Hoofdstuk 4. Informatie en praktijken voorafgaand aan het sluiten van de kredietovereenkomst
Artikel 10
Algemene bepalingen inzake reclame en marketing
Onder voorbehoud van Richtlijn 2005/29/EG, schrijven de lidstaten voor dat reclame- en marketingcommunicatie betreffende kredietovereenkomsten eerlijk, duidelijk en niet misleidend mag zijn. Met name wordt verboden bewoordingen te gebruiken die bij de consument valse verwachtingen kunnen scheppen betreffende de beschikbaarheid of de kosten van een krediet.
Artikel 11
In reclame op te nemen standaardinformatie
De lidstaten dragen er zorg voor dat alle reclame voor kredietovereenkomsten waarin een rentevoet of cijfers betreffende de kosten van het krediet voor de consument worden vermeld, de standaardinformatie overeenkomstig dit artikel bevat.
De lidstaten kunnen bepalen dat de eerste alinea niet van toepassing is indien volgens het nationale recht een jaarlijks kostenpercentage moet worden vermeld in reclames voor kredietovereenkomsten die geen rentevoet of enigerlei cijfergegevens met betrekking tot eventueel door de consument te dragen kredietkosten in de zin van de eerste alinea vermelden.
In de standaardinformatie wordt op duidelijke, beknopte en opvallende wijze het volgende vermeld:
de identiteit van de kredietgever of, in voorkomend geval, de kredietbemiddelaar of aangestelde vertegenwoordiger;
in voorkomend geval, dat de kredietovereenkomst gewaarborgd wordt door een hypotheek of door een in een lidstaat gebruikelijke andere vergelijkbare zekerheid op voor bewoning bestemde onroerende goederen, dan wel door een recht op voor bewoning bestemde onroerende goederen;
de debetrentevoet, met de vermelding of deze vast of variabel is, alsook nadere informatie over eventuele kosten die in de totale kosten van het krediet voor de consument zijn begrepen;
het totale kredietbedrag;
het jaarlijkse kostenpercentage; dat in de reclame ten minste even duidelijk moet worden vermeld als elke rentevoet;
in voorkomend geval, de duur van de kredietovereenkomst;
in voorkomend geval, het bedrag van de afbetalingstermijnen;
in voorkomend geval, het totale door de consument te betalen bedrag;
in voorkomend geval, het aantal afbetalingstermijnen;
in voorkomend geval, een waarschuwing betreffende het feit dat mogelijke schommelingen van de wisselkoers van invloed kunnen zijn op het door de consument te betalen bedrag.
De in lid 2 vermelde informatie, anders dan de onder a), b) of j) vermelde informatie, wordt verduidelijkt door middel van een representatief voorbeeld en dat representatieve voorbeeld wordt steeds gevolgd. De lidstaten stellen criteria vast voor het bepalen van een representatief voorbeeld.
Indien een contract voor een nevendienst, met name een verzekering, moet worden gesloten om het krediet, in voorkomend geval onder de geadverteerde voorwaarden, te verkrijgen, en de kosten van die dienst niet vooraf kunnen worden bepaald, moet de verplichting tot het sluiten van dat contract op een duidelijke, beknopte en opvallende wijze tezamen met het jaarlijkse kostenpercentage worden vermeld.
De in de leden 2 en 4 bedoelde informatie is naargelang van de voor de reclame gebruikte drager goed leesbaar of duidelijk hoorbaar.
De lidstaten kunnen eisen dat een beknopte en evenredige waarschuwing met betrekking tot specifieke aan kredietovereenkomsten verbonden risico’s wordt opgenomen. Zij stellen de Commissie onverwijld in kennis van deze eisen.
Dit artikel laat Richtlijn 2005/29/EG onverlet.
Artikel 12
Koppelverkoop en gebundelde verkoop
De lidstaten staan gebundelde verkoop toe maar verbieden praktijken aangaande koppelverkoop.
Onverminderd lid 1 mogen de lidstaten bepalen dat kredietgevers de consument, een familielid of een persoon uit de onmiddellijke omgeving kunnen verzoeken:
een betaal- of spaarrekening te openen of aan te houden, waarvan het enige doel erin bestaat kapitaal op te bouwen om het krediet terug te betalen of af te lossen, middelen samen te voegen om het krediet te verkrijgen dan wel bijkomende zekerheid te verschaffen voor de kredietgever in geval van wanbetaling;
een beleggingsproduct of een particulier pensioenproduct te openen of aan te houden, indien dergelijk product, dat hoofdzakelijk de belegger een inkomen tijdens pensionering biedt, tevens dient als bijkomende zekerheid voor de kredietgever in geval van wanbetaling, dan wel om kapitaal op te bouwen om het krediet terug te betalen of af te lossen, of tegoeden samen te voegen om het krediet te verkrijgen;
een afzonderlijke kredietovereenkomst te sluiten in combinatie met een kredietovereenkomst op basis van gedeelde vermogens (shared equity) om het krediet te verkrijgen.
Onverminderd lid 1 kunnen de lidstaten koppelverkoop toestaan indien de kredietgever aan zijn bevoegde autoriteit kan aantonen dat de aangeboden gekoppelde producten of categorieën producten, tegen aan elkaar gelijke voorwaarden, die niet afzonderlijk beschikbaar worden gesteld, een duidelijk voordeel voor de consument bieden, rekening houdend met de beschikbaarheid en de prijzen van dergelijke producten op de markt. Dit lid is uitsluitend van toepassing op producten die na 20 maart 2014 op de markt worden gebracht.
De lidstaten kunnen kredietgevers toestaan om van de consument te verlangen dat zij over een verzekeringspolis met betrekking tot de kredietovereenkomst beschikken. In dergelijke gevallen dragen de lidstaten er zorg voor dat de kredietgever de verzekeringspolis van een andere dan zijn voorkeursdienstverlener aanvaardt, mits de door die polis geboden waarborg gelijkwaardig is aan die van de door de kredietgever voorgestelde verzekeringspolis.
Artikel 13
Algemene informatie
De lidstaten zorgen ervoor dat kredietgevers of, in voorkomend geval, verbonden kredietbemiddelaars dan wel hun aangestelde vertegenwoordigers de algemene informatie over kredietovereenkomsten te allen tijde op papier of een andere duurzame drager, of in elektronische vorm duidelijk en begrijpelijk beschikbaar stellen. Daarenboven, kunnen de lidstaten bepalen dat algemene informatie door niet-verbonden kredietbemiddelaars beschikbaar wordt gesteld.
Die algemene informatie omvat ten minste het volgende:
de identiteit en het geografische adres van degene die de informatie beschikbaar stelt;
de doeleinden waarvoor het krediet mag worden gebruikt;
de vormen van zekerheid alsmede, indien van toepassing, de vermelding dat de zekerheid zich ook in een andere lidstaat mag bevinden;
de mogelijke duur van de kredietovereenkomsten;
de beschikbare debetrentevoeten, met vermelding of die vast of variabel zijn, met een korte beschrijving van de kenmerken van een vaste en variabele rentevoet en de daaraan verbonden gevolgen voor de consument;
indien contracten die een benchmark als gedefinieerd in artikel 3, lid 1, punt 3, van Verordening (EU) 2016/1011 van het Europees Parlement en de Raad () als referentie gebruiken, beschikbaar zijn, de namen van de benchmarks en de beheerders daarvan, alsmede de mogelijke gevolgen voor de consument;
indien leningen in vreemde valuta’s beschikbaar zijn, de vermelding van de vreemde valuta of valuta’s, met een toelichting bij de gevolgen voor de consument indien het krediet in een vreemde valuta luidt;
een representatief voorbeeld van het totale kredietbedrag, de totale kosten van het krediet voor de consument, het totale door de consument te betalen bedrag en het jaarlijkse kostenpercentage;
een indicatie van mogelijke bijkomende kosten, die niet in de totale kosten van een krediet voor de consument zijn opgenomen en die ter zake van een kredietovereenkomst verschuldigd zijn;
de verschillende beschikbare opties voor het aflossen van het krediet aan de kredietgever, met inbegrip van het aantal, de periodiciteit en het bedrag van de afbetalingstermijnen;
in voorkomend geval, een duidelijke en beknopte verklaring dat de naleving van de bepalingen en de voorwaarden van de kredietovereenkomsten geen garantie vormt voor de terugbetaling van het totale kredietbedrag krachtens de kredietovereenkomst;
een beschrijving van de rechtstreeks aan vervroegde aflossing verbonden voorwaarden;
de vermelding of een waardebepaling van het onroerend goed moet worden uitgevoerd en, in voorkomend geval, wie verantwoordelijk is dat deze waardebepaling wordt uitgevoerd, en of daaraan voor de consument kosten zijn verbonden;
een indicatie van de nevendiensten die de consument gehouden is te verwerven teneinde het krediet, in voorkomend geval onder de geadverteerde voorwaarden, te verkrijgen en, indien van toepassing, een verduidelijking dat de nevendiensten kunnen worden aangekocht van een dienstverlener die niet de kredietgever is; en
een algemene waarschuwing betreffende de mogelijke gevolgen van niet-naleving van de aan de kredietovereenkomst verbonden verplichtingen.
