Artikel 13 Invorderingswet 1990
Lid 1
In afwijking van artikel 4:123 van de Algemene wet bestuursrecht geschiedt de betekening van het dwangbevel overeenkomstig de regels van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering met betrekking tot de betekening van exploten. Het dwangbevel vermeldt dat de belastingschuldige tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel in verzet kan komen.
Lid 2
Indien de betekening geschiedt overeenkomstig artikel 47 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, vermeldt de envelop, in afwijking van de tweede volzin van het tweede lid van dat artikel, in plaats van de naam, de hoedanigheid, het kantooradres en telefoonnummer van de deurwaarder, welke ontvanger de opdracht tot betekening heeft verstrekt, alsmede diens kantooradres en telefoonnummer.
Lid 3
In afwijking van artikel 4:123 van de Algemene wet bestuursrecht kan de betekening van het dwangbevel met bevel tot betaling ook geschieden door het ter post bezorgen van een voor de belastingschuldige bestemd afschrift van het dwangbevel met bevel tot betaling door de ontvanger. Indien het dwangbevel ten uitvoer wordt gelegd als bedoeld in artikel 14, wordt het bevel tot betaling geacht te zijn betekend door de belastingdeurwaarder die belast is met de tenuitvoerlegging. Uit de ongeopende envelop waarin het afschrift ter post wordt bezorgd, blijkt de naam en het adres van de belastingschuldige, alsmede een aanduiding dat de inhoud de onmiddellijke aandacht behoeft.
Lid 4
Betekening op de voet van het derde lid is niet mogelijk ingeval:
de ontvanger is gebleken dat de aanmaning de belastingschuldige niet heeft bereikt, of
de invordering geschiedt met toepassing van artikel 15, eerste lid, aanhef en onderdeel a of onderdeel b.
Lid 5
Voor de toepassing van de artikelen 14, 19 en 20 wordt het dwangbevel met bevel tot betaling dat op de voet van het derde lid is betekend, geacht te zijn betekend twee dagen na de datum van de terpostbezorging van het dwangbevel met bevel tot betaling.
Dit artikel verwijst naar:
Recente uitspraken
Art. 13 Invord1990 is sinds 2013 in 5 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Amsterdam, Hof Den Haag en Hoge Raad.
- ECLI:NL:HR:2013:CA3743 — 06-12-2013 Hoge Raad
Invordering. Vervolg van HR 5 december 2008, ECLI:NL:HR:2008:BF0411, NJ 2009/5. Verjaring recht tot dwanginvordering; art. 27 lid 1 IW 1990. Rechtsgeldige stuiting verjaring? Betekening dwangbevel aan rechtspersoon die is opgehouden te bestaan. Art. 54, leden 3 en 4, Rv van… - ECLI:NL:GHDHA:2024:1778 — 24-07-2024 Hof Den Haag
Art. 6:7, 6,9 Awb; art. 123, lid 2 Waterschapswet; art. 11, 13 Invorderingswet 1990; art. 2, 3 lid 1, Kostenwet invordering rijksbelastingen. Bezwaar tegen beschikking aanmaningskosten was terecht niet-ontvankelijk verklaard. Toezending aanslag via plaatsing in digitale… - ECLI:NL:GHAMS:2020:2893 — 27-10-2020 Hof Amsterdam
Artikel 32, lid 2, Awir. Besluit tot mandaat- en volmachtverlening Belastingdienst/Belastingen van 16 augustus 2013. Terugvorderingsbeschikkingen kinderopvangtoeslag 2008 en 2009. Dwangbevelen tot betaling. Kosten van vervolging. Ontvanger Belastingdienst/Toeslagen LIC te… - ECLI:NL:RBROT:2020:6759 — 31-07-2020 Rb. Rotterdam
Fiscale zaak. Omdat de heffings- en invorderingsambtenaar weigert stukken over te leggen omdat hij meent dat de belastingrechter niet bevoegd is, doet de belastingrechter de zaak af op de door eiseres ingediende stukken en wordt het bestuursorgaan veroordeelt in de proceskosten.… - ECLI:NL:RBMNE:2013:5344 — 06-11-2013 Rb. Midden-Nederland
Het toepasselijke Roemeense recht is in casu niet in strijd met de openbare orde; eerst uitwinning van het privévermogen voordat het gemeenschappelijk vermogen kan worden uitgewonnen.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.