Artikel 222a Provinciewet

Lid 1

Besluiten tot het invoeren, wijzigen of afschaffen van provinciale opcenten op de hoofdsom van de motorrijtuigenbelasting treden in werking met ingang van 1 januari van enig jaar. Een desbetreffend besluit wordt vóór 1 december van het voorafgaande jaar in afschrift ter kennis gebracht van Onze Minister van Financiën.

Lid 2

Een in het eerste lid bedoeld besluit heeft geen gevolgen voor de opcenten die verschuldigd zijn over een tijdvak dat vóór de datum van inwerkingtreding van dat besluit is aangevangen.

Lid 3

Bij naheffing van belasting worden opcenten berekend volgens het hoogste aantal dat in enige provincie van toepassing was op de dag waarop de in de artikelen 33, 34, 35, 36, 69 en 76 van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 bedoelde feiten zijn geconstateerd.

Lid 4

De houders van motorrijtuigen die niet hier te lande wonen of gevestigd zijn, maar die wel aan de heffing van motorrijtuigenbelasting zijn onderworpen, worden voor de heffing van opcenten geacht te wonen of te zijn gevestigd in een provincie die het laagste aantal opcenten heft. In bijzondere gevallen kan Onze Minister van Financiën in overeenstemming met Onze Minister ook voor andere houders van motorrijtuigen een provincie aanwijzen waar deze houders worden geacht te wonen of te zijn gevestigd.

Lid 5

De opbrengsten van de opcenten die worden geheven volgens het derde en vierde lid, worden naar evenredigheid van het aandeel van een provincie in de totale opbrengst van de ten behoeve van de provincies geheven opcenten over alle provincies verdeeld.

Lid 6

Verandering van woonplaats of van plaats van vestiging van de houder van een motorrijtuig in de loop van het tijdvak waarover de motorrijtuigenbelasting verschuldigd is, vormt geen aanleiding tot het heffen van opcenten over het nog niet verstreken gedeelte van het tijdvak door een andere provincie of tot het verlenen van teruggaaf van geheven opcenten.

Recente uitspraken

Art. 222a Provw is sinds 2018 in 4 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Zeeland-West-Brabant.

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:7519 — 11-08-2026 Rb. Zeeland-West-Brabant
    Naheffingsaanslag mrb, buitenlands kenteken artikel 34, lid 3 wet Mrb
  • ECLI:NL:RBZWB:2021:3706 — 22-07-2021 Rb. Zeeland-West-Brabant
    Artikel 35 en 37 Wet MRB. Artikel 67c AWR. Aan belanghebbende is gelijktijdig met de naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting een verzuimboete opgelegd van 100% wegens gebruik van de openbare weg tijdens schorsing. De rechtbank vermindert de verzuimboete gelet op de…
  • ECLI:NL:RBZWB:2018:3963 — 09-07-2018 Rb. Zeeland-West-Brabant
    De rechtbank Zeeland-West-Brabant legt prejudiciële vragen voor aan de Hoge Raad over de naheffingsregeling van artikel 34 Wet MRB ter zake van het gebruik van de weg in Nederland met een buitenlands gekentekende auto waarvoor de mrb niet is betaald. Na wijziging bij…
  • ECLI:NL:RBZWB:2018:3961 — 09-07-2018 Rb. Zeeland-West-Brabant
    De rechtbank Zeeland-West-Brabant legt prejudiciële vragen voor aan de Hoge Raad over de naheffingsregeling van artikel 34 Wet MRB ter zake van het gebruik van de weg in Nederland met een buitenlands gekentekende auto waarvoor de mrb niet is betaald. Na wijziging bij…

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.