ECLI:NL:RBDHA:2026:30059

Datum uitspraak
09-10-2026
Instantie
Rechtbank Den Haag
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Zaaknummer
NL23.28966
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk, beroep ingetrokken

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amsterdam

Bestuursrecht

Zaaknummer: NL23.28966

V-nummer: [v-nummer]

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster],

geboren op [geboortedag] 2003, van Marokkaanse nationaliteit, verzoekster

(gemachtigde: mr. E.R. Hagenaars)

en

de minister van Asiel en Migratie 1, de minister.

Procesverloop

De minister heeft bij besluit van 25 augustus 2023 (het bestreden besluit) bepaald dat het recht van verzoekster op tijdelijke bescherming op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming2 eindigt op 4 september 2023.

Verzoekster heeft de voorzieningenrechter op 13 september 2023 verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Op dezelfde datum heeft verzoekster beroep ingediend tegen het bestreden besluit.3

De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De minister heeft op 5 februari 2024 laten weten dat het bestreden besluit is ingetrokken in verband met de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 17 januari 2024.4

2. Gebleken is dat verzoekster op 5 februari 2024 het beroep heeft ingetrokken. Er wordt daarmee niet langer voldaan aan het in artikel 8:81 van de Awb neergelegde connexiteitsvereiste, dat inhoudt dat een voorlopige voorziening alleen hangende een procedure mogelijk is. Aan een inhoudelijke beoordeling van het verzoek kan de voorzieningenrechter dan ook niet meer toekomen.

Conclusie

3. Het verzoek is kennelijk niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. H.B. van Gijn, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. I.I. Mooij, griffier.

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »