RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 25/7281
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 september 2026 in de zaak tussen
[eiser], uit [woonplaats], eiser
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, de Svb.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van de Svb van 29 augustus 2025.
Omdat het beroep kennelijk ongegrond is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
2. De Svb heeft het bezwaar van eiser tegen een besluit van 16 januari 2025 met het bestreden besluit niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaar niet tijdig was ingediend.
Toetsingskader
3. Voor het indienen van een bezwaarschrift geldt een termijn van zes weken.1 Deze termijn begint op de dag na de dag waarop het besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze is bekendgemaakt.2 Dat is in dit soort gevallen de dag na de dag waarop het besluit is toegezonden. Een bezwaarschrift is op tijd ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen.3Als iemand een bezwaarschrift te laat indient, kan het bestuursorgaan het bezwaar niet-ontvankelijk verklaren. Dat is anders als het niet tijdig indienen van het bezwaarschrift verschoonbaar (verontschuldigbaar) is. Het bestuursorgaan laat niet-ontvankelijkverklaring op grond van die te late indiening dan achterwege.4
Is het bezwaarschrift te laat ingediend?
4. Vast staat dat de Svb het besluit waartegen eiser bezwaar heeft gemaakt, bekend heeft gemaakt op 16 januari 2025 door verzending per post. De termijn voor het indienen van een bezwaarschrift eindigde dus op 27 februari 2025. Eiser stelt dat hij op 25 februari 2025 bezwaar heeft gemaakt.
Het bezwaarschrift is bij de Svb echter ontvangen op 1 mei 2025. Dat is ruim twee maanden na afloop van de bezwaartermijn die ook in het besluit van 16 januari 2025 staat vermeld (“Uw bezwaar moet vóór 28 februari 2025 bij ons binnen zijn.”). De Svb heeft eiser bij brief van 23 juli 2025 verzocht om bewijs dat hij op 25 februari 2025 bezwaar heeft gemaakt. Ook is hem meegedeeld dat zijn bezwaarschrift niet inhoudelijk zal worden behandeld wanneer hij dat bewijs niet voor 20 augustus 2025 heeft toegestuurd. Die termijn is verstreken zonder dat eiser het bewijs heeft geleverd waar de Svb om had gevraagd.
Het bezwaarschrift is dus te laat ingediend.
Is de te late indiening van het bezwaarschrift verschoonbaar?
5. Een bezwaarschrift dat te laat is ingediend, wordt in de regel niet inhoudelijk behandeld. Dit is alleen anders wanneer er een goede reden is voor de te late indiening. De te late indiening wordt dan “verschoonbaar” genoemd.5
De rechtbank kan niet vaststellen wanneer eiser het bezwaarschrift op de post heeft gedaan.6 Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) moet eiser in zo’n geval bewijzen dat hij zijn bezwaarschrift op tijd heeft gepost.7 Eiser is daar niet in geslaagd. Hij heeft het bezwaarschrift niet aangetekend verstuurd. Daarmee heeft hij het risico genomen dat het bezwaarschrift niet of te laat zou aankomen. Ook heeft eiser geen verzendbewijs. Dat zou anders zijn geweest als eiser zijn bezwaarschrift per aangetekende post zou hebben verstuurd of via de website van de Svb bezwaar zou hebben gemaakt.
Omdat de Svb wettelijk verplicht is om de ontvangst van het bezwaarschrift schriftelijk te bevestigen8 had eiser bij de Svb navraag kunnen doen naar (het uitblijven van een bevestiging van) de ontvangst van zijn bezwaarschrift.9 Dat is helemaal het geval nu eiser zijn bezwaarschrift niet aangetekend heeft verzonden en daarom alleen via de Svb had kunnen nagaan of zijn bezwaarschrift op tijd was ontvangen.
Dat eiser tijdens een telefonisch contact met de Svb op 11 februari 2025 kenbaar heeft gemaakt dat hij het niet eens is met het besluit van 16 januari 2025, kan niet gelijk worden gesteld met het maken van bezwaar. Zowel in het besluit als in de schriftelijke bevestiging van het telefoongesprek van 12 februari 2025 staat immers vermeld dat bezwaar alleen schriftelijk of via de website van de Svb kan worden gemaakt.
Dat eiser zich zonder toelichting beroept op “de menselijke maat” ontslaat hem niet van zijn eigen verantwoordelijkheid om op tijd bezwaar te maken. Dat hij daartoe op grond van bijzondere omstandigheden niet in staat was, is niet gesteld of gebleken.
Het bezwaarschrift is dus te laat ingediend zonder dat eiser daar een goede reden voor had. De overschrijding van de bezwaartermijn is daarom niet verschoonbaar.
Conclusie en gevolgen
6. Omdat het bezwaarschrift te laat is ingediend en dat niet verschoonbaar is, heeft de Svb het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. Omdat over dit oordeel geen twijfel mogelijk is, is het beroep kennelijk ongegrond.
7. Voor een proceskostenveroordeling of een vergoeding van het griffierecht bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.P. Verloop, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Gerde, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 25 september 2026.
|
griffier |
rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.