Hoofdstuk 10. Correcte uitvoering van kredietovereenkomsten en verwante rechten

Artikel 25

Vervroegde aflossing

1.

De lidstaten zien erop toe dat de consument het recht heeft zich vóór het verstrijken van de kredietovereenkomst volledig of gedeeltelijk van de daaruit voortvloeiende verplichtingen te kwijten. In dat geval heeft de consument recht op een vermindering van de totale kredietkosten die gelijk is aan de rente en de kosten voor de resterende duur van de overeenkomst.

2.

De lidstaten kunnen bepalen dat aan de uitoefening van het in lid 1 bedoelde recht bepaalde voorwaarden worden verbonden. Onder meer kan voor de uitoefening van het recht een termijn worden gesteld, kan een verschillende regeling gelden naargelang van het soort debetrentevoet of het tijdstip waarop de consument het recht uitoefent, of kunnen beperkingen worden opgelegd met betrekking tot de omstandigheden waarin het recht kan worden uitgeoefend.

3.

De lidstaten kunnen voorschrijven dat de kredietgever in voorkomend geval recht heeft op een eerlijke en objectief verantwoorde vergoeding voor mogelijke kosten die rechtstreeks aan vervroegde aflossing verbonden zijn; de consument kan evenwel geen boete worden opgelegd. De vergoeding overschrijdt in dit opzicht nooit het door de kredietgever geleden financiële nadeel. De lidstaten kunnen behoudens deze voorwaarden voorschrijven dat de vergoeding een bepaald maximum niet overschrijdt of slechts voor een bepaalde tijd wordt toegekend.

4.

Indien een consument vóór het verstrijken van de kredietovereenkomst aan de daaruit voortvloeiende verplichtingen wenst te voldoen, deelt de kredietgever hem onmiddellijk na ontvangst van diens verzoek, op papier of via een andere duurzame drager, de informatie mee die hij nodig heeft om die mogelijkheid te kunnen overwegen. Die informatie bevat ten minste een berekening van de consequenties voor de consument die vóór het verstrijken van de kredietovereenkomst aan zijn verplichtingen voldoet, en een duidelijke vermelding van de daarbij aangewende hypothesen. Elke aangewende hypothese moet redelijk en verdedigbaar zijn.

5.

Indien de vervroegde aflossing binnen de termijn valt waarvoor een vaste rentevoet geldt, kunnen de lidstaten de uitoefening van het in lid 1 genoemde recht afhankelijk stellen van de voorwaarde dat de consument hierbij een rechtmatig belang heeft.

Artikel 26

Flexibele en betrouwbare markten

1.

De lidstaten dragen er zorg voor dat de vordering op de zekerheid door of namens de schuldeisers door middel van adequate procedures ten uitvoer kan worden gelegd. De lidstaten zien erop toe dat de kredietgever voldoende registreert welke soorten onroerende goederen als zekerheid worden aanvaard en welk onderliggende beleid inzake hypothecaire kredietverstrekking wordt gehanteerd.

2.

De lidstaten nemen de nodige maatregelen om te zorgen voor een passend statistisch toezicht op de woningmarkt, waaronder voor doeleinden van markttoezicht, in voorkomend geval door de ontwikkeling en het gebruik van bepaalde, publieke of particuliere, prijsindexen aan te moedigen.

Artikel 27

Informatie betreffende wijzigingen in de debetrentevoet

1.

De lidstaten zorgen ervoor dat de kredietgever de consument op papier of via een andere duurzame drager in kennis stelt van wijzigingen in de debetrentevoet voordat deze ingaan. Daarbij worden ten minste het bedrag van betalingen vermeld die moeten worden verricht nadat de nieuwe debetrentevoet in werking is getreden, alsook bijzonderheden betreffende een eventuele wijziging in het aantal of de frequentie van de betalingen.

2.

De lidstaten kunnen de partijen evenwel toestaan in de kredietovereenkomst te bepalen dat de in lid 1 bedoelde informatie periodiek aan de consument wordt verstrekt indien de wijziging in de debetrentevoet rechtstreeks met de wijziging van een referentierentevoet samenhangt, het publiek via passende middelen kennis kan nemen van de nieuwe referentierentevoet en de informatie over de nieuwe referentierentevoet beschikbaar is in de gebouwen van de kredietgever en samen met het bedrag van de nieuwe periodieke betalingstermijnen persoonlijk aan de consument wordt meegedeeld.

3.

Ingeval de wijziging in de debetrentevoet niet rechtstreeks samenhangt met een wijziging in de referentievoet, kan de kredietgever de consumenten periodiek blijven informeren indien dit reeds bij nationaal recht was toegestaan vóór 20 maart 2014.

4.

Indien wijzigingen in de debetrentevoet wordt vastgesteld door middel van een veiling op de kapitaalmarkten en het aldus voor de kredietgever onmogelijk is om de consument te informeren voordat de wijziging toegepast kan worden, verschaft de kredietgever tijdig voor de veiling aan de consument op papier of middels een ander duurzaam medium informatie over de op handen zijnde procedure en bezorgt hij een aanwijzing omtrent het mogelijke effect ervan op de debetrentevoet.

Artikel 27 bis

Informatie met betrekking tot de wijziging van de voorwaarden van een kredietovereenkomst

Onverminderd de andere in deze richtlijn vastgestelde verplichtingen zorgen de lidstaten ervoor dat de kredietgever, voordat de voorwaarden van de kredietovereenkomst worden gewijzigd, de consument in kennis stelt van de volgende informatie:

a) 

een duidelijke beschrijving van de voorgestelde wijzigingen en, in voorkomend geval, van de noodzaak van toestemming van de consument of van de wijzigingen die bij wet zijn ingevoerd;

b) 

het tijdschema voor de tenuitvoerlegging van de in punt a) bedoelde wijzigingen;

c) 

de middelen waarover de consument beschikt om een klacht in te dienen met betrekking tot de in punt a) bedoelde wijzigingen;

d) 

de termijn waarbinnen een dergelijke klacht kan worden ingediend;

e) 

de naam en het adres van de bevoegde autoriteit waarbij de consument die klacht kan indienen.

Artikel 28

Achterstallige betalingen en gedwongen verkoop

1.

De lidstaten eisen van kredietgevers dat zij beschikken over adequaat beleid en adequate procedures, zodat zij zich inspannen om waar passend een redelijke mate van tolerantie aan te houden alvorens een procedure tot gedwongen verkoop in te leiden. Bij dergelijke respijtmaatregelen wordt onder andere rekening gehouden met de omstandigheden van de consument en de maatregelen kunnen onder meer bestaan uit:

a) 

de gehele of gedeeltelijke herfinanciering van een kredietovereenkomst;

b) 

een wijziging van de bestaande voorwaarden van een kredietovereenkomst, die onder meer het volgende kan inhouden:

i) 

verlenging van de looptijd van de kredietovereenkomst;

ii) 

wijziging van het soort kredietovereenkomst;

iii) 

uitstel van betaling voor het hele of een deel van het afbetalingsplan gedurende een bepaalde periode;

iv) 

wijziging van de rentevoet;

v) 

aanbieden van een aflossingsvrije periode;

vi) 

gedeeltelijke aflossingen;

vii) 

valutaomrekeningen;

viii) 

gedeeltelijke kwijtschelding en schuldconsolidatie.

De in lid 1, punt b), vastgestelde lijst van mogelijke respijtmaatregelen doet geen afbreuk aan de in het nationale recht vastgestelde regels en de lidstaten zijn niet verplicht om al die maatregelen in hun nationale recht op te nemen.

2.

De lidstaten kunnen vereisen dat de kosten die de kredietgever mag vaststellen en aan de consument mag aanrekenen wegens niet-nakoming, niet hoger zijn dan hetgeen nodig is ter vergoeding van de schade die de kredietgever als gevolg van de niet-nakoming heeft geleden.

3.

De lidstaten kunnen de kredietgever toestaan om aan de consument aanvullende kosten wegens niet-nakoming aan te rekenen. In dat geval stellen de lidstaten een limiet aan deze kosten vast.

4.

De lidstaten beletten de partijen bij de kredietovereenkomst niet om uitdrukkelijk overeen te komen dat de terugkeer naar of de overdracht aan de kredietgever van de zekerheid of de opbrengsten van de verkoop ervan volstaat om het krediet terug te betalen.

5.

De lidstaten voorzien voor gevallen, waarin het uit het onroerend goed verkregen bedrag van invloed is op het door de consument verschuldigde bedrag, in procedures of maatregelen die het mogelijk maken dat bij gedwongen verkoop van het onroerend goed de meest optimale prijs wordt gehaald.

Indien na de gedwongen verkoop schuld blijft uitstaan, zorgen de lidstaten ervoor dat er ter bescherming van de consument maatregelen worden vastgesteld die de terugbetaling vergemakkelijken.

Artikel 28 bis

Overdracht van de rechten van de kredietgever of van de kredietovereenkomst zelf

1.

Indien de rechten die de kredietgever op grond van een kredietovereenkomst heeft, dan wel de kredietovereenkomst zelf, aan een derde worden overgedragen, kan de consument jegens de nieuwe houder de excepties en verweermiddelen opwerpen die hem jegens de oorspronkelijke kredietgever ter beschikking stonden, met inbegrip van schuldvergelijking, mits die in de betrokken lidstaat is toegestaan.

2.

De consument wordt van een in lid 1 bedoelde overdracht in kennis gesteld, behalve indien de oorspronkelijke kredietgever, in overleg met de nieuwe houder, het krediet blijft servicen ten aanzien van de consument.