ECLI:NL:RBGEL:2026:5801

Datum uitspraak
13-03-2026
Instantie
Rechtbank Gelderland
Rechtsgebied
Strafrecht
Zaaknummer
05-313230-25
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt verdachte voor het medeplegen van meerdere winkeldiefstallen tot een gevangenisstraf van 18 weken met aftrek van voorarrest.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer: 05/313230-25

Datum uitspraak : 13 maart 2026

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1977 in [geboorteplaats] (Roemenië),

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

op dit moment gedetineerd in de P.I. [verblijfplaats] .

Raadsvrouw: mr. A. Petrescu, advocaat in Amsterdam.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 27 februari 2026.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

Hij in of omstreeks de periode van 8 november 2025 tot en met 14 november 2025 te Oudenbosch en/of Prinsenbeek en/of Oosterhout, althans in Nederland,

meermalen, althans eenmaal,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een of meer goederen zoals omschreven in het/de in deze tenlastelegging genoemde proces(sen) verbaal van aangifte met de/het volgende kenmerk(en):

1. PL2000-2025305708-2 – Kruidvat [adres] Oudenbosch pleegdatum 8-11-2025 (verzorgingsartikelen, totale waarde: €2791,44) en/of;

2. PL2000-2025304165-2 – Kruidvat [adres] Prinsenbeek pleegdatum 9-11-2025 (verzorgingsartikelen, totale waarde: €1307,61) en/of;

3. PL2000-2025312025 – Kruidvat [adres] Oosterhout pleegdatum 14-11-2025 (verzorgingsartikelen, totale waarde €4450);

in elk geval enig goed dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan de in de proces(sen) verbaal van aangifte met eerdergenoemd(e) kenmerk(en) genoemde aangever(s), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

2.

Hij op of omstreeks 18 november 2025 te Hilversum, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, voedingsmiddelen en/of schoonmaakmiddelen (met een totale waarde van €109,70), in elk geval enig goed dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan de Albert Heijn [adres] te Hilversum, in elk geval een aan ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de feiten zoals tenlastegelegd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte moet worden vrijgesproken van de derde zaak van feit 2 (diefstal op 14 november 2025 bij de Kruidvat in Oosterhout). Ten aanzien van de overige feiten heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, met dien verstande dat de raadsvrouw zich op het standpunt stelt dat de in de tenlastelegging genoemde bedragen niet kunnen worden bewezen en dat ook geen sprake is van medeplegen.

Beoordeling door de rechtbank

Algemeen

De politie heeft kennis gekregen van deze zaak doordat het bedrijf A.S. Watson, dat onder andere de beveiliging van de Kruidvat verzorgt, een dossier had aangelegd met gegevens over een aantal diefstallen waarbij twee verdachten waren betrokken. Bij één van deze diefstallen had het winkelpersoneel gezien dat de verdachten wegreden in een witte Landrover met Duits kenteken [kenteken] . Dit voertuig is in de ANPR geplaatst en gaf een eindhit op de A27 te Nieuwegein. De politie heeft dit voertuig gevolgd en zag dat er twee personen in zaten, te weten verdachten [verdachte] en [medeverdachte] .2

Beide verdachten verbleven in de woning van de nicht van verdachte [verdachte] aan [adres] in Hilversum. In de slaapkamer waar [verdachte] verbleef, werden verschillende dozen en tassen aangetroffen met daarin ruim 300 artikelen, waaronder verzorgingsartikelen. Deze waren voornamelijk afkomstig van de Kruidvat, maar ook van de Hema en de Albert Heijn etc.3

In voornoemd voertuig werden twee ‘geprepareerde’ schoudertassen aangetroffen waarin op een heimelijke manier aluminiumfolie en bruine tape was verwerkt. Deze tassen droegen verdachten bij de onder feit 2 tenlastegelegde diefstallen.4 Verdachte [medeverdachte] heeft verklaard dat één van deze tassen van hem is en dat hij die heeft gevonden in een doos die bij het vuilnis stond.5 Verdachte [verdachte] heeft verklaard dat hij de tassen uit het afval heeft gehaald.6 Hij heeft één van de tassen gebruikt. Hij ging er wel eens mee naar de Kruidvat en deed er dan spullen in die hij niet betaalde.7

De rechtbank is van oordeel dat beide verdachten – op basis van de hieronder opgegeven bewijsmiddelen – met een geprepareerde tas winkels binnen zijn gegaan en hebben verlaten, met als kennelijk doel dat daardoor de alarmpoortjes niet zouden afgaan als zij met niet-betaalde goederen de winkel verlieten.

