ECLI:NL:RBROT:2026:13973

Datum uitspraak
18-09-2026
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Zaaknummer
12200889 CV EXPL 26-10842
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Geldvordering private leaseovereenkomst

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam

zaaknummer: 12200889 CV EXPL 26-10842

datum uitspraak: 18 september 2026

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

Stellantis Financial Services Nederland B.V.,

die handelt onder de naam PSA Finance,

vestigingsplaats: Rotterdam,

eiseres,

gemachtigde: Jongejan Wisseborn gerechtsdeurwaarders,

tegen

[gedaagde] ,

woonplaats: [plaats] ,

gedaagde,

die zelf procedeert.

De partijen worden hierna ‘Stellantis’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

  • de dagvaarding van 17 april 2026, met bijlagen;

  • het antwoord;

  • de repliek, met bijlagen;

  • de dupliek.

2 De beoordeling

Waar gaat de zaak over?

2.1.

Stellantis heeft op grond van een private leaseovereenkomst een auto aan [gedaagde] ter beschikking gesteld. [gedaagde] heeft, ondanks aanmaning, de leasetermijnen over de periode vanaf 1 juni tot en met 8 september 2025 (de einddatum van de overeenkomst) nog niet betaald. Stellantis eist daarom in deze zaak betaling van € 2.380,03 aan achterstallige leasetermijnen, te vermeerderen met bijkomende kosten.

2.2.

[gedaagde] erkent dat er een betalingsachterstand is ontstaan en wil graag een betalingsregeling treffen.

2.3.

De eis wordt toegewezen. Hierna wordt toegelicht waarom.

[gedaagde] moet een hoofdsom van € 2.380,03 betalen

2.4.

[gedaagde] heeft niet aangegeven dat de eis niet klopt. Hij heeft wel uitgelegd hoe de schuld is ontstaan en dat hij het financieel moeilijk heeft. De kantonrechter begrijpt dat het voor [gedaagde] financieel niet makkelijk is, maar dat betekent niet dat hij te laat mag betalen. Daarom wordt de geëiste hoofdsom toegewezen op basis van de feiten die in de dagvaarding staan. Dat [gedaagde] naar zijn zeggen vóór het uitbrengen van de dagvaarding niet bekend was met de vordering, maakt het voorgaande niet anders. Stellantis heeft namelijk aangegeven dat [gedaagde] is verhuisd en zijn nieuwe adres niet aan Stellantis heeft doorgegeven, terwijl hij dat op basis van een bepaling in de overeenkomst wel had moeten doen. [gedaagde] heeft niet aangegeven dat dit onjuist is. Dat [gedaagde] mogelijk niet alle brieven van Stellantis en/of haar gemachtigde heeft ontvangen, komt daarom voor zijn risico.

[gedaagde] moet incassokosten van € 357,- betalen

2.5.

De incassokosten van € 357,- (exclusief btw) worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW).

[gedaagde] moet rente betalen

2.6.

De rente wordt toegewezen, omdat Stellantis genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist.

Geen betalingsregeling in dit vonnis

2.7.

De kantonrechter kan geen betalingsregeling vaststellen in dit vonnis. Daarvoor moet Stellantis namelijk toestemming geven en dat heeft zij niet gedaan (artikel 6:29 BW). [gedaagde] kan wel contact opnemen met de gemachtigde van Stellantis om te vragen of Stellantis alsnog een betalingsregeling wil afspreken.

[gedaagde] moet de proceskosten betalen

2.8.

De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Stellantis moet betalen op € 127,08 aan dagvaardingskosten, € 529,- aan griffierecht, € 506,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten × € 253,-) en € 126,50 aan nakosten. Dat is in totaal € 1.288,58. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.

Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad

2.9.

Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Stellantis dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt [gedaagde] om aan Stellantis te betalen € 2.776,42 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over € 2.380,03 vanaf 9 april 2026 tot de dag dat volledig is betaald;

3.2.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Stellantis worden begroot op € 1.288,58;

3.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. F. Aukema-Hartog en in het openbaar uitgesproken.

43416

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »