Artikel 5 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990
Lid 1
Fietsers gebruiken het verplichte fietspad of het fiets/bromfietspad.
Lid 2
Zij gebruiken de rijbaan indien een verplicht fietspad of een fiets/bromfietspad ontbreekt.
Lid 3
Zij mogen het onverplichte fietspad gebruiken. Bestuurders van snorfietsen uitgerust met een verbrandingsmotor mogen het onverplichte fietspad slechts gebruiken met uitgeschakelde motor.
Lid 4
Bestuurders van fietsen op meer dan twee wielen die met inbegrip van de lading breder zijn dan 0,75 meter en van fietsen met aanhangwagen die met inbegrip van de lading breder zijn dan 0,75 meter mogen de rijbaan gebruiken.
Lid 5
Bestuurders vanaf 16 jaar van snorfietsen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel d, van de wet mogen het trottoir en het voetpad gebruiken indien zij beschikken over een gehandicaptenparkeerkaart of een bij ministeriële regeling aangewezen kaart ten behoeve van het vervoer van gehandicapten.
Lid 6
Bestuurders jonger dan 16 jaar van snorfietsen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel d, van de wet gebruiken het trottoir of het voetpad indien zij beschikken over een gehandicaptenparkeerkaart of een bij ministeriële regeling aangewezen kaart ten behoeve van het vervoer van gehandicapten.
Lid 7
Het eerste lid, het tweede lid en het vierde lid gelden niet voor bestuurders als bedoeld in het zesde lid.
Lid 8
Bestuurders van snorfietsen gebruiken de rijbaan indien dit bij verkeersbesluit, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de wet, is bepaald en bij het verkeersteken dat het verplichte fietspad aangeeft een onderbord dit aanduidt.
Lid 9
Het achtste lid is niet van toepassing op snorfietsen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, onder d, van de wet en op bestuurders van snorfietsen zijnde bestuurders als bedoeld in het vijfde en zesde lid van dit artikel.
Dit artikel verwijst naar:
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 5 RVV is sinds 2009 in 20 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Arnhem-Leeuwarden, Rb. Zeeland-West-Brabant en Rb. Noord-Holland.
- ECLI:NL:GHARL:2024:6720 — 31-10-2024 Hof Arnhem-Leeuwarden
Overschrijding van de redelijke termijn van berechting in hoger beroep. Nu de totale duur van de procedure niet een periode van vier jaar overschrijdt, wordt met die vaststelling volstaan. - ECLI:NL:GHARL:2023:7664 — 13-09-2023 Hof Arnhem-Leeuwarden
Handelen in strijd met een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen. Bevoegdheid ambtenaar. Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar (boa). De beperking dat een boa Openbare Ruimte alleen bevoegd is tot handhaving op het negeren van een C bord in relatie tot… - ECLI:NL:GHARL:2023:203 — 10-01-2023 Hof Arnhem-Leeuwarden
Artikel 5 Wahv. De bestuurder werd staandegehouden, maar stelde geëmotioneerd dat zij met spoed naar haar kind moest en zich later zou melden. Aangezien zij niet terugkwam, is haar identiteit niet vastgesteld en mocht de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd. - ECLI:NL:GHARL:2022:7147 — 16-08-2022 Hof Arnhem-Leeuwarden
Artikel 5 Wahv. De boa heeft de bestuurder niet staandegehouden, omdat hij daar niet bevoegd toe zou zijn en er bovendien een foto van de gedraging voorhanden is. Een boa 'openbare ruimte' is wel degelijk bevoegd staande te houden. Dat er een foto is gemaakt, betekent niet dat… - ECLI:NL:GHARL:2022:6566 — 28-07-2022 Hof Arnhem-Leeuwarden
Bevoegdheid boa. Het opleggen van een sanctie voor een gedraging die via 'live' camerabeelden is vastgesteld, valt niet onder 'digitaal handhaven' als bedoeld in de Regeling domeinlijsten boa.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.