De lidstaten kunnen de kredietgevers ertoe verplichten andere soorten waarschuwingen op te nemen die in een lidstaat van belang zijn. Zij stellen de Commissie onverwijld in kennis van deze voorschriften.
Artikel 14
Precontractuele informatie
De lidstaten zien erop toe dat de kredietgever en, in voorkomend geval, de kredietbemiddelaar of de aangestelde vertegenwoordiger aan de consument de op diens persoon toegesneden informatie verstrekt die hij nodig heeft om de op de markt beschikbare kredietproducten te kunnen vergelijken, de respectieve implicaties ervan te kunnen beoordelen en zo een geïnformeerd besluit over het sluiten van een kredietovereenkomst te kunnen nemen:
onverwijld nadat de consument in overeenstemming met artikel 20 de nodige informatie over zijn behoeften, financiële situatie en voorkeuren heeft verstrekt; en
ruimschoots voordat de consument door een kredietovereenkomst of -aanbod gebonden is.
De gepersonaliseerde informatie als bedoeld in lid 1, wordt op papier of op een andere duurzame drager verstrekt door middel van het in bijlage II opgenomen ESIS.
De lidstaten zien erop toe dat wanneer aan de consument een voor de kredietgever bindend aanbod wordt gedaan, dit op papier of op een andere duurzame drager wordt verstrekt en van een ESIS vergezeld gaat, indien:
niet eerder een ESIS aan de consument is verstrekt; of
de kenmerken van het aanbod afwijken van de informatie die in het eerder verstrekte ESIS opgenomen was.
De lidstaten kunnen bepalen dat verstrekking van het ESIS verplicht is voorafgaand aan het doen van een voor de kredietgever bindend aanbod. Indien een lidstaat zulks doet, bepaalt hij dat het ESIS alleen opnieuw moet worden verstrekt indien aan lid 3, onder b), is voldaan.
Lidstaten die vóór 20 maart 2014 een informatieblad hebben ingevoerd dat aan gelijkwaardige informatievereisten voldoet als die welke zijn vermeld in bijlage II, mogen daarvan tot en met 21 maart 2019 gebruik blijven maken voor de toepassing van dit artikel.
De lidstaten stellen een termijn van ten minste zeven dagen vast waarin de consument de gelegenheid heeft om aanbiedingen onderling te vergelijken, de gevolgen ervan te beoordelen en een geïnformeerd besluit te nemen.
De lidstaten bepalen dat de in de eerste alinea bedoelde termijn hetzij een aan het sluiten van de kredietovereenkomst voorafgaande bedenktijd is, hetzij een termijn is waarin een herroepingsrecht kan worden uitgeoefend nadat de kredietovereenkomst is ondertekend, hetzij een combinatie van beide.
Indien een lidstaat een bedenktijd voorafgaand aan het sluiten van de kredietovereenkomst bepaalt:
is het aanbod voor de kredietgever bindend voor de duur van de bedenktijd; en
kan de consument op enig moment tijdens de bedenktijd het aanbod aanvaarden.
