Artikel 222 Provinciewet

Lid 1

Er kunnen provinciale opcenten op de hoofdsom van de motorrijtuigenbelasting worden geheven van de in de provincie wonende of gevestigde houders van personenauto’s en motorrijwielen, bedoeld in artikel 2, onderdelen b en d, en artikel 3 van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 en van degenen op wier naam een kenteken als bedoeld in artikel 62 van die wet is gesteld.

Lid 2

Het aantal opcenten bedraagt ten hoogste 144,00.

Lid 3

Voor de berekening van het aan opcenten verschuldigde bedrag wordt uitgegaan van de volgende tarieven voor de motorrijtuigenbelasting:

  1. voor personenauto’s:

    bij een massa rijklaar in kilogrammen van

    over een tijdvak van drie maanden

    vermeerderd met

    per 100 kg massa rijklaar boven

    600 of minder

    € 14,50

    700

    € 17,33

    800

    € 20,40

    900

    € 26,98

    1.000

    € 34,12

    1.100 en meer

    € 45,81

    € 11,68

    1.100 kg

    met dien verstande dat:

    1. dit tarief voor motorrijtuigen als bedoeld in artikel 23a van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 wordt gedeeld door twee;

    2. dit tarief voor motorrijtuigen als bedoeld in artikel 23b, eerste lid, van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994, wordt vermenigvuldigd met het percentage, genoemd in dat lid;

    3. dit tarief voor motorrijtuigen als bedoeld in artikel 30, eerste lid, onderdelen b en c, van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 wordt gedeeld door vier;

  2. voor motorrijwielen: € 7,80;

  3. voor een kenteken als bedoeld in artikel 37, derde lid, van de Wegenverkeerswet 1994: € 45,81.

Lid 4

Indien de hoofdsom en de provinciale opcenten zonder toepassing van artikel 84a, tweede lid, van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 samen meer bedragen dan het maximum, bedoeld in dat tweede lid, wordt voor de berekening van de provinciale opcenten, het maximum verminderd met de hoofdsom, waarbij het aandeel van de hoofdsom ten hoogste het genoemde maximum kan bedragen.

Lid 5

Bij het begin van het kalenderjaar wordt het aantal opcenten, genoemd in het tweede lid, bij ministeriële regeling van Onze Minister van Financiën vervangen door een ander aantal. Dit aantal wordt berekend door het te vervangen aantal te vermenigvuldigen met de tabelcorrectiefactor, bedoeld in artikel 10.2 van de Wet op de inkomstenbelasting 2001, en de uitkomst, indien deze twee of meer decimalen telt, af te ronden op één decimaal. Indien het aantal opcenten in het voorafgaande jaar is afgerond, wordt de tabelcorrectiefactor toegepast op het niet afgeronde bedrag van het voorgaande jaar.

Lid 6

Het aantal opcenten is voor alle motorrijtuigen, bedoeld in het eerste lid, gelijk.

Lid 7

Onze Minister van Financiën verstrekt de provinciale besturen jaarlijks vóór 1 september een naar soort, gewichtsklasse en aantal gespecificeerd overzicht van de motorrijtuigen, bedoeld in het eerste lid. Het overzicht wordt opgesteld naar de toestand per 1 juli van het lopende jaar.