Artikel 21 Invorderingswet 1990
Lid 1
’s Rijks schatkist heeft een voorrecht op alle goederen van de belastingschuldige.
Lid 2
Het voorrecht gaat boven alle andere voorrechten met uitzondering van die van de artikelen 287 en 288 onder a, alsmede dat van artikel 284 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek voor zover de kosten zijn gemaakt na de dagtekening van het aanslagbiljet. Het voorrecht gaat tevens boven pand, voor zover het pandrecht rust op een zaak als is bedoeld in artikel 22, derde lid, die zich op de bodem van de belastingschuldige bevindt en tegen inbeslagneming waarvan derden zich op die grond niet kunnen verzetten. Het behoudt deze rang in geval van faillissement van de belastingschuldige of toepassing ten aanzien van hem van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, ongeacht of tevoren inbeslagneming heeft plaatsgevonden.
Dit artikel verwijst naar:
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 21 Invord1990 is sinds 1998 in 23 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, Rb. Amsterdam en Hof Arnhem-Leeuwarden.
- ECLI:NL:HR:2016:665 — 15-04-2016 Hoge Raad
Faillissementsrecht, goederenrecht. Art. 39 en 57 lid 3 Fw. Valt boedelvordering verhuurder uit voortgezette huur onder diens pandrecht? Positie boedelvordering ten opzichte van faillissementsvordering. Separatistpositie pandhouder in verband met salaris curator (art. 57 lid 1… - ECLI:NL:HR:2013:1910 — 13-12-2013 Hoge Raad
Prejudiciële beslissing, art. 392 Rv. Uitleg art. 241c lid 2 Fw. Geldt deze bepaling mede ten behoeve van houder van stil pandrecht op aan schuldenaar toebehorende zaak? Verschil met HR 17 oktober 2008, ECLI:NL:HR:2008:BE7451, NJ 2009/92 (Singulus/Nemox). Strekking van art. 241c… - ECLI:NL:HR:2011:BQ7066 — 09-09-2011 Hoge Raad
Dwanginvordering door Ontvanger onrechtmatig jegens derden die door handelen belastingschuldigen (verduisteren gelden) zijn benadeeld? Rechtsgeldig betekend executoriaal derdenbeslag is akte van vervolging in de zin van art. 27 lid 1 (oud) Iw 1990, waarvan stuitende werking… - ECLI:NL:HR:2002:AE3389 — 27-09-2002 Hoge Raad
- - ECLI:NL:HR:1998:ZC2690 — 26-06-1998 Hoge Raad
-
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.