De lidstaten kunnen bepalen dat consumenten het aanbod gedurende een termijn van hoogstens de eerste tien dagen van de bedenktijd niet mogen aanvaarden.
Indien de debetrentevoet of andere, op het aanbod toepasselijke kosten worden bepaald aan de hand van de verkoop van onderliggende schuldbewijzen of andere langetermijnfinancieringsinstrumenten, kunnen de lidstaten bepalen dat de debetrentevoet of andere kosten kunnen afwijken van die van het aanbod, overeenkomstig de waarde van de onderliggende schuldbewijzen of andere langetermijnfinancieringsinstrumenten.
Indien de consument overeenkomstig de tweede alinea van dit lid een herroepingsrecht heeft, is artikel 6 van Richtlijn 2002/65/EG niet van toepassing.
De kredietgever en, in voorkomend geval, de kredietbemiddelaar of de aangestelde vertegenwoordiger die het ESIS aan de consument heeft verstrekt, worden geacht te hebben voldaan aan de voorschriften inzake informatieverstrekking aan de consument vóór het sluiten van een overeenkomst op afstand overeenkomstig artikel 3, lid 1, van Richtlijn 2002/65/EG, en worden alleen geacht te hebben voldaan aan de voorschriften van artikel 5, lid 1, van die richtlijn indien zij ten minste vóór het sluiten van de overeenkomst het ESIS hebben verstrekt.
De lidstaten brengen geen wijzigingen aan het ESIS-model aan met uitzondering zoals bepaald in bijlage II. Eventuele aanvullende informatie die de kredietgever of, in voorkomend geval, de kredietbemiddelaar of de aangestelde vertegenwoordiger aan de consument kan of bij nationaal recht verplicht is te verstrekken, wordt beschikbaar gesteld in een afzonderlijk document, dat aan het ESIS kan worden gehecht.
De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 40 gedelegeerde handelingen vast te stellen om de standaardformuleringen in deel A van bijlage II of de instructies in deel B daarvan te wijzigingen teneinde gevolg te geven aan de noodzaak aan informatie of waarschuwingen betreffende nieuwe producten die voor 20 maart 2014 niet op de markt beschikbaar waren. Dergelijke gedelegeerde handelingen wijzigen evenwel de structuur of de vorm van het ESIS niet.
Bij communicatie via spraaktelefonie, als bedoeld in artikel 3, lid 3, van Richtlijn 2002/65/EG, omvat de ingevolge het tweede streepje van artikel 3, lid 3, onder b), van die richtlijn te geven beschrijving van de belangrijkste kenmerken van de financiële dienst ten minste de in bijlage II, deel A, afdelingen 3 tot en met 6, bij deze richtlijn bedoelde gegevens.
De lidstaten zorgen ervoor dat de kredietgever of, in voorkomend geval, de kredietbemiddelaar of een aangestelde vertegenwoordiger ten minste in het geval waarin geen herroepingsrecht voorzien is, aan de consument een exemplaar van de ontwerpkredietovereenkomst verstrekt op het moment van het doen van een voor de kredietgever bindend aanbod. De lidstaten zorgen ervoor dat in gevallen waarin een herroepingsrecht voorzien is, dat de kredietgever of, in voorkomend geval, de kredietbemiddelaar of een aangestelde vertegenwoordiger de consument, een exemplaar van de ontwerpkredietovereenkomst verstrekt op het moment dat een bindend aanbod wordt gedaan.
Artikel 15
Informatievoorschriften voor kredietbemiddelaars en aangewezen vertegenwoordigers
De lidstaten zorgen ervoor dat de kredietbemiddelaar of de aangestelde vertegenwoordiger, ruimschoots voordat de in artikel 4, punt 5, genoemde kredietbemiddelingsactiviteiten worden uitgeoefend, de consument ten minste op papier of op een andere duurzame drager de volgende informatie verstrekt:
de identiteit en het geografische adres van de kredietbemiddelaar;
het register waarin hij is ingeschreven, in voorkomend geval het registratienummer, en op welke wijze deze registratie kan worden geverifieerd;
of de kredietbemiddelaar verbonden is of uitsluitend met een of meer kredietgevers werkt. Indien een kredietbemiddelaar verbonden is of uitsluitend met een of meer kredietgevers werkt, verstrekt hij de naam van de kredietgever(s) voor wie hij optreedt. De kredietbemiddelaar kan bekendmaken dat hij onafhankelijk is indien hij voldoet aan de overeenkomstig artikel 22, lid 4, bepaalde voorwaarden.
of de kredietbemiddelaar adviesdiensten aanbiedt;
in voorkomend geval, de vergoeding die de consument aan de kredietbemiddelaar voor zijn diensten verschuldigd is, of, indien dat niet mogelijk is, de wijze om de vergoeding te berekenen;
volgens welke procedures consumenten of andere belanghebbende partijen klachten over kredietbemiddelaars intern kunnen indienen en, in voorkomend geval, hoe gebruik kan worden gemaakt van buitengerechtelijke klachten- en beroepsprocedures;
in voorkomend geval, of de kredietgever of derde partijen commissielonen of andere aanmoedigingspremies aan de kredietbemiddelaar voor zijn diensten met betrekking tot de kredietovereenkomst verschuldigd is en indien bekend, het bedrag ervan. Indien het bedrag op het tijdstip van openbaarmaking niet bekend is, stelt de kredietbemiddelaar de consument ervan in kennis dat het werkelijke bedrag in een latere fase in het ESIS zal worden bekendgemaakt.
Kredietbemiddelaars die niet verbonden zijn maar commissielonen van een of meer kredietgevers ontvangen, verstrekken op verzoek van de consument informatie over de variatie in de hoogte van de commissielonen die worden betaald door de verschillende kredietgevers die de aan de consument aangeboden kredietovereenkomsten verstrekken. De consument wordt ervan in kennis gesteld dat hij het recht heeft om deze informatie op te vragen.
Indien de kredietbemiddelaar bij de consument een vergoeding in rekening brengt en daarnaast een commissieloon van de kredietgever of een derde ontvangt, maakt de kredietbemiddelaar de consument duidelijk of het commissieloon al dan niet, geheel of gedeeltelijk met de vergoeding verrekend zal worden.
De lidstaten zorgen ervoor dat in voorkomend geval de vergoeding die de consument aan de kredietbemiddelaar verschuldigd is voor zijn dienstverlening, door de kredietbemiddelaar wordt meegedeeld aan de kredietgever, teneinde het jaarlijkse kostenpercentage te kunnen berekenen.
De lidstaten schrijven voor dat kredietbemiddelaars er zorg voor dragen dat, naast de krachtens dit artikel te verstrekken informatie, hun aangestelde vertegenwoordiger aan de consument kenbaar maakt in welke hoedanigheid hij optreedt en welke kredietbemiddelaar hij vertegenwoordigt wanneer hij contact opneemt of voordat hij zaken doet met een consument.
Artikel 16
Adequate toelichtingen
De lidstaten zien erop toe dat de kredietgevers en, in voorkomend geval, de kredietbemiddelaars of de aangestelde vertegenwoordigers, de consument adequate toelichtingen verstrekken over de voorgestelde kredietovereenkomst(en) en eventuele nevendienst(en), zodat de consument in staat is te beoordelen of de voorgestelde kredietovereenkomsten en nevendiensten zijn toegesneden op zijn behoeften en financiële situatie.
De toelichtingen omvatten, indien van toepassing, ten minste:
de essentiële kenmerken van de voorgestelde producten;
de specifieke effecten die de voorgestelde producten kunnen hebben voor de consument, met inbegrip van de gevolgen van wanbetaling door de consument; en
indien er nevendiensten gebundeld zijn met een kredietovereenkomst, het antwoord op de vraag of elk onderdeel van de bundel afzonderlijk kan worden beëindigd en welke implicaties dat heeft voor de consument.
De lidstaten kunnen de wijze waarop, en de mate waarin de in lid 1 bedoelde verklaringen worden gegeven, alsook door wie deze wordt gegeven, aanpassen aan de specifieke omstandigheden waarin de kredietovereenkomst wordt aangeboden, de persoon aan wie zij wordt aangeboden en de aard van het krediet dat wordt aangeboden.