Artikel 20 Invorderingswet 1990
Lid 1
In afwijking in zoverre van artikel 585, onder a, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan een dwangbevel of een vonnis strekkend tot betaling van schadevergoeding aan de ontvanger in verband met belastingschuld die niet is voldaan, bij rechterlijk vonnis ten uitvoer worden gelegd door lijfsdwang.
Lid 2
Met betrekking tot een dwangbevel dat is uitgevaardigd aan een lichaam in de zin van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, kan lijfsdwang worden toegepast ten aanzien van:
de bestuurder of vereffenaar van dat lichaam of, bij ontstentenis, ten aanzien van de laatst afgetreden of ontslagen bestuurder of vereffenaar; en
degene die het beleid van het lichaam heeft bepaald of mede heeft bepaald als ware hij bestuurder;
tenzij het niet aan hem te wijten is dat de belastingschuld niet is voldaan.
Lid 3
De artikelen 586 tot en met 600 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zijn van overeenkomstige toepassing op de tenuitvoerlegging door lijfsdwang, bedoeld in het eerste lid.
Lid 4
De gerechtelijke procedure tot toepassing van lijfsdwang wordt gevoerd voor de rechtbank van het arrondissement waarbinnen het kantoor is gevestigd van de ontvanger die het dwangbevel of de dagvaarding strekkend tot betaling van schadevergoeding heeft uitgevaardigd.
Dit artikel verwijst naar:
Recente uitspraken
Art. 20 Invord1990 is sinds 2000 in 3 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Arnhem-Leeuwarden, Rb. Noord-Nederland en Rb. Zwolle.
- ECLI:NL:GHARL:2018:3353 — 10-04-2018 Hof Arnhem-Leeuwarden
KB Lux, lijfsdwang ter voldoening aan betalingsverplichting belastingschuld. Op de Ontvanger rust de bewijslast van de stelling dat er middelen tot betaling aanwezig zijn. Bewijsvermoeden, tegenbewijs. - ECLI:NL:RBNNE:2016:1750 — 06-04-2016 Rb. Noord-Nederland
Tenuitvoerlegging dwangbevel ontvanger middels lijfsdwang - ECLI:NL:RBZWO:2000:AA6493 — 16-02-2000 Rb. Zwolle
-
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.