De meeste aldus uitgevoerde diefstallen vonden plaats bij de Kruidvat. Het beveiligingsbedrijf van de Kruidvat liet weten dat medewerkers van de Kruidvat dagelijks de voorraad producten bijhouden. Op grond van de camerabeelden kunnen de medewerkers de stellingen lokaliseren waar verdachten goederen hebben weggenomen. Vaak zijn de producten ook te zien, maar soms is het aantal producten dat wordt weggenomen niet goed te zien. Na een diefstal wordt er gekeken hoeveel producten er op voorraad zouden moeten zijn en hoeveel daarvan ontbreken. Hoewel dit systeem vrij accuraat is, kan de Kruidvat nooit met honderd procent zekerheid, maar wel met grote zekerheid, zeggen dat de weggenomen goederen precies matchen met de tekorten in de voorraad.8

De rechtbank kan dus de exacte bedragen, zoals die ten laste zijn gelegd, niet bewezen verklaren, maar gelet op de hoeveelheid goederen en het soort goederen, te weten overwegend dure producten, kan in ieder geval worden vastgesteld dat het gaat om weggenomen producten met een grote totaalwaarde. De rechtbank gaat ervan uit dat verdachte voor ruim € 3.000,- aan goederen heeft weggenomen.

Hierna zal de rechtbank ingaan op de afzonderlijke feiten en verweren.

Feit 1

1. PL2000-2025305708-2 – Kruidvat [adres] Oudenbosch pleegdatum 8-11-2025

[aangever 1] heeft namens de Kruidvat aan de [adres] in Oudenbosch aangifte gedaan van winkeldiefstal, gepleegd op 8 november 2025. Hierbij is een grote hoeveelheid (verzorgings)producten weggenomen. Op de camerabeelden is te zien dat de verdachten elkaar soms aankijken en iets tegen elkaar zeggen als ze elkaar kruisen.9

De politie heeft de camerabeelden van de Kruidvat uitgekeken. Hierop was te zien dat twee mannen los van elkaar de winkel binnenkwamen. Beide verdachten gebruikten een zwarte tas, waarbij de tweede verdachte de schoudertas gebruikte die de eerste verdachte in eerdere diefstallen had gebruikt. Beide mannen halen verschillende goederen uit de schappen en stoppen deze vervolgens in de tassen. Omstreeks 16:35 uur verlaten ze los van elkaar de Kruidvat, zonder af te rekenen.10

Een verbalisant herkende de personen op de camerabeelden als verdachten [verdachte] en [medeverdachte] .11

2. PL2000-2025304165-2 – Kruidvat [adres] Prinsenbeek pleegdatum 9-11-2025

[aangever 1] heeft namens de Kruidvat aan de [adres] in Prinsenbeek aangifte gedaan van winkeldiefstal, gepleegd op 9 november 2025. Hierbij is een grote hoeveelheid (verzorgings)producten weggenomen.12

De politie heeft de camerabeelden van de Kruidvat uitgekeken. Hierop was te zien dat twee mannen los van elkaar de winkel binnenkwamen. Beide verdachten gebruikten een zwarte tas, waarbij de tweede verdachte de schoudertas gebruikte die de eerste verdachte in eerdere diefstallen had gebruikt. De verdachten stoppen goederen bij elkaar in het mandje en stoppen het daarna in hun tassen. Vervolgens verlaten ze de winkel zonder de goederen te betalen.13

Een verbalisant herkende de personen op de camerabeelden als verdachten [verdachte] en [medeverdachte] .14

Verdachte heeft verklaard dat hij twee keer producten heeft gestolen bij de Kruidvat.15

3. PL2000-2025312025 – Kruidvat [adres] Oosterhout pleegdatum 14-11-2025

Volgens de politie is op de camerabeelden te zien dat verdachte in deze zaak buiten de winkel stond te wachten met een doos in zijn handen en zou verdachte [medeverdachte] de gestolen goederen aan hem hebben afgegeven. De rechtbank heeft deze camerabeelden in raadkamer bekeken, maar heeft verdachte hierop niet waargenomen. Aldus kan niet worden bewezen dat verdachte betrokken was bij deze zaak. Daarom zal de rechtbank hem hiervan vrijspreken.

Voor het overige (de zaken nrs. 1 en 2 hierboven) acht de rechtbank dit feit wettig en overtuigend bewezen, inclusief het tenlastegelegde in vereniging plegen. In beide zaken is namelijk sprake van een nauwe en bewuste samenwerking, nu beide verdachten gebruik maken van geprepareerde tassen en ze in beide zaken in contact staan met elkaar.

