haar oom en besloot zij langer te blijven ter ondersteuning van haar familie. Op 14 april 2025 is zij terug gereisd naar Nederland. Vanwege deze samenloop van omstandigheden heeft eiseres niet tijdig bezwaar kunnen indienen.

In beroep heeft eiseres – in aanvulling daarop – aangevoerd dat zij bij terugkeer in Nederland geconfronteerd werd met een huurrechtelijk geschil, terugvorderingen van de Dienst Toeslagen en tijdelijke stopzetting van haar zorgverzekering. Ook is zij ziek geworden. Zo spoedig mogelijk na het ontdekken van het voornemen van 20 januari 2025 heeft de gemachtigde van eiseres – ingeschakeld naar aanleiding van het huurrechtelijk geschil – de zienswijze ingediend die later als bezwaarschrift is aangemerkt.

5.1

De rechtbank is van oordeel dat hetgeen eiseres heeft aangevoerd geen verontschuldiging is voor het te laat indienen van haar bezwaarschrift. Een ongeval en het overlijden van naasten, en overige persoonlijke omstandigheden, kunnen weliswaar een reden zijn om een termijnoverschrijding verschoonbaar te achten5, maar voor een dergelijk oordeel ziet de rechtbank in dit geval geen aanleiding. De omstandigheden waardoor eiseres langer in Somalië moest blijven dan voorzien en de overige aangehaalde omstandigheden, maken niet dat de termijnoverschrijding niet aan eiseres is toe te rekenen. De reden dat eiseres het bezwaarschrift te laat heeft ingediend is namelijk veeleer dat zij gedurende haar langdurige afwezigheid uit Nederland geen deugdelijke waarneming heeft geregeld voor de afhandeling van haar post.6Dat eiseres er voor gekozen heeft om tijdens haar afwezigheid wegens verblijf in het buitenland niet iemand te vragen om haar post bij te houden, dient voor haar eigen rekening en risico te komen. Zij is ruim 5 maanden weggebleven en heeft er voor gekozen om ook niet na het ongeval van haar echtgenoot in oktober 2024 of na het overlijden van haar oom in januari 2025 – toen duidelijk werd dat zij langer zou wegblijven – iemand in Nederland te vragen om naar haar post te kijken. Bij terugkomst in Nederland heeft eiseres ook niet direct zelf haar post bekeken, wat wel van haar verwacht mag worden. Pas 6 weken na haar terugkomst in Nederland heeft haar gemachtigde voor het eerst gereageerd naar het college door middel van het indienen van een (te late) zienswijze.

Conclusie en gevolgen

6. Het bezwaar is daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is daarom ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van drs. A. Lemaire, griffier, op 28 september 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerd gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.

De griffier is verhinderd om de uitspraak te ondertekenen.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »