Artikel 41 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990
Lid 1
Onverminderd artikel 32, eerste lid, mogen bestuurders van een motorvoertuig bij dag dagrijlicht voeren. Het dagrijlicht wordt niet tegelijk met enig ander licht aan de voorzijde van het voertuig gevoerd.
Lid 2
Bestuurders van een motorvoertuig mogen, indien deze verlichting krachtens de Regeling voertuigen voor dat motorvoertuig is toegestaan, tegelijk met dimlicht of mistlicht aan de voorzijde bochtlicht, hoeklicht, manoeuvreerlichten, markeringslichten of staaklichten voeren, waarbij voor het mogen voeren van manoeuvreerlichten een maximumsnelheid geldt van 10 km per uur.
Dit artikel verwijst naar:
Recente uitspraken
Art. 41 RVV is sinds 1972 in 2 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad.
- ECLI:NL:HR:1979:AC6633 — 26-06-1979 Hoge Raad
Kruising; verdachte kwam van rechts; was art. 41 RVV van toepassing? Ontoereikend bewijs. - ECLI:NL:HR:1972:AB3369 — 01-02-1972 Hoge Raad
Meer en Vaart. Als bestuurder van auto bij nadering van kruising doorgang niet vrijlaten, waardoor botsing met andere auto is ontstaan (art. 41 RVV). Bewijsverweer dat niet strijdig is met bewijsmiddelen maar wel onverenigbaar is met bewezenverklaring. Kan uit b.m. worden…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.