Feit 2

Op 18 november 2025 zagen verbalisanten dat verdachten [verdachte] en [medeverdachte] de Albert Heijn binnen gingen. [verdachte] had een winkelmandje en bleef voorin de winkel hangen. [medeverdachte] had twee bigshoppers van de Albert Heijn bij zich. [medeverdachte] liep helemaal naar achteren in de winkel, waar hij de bigshoppers in zeer korte tijd vulde met vleesproducten uit de koeling. Vervolgens liep [medeverdachte] door de winkel en hij pakte her en der wat producten uit het schap. Op een gegeven moment kwamen ze samen en zag één van de verbalisanten dat de twee bigshoppers inmiddels gevuld waren, terwijl ze eerder nog geheel leeg waren. In het schap met de wasmiddelen zag een verbalisant dat [verdachte] een fles in zijn handen had, de dop eraf schroefde en eraan rook. [medeverdachte] zette de bigshoppers in het mandje en liep voorbij de kassa’s zonder dat hij iets in zijn handen had. Vervolgens liep [medeverdachte] weer richting het ingangspoortje tot deze opende, maar hij ging niet naar binnen. Vervolgens liep [verdachte] met de twee bigshoppers langs de geopende ingangspoortjes. Daarna liepen ze samen de winkel uit richting hun auto.16

[aangever 2] heeft vervolgens aangifte gedaan namens de Albert Heijn aan de [adres] in Hilversum. Hij zag op de camerabeelden dat twee personen de winkel verlieten met twee shoppers, terwijl de politie er maar één bij zich had. In de tweede tas zat onder andere wasmiddel. Er is een bon gemaakt van de goederen die de politie had meegenomen. Deze goederen bedroegen € 109,70, maar dat waren dus niet alle gestolen goederen.17

Verdachte heeft verklaard dat hij producten heeft gestolen bij de Albert Heijn.18

Op basis van het voorgaande acht de rechtbank feit 2 wettig en overtuigend bewezen, inclusief het tenlastegelegde in vereniging plegen. Uit de observaties van de politie blijkt immers dat er duidelijk sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de twee verdachten.

3 De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

Hij in of omstreeks de periode van 8 november 2025 tot en met 14 november 2025 te Oudenbosch en/of Prinsenbeek en/of Oosterhout, althans in Nederland,

meermalen, althans eenmaal,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een of meer goederen zoals omschreven in het/de in deze tenlastelegging genoemde proces(sen) verbaal van aangifte met de/het volgende kenmerk(en):

1. PL2000-2025305708-2 – Kruidvat [adres] Oudenbosch pleegdatum 8-11-2025 (verzorgingsartikelen, totale waarde: €2791,44) en/of;

2. PL2000-2025304165-2 – Kruidvat [adres] Prinsenbeek pleegdatum 9-11-2025 (verzorgingsartikelen, totale waarde: €1307,61) en/of;

3. PL2000-2025312025 – Kruidvat [adres] Oosterhout pleegdatum 14-11-2025 (verzorgingsartikelen, totale waarde €4450);

in elk geval enig goed dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan de in de proces(sen) verbaal van aangifte met eerdergenoemd(e) kenmerk(en) genoemde aangever(s), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

2.

Hij op of omstreeks 18 november 2025 te Hilversum, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, voedingsmiddelen en/of schoonmaakmiddelen (met een totale waarde van €109,70), in elk geval enig goed dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan de Albert Heijn [adres] te Hilversum, in elk geval een aan ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1:

diefstal door twee of meer verenigde personen, meermaals gepleegd;

feit 2:

diefstal door twee of meer verenigde personen.

5 De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr). Zij heeft betoogd dat er sprake is van mobiel banditisme en heeft dit mee laten wegen in de strafeis.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit dat aan verdachte een gevangenisstraf zou moeten worden opgelegd die gelijk is aan het voorarrest. Volgens haar is er geen sprake van mobiel banditisme.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

De ernst van de feiten

Verdachte heeft zich in een periode van twee weken schuldig gemaakt aan drie diefstallen in vereniging. Daarbij heeft verdachte goederen met een totale waarde van ruim € 3.000,- weggenomen. Met hun handelen hebben verdachten de betrokken winkelketens gedupeerd. Uiteindelijk worden deze kosten doorberekend aan de klanten die wel betalen voor hun producten. Dit neemt de rechtbank verdachte kwalijk.

De persoon en persoonlijke omstandigheden van verdachte

Verdachte heeft in Nederland een blanco strafblad. Het procesdossier bevat geen informatie over eventuele veroordelingen in het buitenland.

Reclassering Nederland heeft op 1 december 2025 een advies over verdachte uitgebracht in het kader van de raadkamer gevangenhouding. Volgens de reclassering is sprake van een delictpatroon, daarom schatten zij het risico op recidive in als hoog. De reclassering krijgt slechts beperkt zicht op de diverse leefgebieden van verdachte. Hij zou in Duitsland wonen, waar hij ook zou werken. Verdachte zegt dat hij financiële problemen heeft. Als hij langer vast blijft zitten, is de kans groot dat hij zijn baan verliest en zijn schulden oplopen. De reclassering acht de leefgebieden houding, financiën en sociaal netwerk delictgerelateerd, maar ziet geen mogelijkheden om middels reclasseringstoezicht te werken aan gedragsverandering of het beperken van risico’s.

