RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: 11877211 \ CV EXPL 25-5983
Vonnis van 9 september 2026
Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V.
gevestigd te Leiden
de eisende partijverder te noemen: Zilveren Kruis
gemachtigde: Syncasso Gerechtsdeurwaarders
tegen
[gedaagde]
wonende te [plaats]
de gedaagde partij verder te noemen: [gedaagde]
procederend in persoon
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
de dagvaarding van 9 september 2025, met producties;
-
de (mondelinge) conclusie van antwoord van 15 oktober 2025;
-
de conclusie van repliek tevens houdende akte vermindering van eis van 26 november 2026;
-
de conclusie van dupliek van 21 januari 2026;
-
akte uitlating producties aan de zijde van Zilveren Kruis van 18 februari 2026;
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 Het geschil
Zilveren Kruis vordert, na vermindering van eis, veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 2.191,72 (bestaande uit een hoofdsom van € 1.942,50, rente van € 46,64 en buitengerechtelijke incassokosten van € 352,58 en waarop € 150,00 in mindering strekt), te vermeerderen met de wettelijke rente van over € 1.842,50 vanaf 30 augustus 2025. Daarnaast vordert zij veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
Zilveren Kruis legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat [gedaagde] gedurende zeven maanden de verschuldigde premie niet heeft betaald.
De hoofdsom
[gedaagde] heeft de vordering erkend. De door Zilveren Kruis gevorderde hoofdsom wordt daarom toegewezen. Dat [gedaagde] door omstandigheden niet in staat was de hoofdsom te betalen, maakt dat niet anders. Deze omstandigheden komen voor haar rekening en risico.
De kantonrechter kan niet bepalen dat [gedaagde] de achterstand in maandelijkse termijnen mag betalen, omdat Zilveren Kruis dat, als schuldeiser, zelf mag bepalen.1 [gedaagde] kan wel zelf met Zilveren Kruis contact opnemen om (te proberen) tot een betalingsregeling te komen. Uit de gedingstukken blijkt dat in december 2025 een betalingsregeling is getroffen. Dat staat, anders dan [gedaagde] meent, niet in de weg aan toewijzing van de vordering.
Ambtshalve toetsing van de Voorwaarden basisverzekeringen en aanvullende verzekeringen 2025 (hierna: de Algemene Voorwaarden)
Zilveren Kruis heeft gesteld dat op de verzekeringsovereenkomst de Algemene Voorwaarden van toepassing zijn.
Voordat de kantonrechter een eindoordeel over de vordering kan geven, moet de kantonrechter eerst ambtshalve beoordelen of in de Algemene Voorwaarden bedingen zijn opgenomen die oneerlijk zijn ten opzichte van een consument, in de zin van artikel 3 van de Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de richtlijn), omdat dit gevolgen kan hebben voor (de hoogte van) de vordering. Dit artikel is in het Nederlandse recht tot uitdrukking gebracht in artikel 6:233 onder a van het Burgerlijk Wetboek (BW), waarin kort gezegd is bepaald dat een beding dat onredelijk bezwarend is, vernietigbaar is.
Buitengerechtelijke incassokosten en rente
Zilveren Kruis maakt aanspraak op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente. De kantonrechter oordeelt dat de Algemene Voorwaarden op dit punt geen oneerlijke bedingen bevatten. De door Zilveren Kruis gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden daarom toegewezen, aangezien Zilveren Kruis heeft voldaan aan het bepaalde in artikel 6:96 lid 6 BW.
De wettelijke rente wordt toegewezen, voor zover deze rente wordt berekend over de verschuldigde premie. Uit de overeengekomen betalingstermijn volgt namelijk dat de verzekeringnemer zonder ingebrekestelling in verzuim is als de premie niet op tijd wordt betaald.
Opschorting
Het opschortingsbeding in de Algemene Voorwaarden is door de kantonrechter getoetst en niet oneerlijk bevonden.
Premiewijziging
Het premiewijzigingsbeding in de Algemene Voorwaarden is door de kantonrechter getoetst en niet oneerlijk bevonden.
Conclusie en proceskosten
[gedaagde] heeft na het verstrijken van de veertiendagentermijn een bedrag van € 150,00 voldaan. Deze deelbetaling strekt, gelet op het bepaalde in artikel 6:44 BW en wat hiervoor is overwogen, eerst in mindering op de buitengerechtelijke incassokosten van € 352,58. Dit maakt dat een bedrag van € 202,58 aan buitengerechtelijke incassokosten resteert en zal worden opgeteld bij de hoofdsom.
Uit het voorgaande volgt dat een bedrag van € 2.191,72 ( € 1.942,50 + € 46,64 + € 202,58) zal worden toegewezen. De verdere rente zal worden toegewezen, zoals hierna zal worden vermeld.
[gedaagde] is in is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Zilveren Kruis worden begroot op:
|
- kosten van de dagvaarding |
€ |
146,14 |
|
|
- griffierecht |
€ |
385,00 |
|
|
- salaris gemachtigde |
€ |
434,00 |
(2 punten × € 217,00) |
|
- nakosten |
€ |
108,50 |
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) |
|
Totaal |
€ |
1.073,64 |
3 De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Zilveren Kruis van € 2.191,72, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.842,50 vanaf 10 september 2025 tot aan de dag van de gehele betaling;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.073,64, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Jochems en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter