Artikel 15 Participatiewet
Lid 1
Geen recht op bijstand bestaat voor zover een beroep kan worden gedaan op een voorliggende voorziening die, gezien haar aard en doel, wordt geacht voor de belanghebbende toereikend en passend te zijn. Het recht op bijstand strekt zich evenmin uit tot kosten die in de voorliggende voorziening als niet noodzakelijk worden aangemerkt.
Lid 2
Onder een beroep kunnen doen op een voorliggende voorziening wordt niet verstaan het op verzoek van het college:
indienen door de belanghebbende van een aanvraag tot vervroeging van de ingangsdatum van een ouderdomspensioen als bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet of artikel 1 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, zolang belanghebbende nog niet de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt;
benutten van de mogelijkheid om te beschikken over de waarde van een lijfrente zolang de belanghebbende de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt, en:
tijdens de toetsingsperiode de ingangsdatum van de lijfrente niet is uitgesteld;
voor zover de totale waarde van deze lijfrente of lijfrenten niet meer bedraagt dan € 337.989,00, waarbij voor de vaststelling van de waarde wordt uitgegaan van de waarde zonder aftrek van de eventueel door de belanghebbende daarover verschuldigde bedragen als bedoeld in artikel 31, derde lid; en
voor zover de inleg in het kader van de lijfrente of lijfrenten:
voorafgaand aan de toetsingsperiode heeft plaatsgevonden; of
tijdens de toetsingsperiode heeft plaatsgevonden, daarbij jaarlijks ten minste enige inleg heeft plaatsgevonden en de inleg ten hoogste € 8.112,00 per jaar heeft bedragen.
Lid 3
In dit artikel wordt verstaan onder toetsingsperiode: periode van vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag om bijstand.
Lid 4
Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de toetsing aan en de toepassing van de voorwaarden in het tweede lid, onderdeel b, in relatie tot het derde lid.
Dit artikel verwijst naar:
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 15 Pw is sinds 2018 in 22 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Den Haag, Rb. Midden-Nederland en Rb. Noord-Holland.
- ECLI:NL:HR:2024:194 — 09-02-2024 Hoge Raad
Pensioenrecht. Unierecht. Collectieve actie (art. 3:305a BW). Is in art. 131 en 132 Pensioenwet opgenomen verplichting van pensioenfondsen om over bepaald eigen vermogen te beschikken in strijd met IORP II-richtlijn? - ECLI:NL:CRVB:2022:1602 — 12-07-2022 CRvB
Afwijzing TOZO-aanvraag. Studiefinanciering is voorliggende voorziening. Beroep op discriminatieverbod van artikel 14 EVRM en artikel 26 IVBPR en het evenredigheidsbeginsel van artikel 3:4 Awb slaagt niet. Studiefinanciering op grond van de Wsf 2000 is aan te merken als een… - ECLI:NL:GHAMS:2026:46 — 13-01-2026 Hof Amsterdam
Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank. Het verzoek van de vader om een co-ouderschapsregeling wordt afgewezen. De vader geeft geen uitvoering aan de huidige zorgregeling en partijen wonen op 200 kilometer afstand van elkaar. Wat betreft de draagkracht van de vader… - ECLI:NL:RBGEL:2026:7812 — 12-10-2026 Rb. Gelderland
Aanvraag bijzondere bijstand voor tandartskosten terecht afgewezen. Voorliggende voorziening. Geen strijd met evenredigheidsbeginsel en geen zeer dringende redenen. Ongegrond. - ECLI:NL:RBZWB:2026:4044 — 12-05-2026 Rb. Zeeland-West-Brabant
Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser om bijzondere bijstand op grond van de Participatiewet (Pw) voor de bankkosten in verband met zijn beschermingsbewind.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.