Conclusie

De rechtbank constateert dat concrete informatie over eventuele veroordelingen in het buitenland ontbreekt. Dat maakt dat de rechtbank te weinig aanknopingspunten heeft om vast te kunnen stellen dat er sprake is geweest van mobiel banditisme.

De LOVS-oriëntatiepunten gaan bij een winkeldiefstal in georganiseerd verband en/of een professionele werkwijze (bijvoorbeeld met een geprepareerde tas) uit van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden. Verdachte heeft bij twee van de drie bewezen verklaarde diefstallen gebruikt gemaakt van een geprepareerde tas. Het genoemde oriëntatiepunt is daarom niet in volle omvang aan de orde. De rechtbank gaat in plaats daarvan uit van zes weken gevangenisstraf per feit. Voor deze feiten vindt de rechtbank dus een gevangenisstraf van 18 weken met aftrek overeenkomstig artikel 27 Sr passend.

8 De beoordeling van het beslag

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de in beslag genomen goederen als volgt moeten worden afgehandeld:

  • De geprepareerde tassen, het aluminiumfolie en de duct tape moeten verbeurd worden verklaard;

  • De collageentabletten van de Etos, de koffiebonen van de Hema en het tafellaken van de Albert Heijn moeten worden bewaard ten behoeve van de rechthebbende;

  • De schoenen van het merk Diesel moeten worden teruggegeven aan verdachte;

  • De rugtas moet terug worden gegeven aan medeverdachte [medeverdachte] ;

  • De overige goederen moeten terug worden gegeven aan de Kruidvat.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de make-up en de parfums van de merken David Beckham en Guess kunnen worden bewaard ten behoeve van de rechthebbende.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank merkt op dat de beslaglijst twintig pagina’s lang en zeer onoverzichtelijk is. Bovendien dateert deze van 26 februari 2026, dus de dag vóór de terechtzitting. De rechtbank heeft pas op de dag van de zitting kennis kunnen nemen van deze lijst. Om deze redenen zal de rechtbank niet op ieder goed afzonderlijk ingaan.

De rechtbank zal de geprepareerde tassen (voorwerpen 21 en 22; voorwerpnummers G3580951 en G3580944), de duct tape (voorwerp 44; voorwerpnummer G3580930) en het aluminiumfolie (voorwerp 40; voorwerpnummer G3580937) met betrekking tot welke feit 1 is begaan, verbeurd verklaren.

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de verzorgingsartikelen, make-up en parfums aan de rechthebbende, te weten de Kruidvat, omdat geen strafvorderlijk belang zich daartegen verzet.

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de schoenen van het merk Diesel (voorwerp 35; voorwerpnummer G3580938), aan verdachte, omdat geen strafvorderlijk belang zich daartegen verzet.

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de rugzak (voorwerp 19; voorwerpnummer G3580970) aan de rechthebbende, te weten medeverdachte [medeverdachte] , omdat geen strafvorderlijk belang zich daartegen verzet.

Ten aanzien van de overige in beslag genomen goederen overweegt de rechtbank dat zij niet in staat is een persoon als rechthebbende aan te merken en daarom de bewaring ten behoeve van de rechthebbende zal bevelen.

9 De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 33, 33a, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

10 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 weken;

 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 verklaart verbeurd de volgende voorwerpen:

o de geprepareerde tassen (voorwerpen 21 en 22; voorwerpnummers G3580951 en G3580944),

o de duct tape (voorwerp 44; voorwerpnummer G3580930) en

o het aluminiumfolie (voorwerp 40; voorwerpnummer G3580937);

 gelast de teruggave van de verzorgingsartikelen, make-up en parfums aan de rechthebbende, te weten de Kruidvat;

 gelast de teruggave van de schoenen van het merk Diesel (voorwerp 35; voorwerpnummer G3580938 aan verdachte;

 gelast de teruggave van de rugzak (voorwerp 19; voorwerpnummer G3580970) aan de rechthebbende, te weten medeverdachte [medeverdachte] ;

 beveelt ten aanzien van de overige in beslag genomen goederen dat deze worden bewaard ten behoeve van de rechthebbende;

 heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur daarvan gelijk wordt aan die van de onvoorwaardelijk opgelegde straf.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Breimer (voorzitter), mr. W. Bruins en mr. G. Pesselse, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.M. Aalbers, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 13 maart 2026.

Mr. Pesselse is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »