Artikelen 22-24

Artikel 22

De leden van het provinciebestuur en andere personen die deelnemen aan de beraadslaging kunnen niet in rechte worden vervolgd of aangesproken voor dan wel worden verplicht getuigenis af te leggen als bedoeld in artikel 165, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering over hetgeen zij in de vergadering van provinciale staten hebben gezegd of aan provinciale staten schriftelijk hebben overgelegd.

Artikel 23

Lid 1

De vergadering van provinciale staten wordt in het openbaar gehouden.

Lid 2

De deuren worden gesloten, wanneer ten minste een tiende van het aantal leden dat de presentielijst heeft getekend daarom verzoekt of de voorzitter het nodig oordeelt.

Lid 3

Provinciale staten beslissen vervolgens of met gesloten deuren zal worden vergaderd.

Lid 4

Indien met gesloten deuren wordt vergaderd, geldt een verplichting tot geheimhouding omtrent informatie die in die vergadering ter kennis van de aanwezigen komt. De verplichting duurt voort, totdat provinciale staten haar opheffen.

Lid 5

Van een vergadering met gesloten deuren wordt een afzonderlijk verslag opgemaakt, dat niet openbaar wordt gemaakt tenzij provinciale staten besluiten de verplichting, bedoeld in het vierde lid, op te heffen.

Lid 6

Provinciale staten maken de besluitenlijst van hun vergaderingen op de in de provincie gebruikelijke wijze openbaar. Provinciale staten laten openbaarmaking achterwege in de gevallen waarin een verplichting tot geheimhouding geldt of wanneer openbaarmaking in strijd is met het openbaar belang.

Artikel 24

In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd of besloten over:

  1. de toelating van nieuw benoemde leden;

  2. de vaststelling en wijziging van de begroting en de vaststelling van de jaarrekening;

  3. de invoering, wijziging en afschaffing van provinciale belastingen; en

  4. de benoeming en het ontslag van gedeputeerden.